het boek – Stroomopwaarts

001_Rheingeblaettert_Muster_(c) H.PIEL

Stroomopwaarts Een individuele reis door het Boven-Midden-Rijndal tussen Koblenz en Bingen door Moritz Meyer

Een individuele reis door het Boven-Midden-Rijndal tussen Koblenz en Bingen door Moritz Meyer

Voorwoord. Roger Lewentz

Voorwoord. Moritz Meyer

Het “bejaardencafé” kan ook anders

Koblenz: De noordelijke toegangspoort tot de Midden-Rijn.. 

Cool Koblenz: „Anything can happen!“ – Sinds meer dan 30 jaar toont Shay Dwyer de Koblenzers in zijn Pub hoe de Ieren feestvieren..

“Allesbehalve zonsondergang”: Op stap in Koblenz met Instagrammer Sandra Bruns  

Verandering van perspectief: De T-shirts van ontwerper Mick Noll veranderen de blik op Koblenz  

Landesmuseum, de scene, specerijen: Mijn tips voor Koblenz:

Vanaf hier uitsluitend met de veerboot: Het noordelijke dal – Wat is eigenlijk de Midden-Rijn, en zo ja, hoeveel?. 

Loodhoudende lucht: Slot Stolzenfels en de Marksburg. 

Verbindingen: De veerboten op de Midden-Rijn.. 

Red de wijnen: vrijwillige wijnboeren in Brey en Braubach..

De laatste van hun soort: De ooit zo begeerde Midden-Rijnkers moet overleven.. 

Zoals bij „tante Emma”: In Osterspai voeren de inwoners zelf hun dorpswinkel zelf 

Lost Places in Boppard. 

Kunst en ambacht: Een bezoek aan het Bopparder Stadtmuseum met kunstenaar Frank Kunert 

Met nostalgie in de 21e eeuw: Het Art Nouveau-hotel Bellevue in Boppard gaat de vijfde generatie in..

„Graag zonder kalkoenreepjes”: Veganistische keuken in het Kamerliterhof in Boppard  

Vinotheek, klimpad, geiten: mijn tips voor het noordelijke dal 

In het hart van het werelderfgoed: het centrale dal 

De werelderfgoedvereniging. 

Tussen drie burchten: Kat-en-muis-spel en de burcht Rheinfels. 

Loodswezen en de scheepvaart op de Midden-Rijn.. 

Tijd voor een typeverandering: Zoals artiest Jana Wendt Loreley ziet 

Tussen “Hemel en aard”: Een bezoek aan Maria Ruh.. 

Klassiek voor niets: de internationale muziekacademie Sankt Goar 

Loreley Rock: in Bernie’s Blues Bar laten zelfs Tasmaanse duivels het dreunen.. 

“Freifunk” voor “Dukatenscheißer”: Oberwesel tussen Middeleeuwen en het internettijdperk  

Tredzeker en vrij van duizeligheid: Een   wandeling   door   de   Oelsbergsteig   van   Oberwesel 

Griekse wijn: de wijngaard combineert Lithos Neder-Rijn, het Midden-Rijn en West Peloponnesos  

Frituur, vluchtelingencafé, onlinewijn: mijn tips voor de centrale vallei 

“Let’s do the time-warp again!”  – Van Rijnromantiek en kelderbioscoop in Bacharach  

Dit is niet Cuba! Een bezoek in Kaub. 

Doornroosje wakker maken: net als tuinier Christian Lenzvoor Niederheimbach nieuwe attracties schept 

De strenge blik van de Pruisische koning: een bezoek aan Sooneck. 

Hotspot Lorch: Tussen Rheingau und Midden-Rijn bloeit er een paradijs van biodiversiteit 

„De burcht was zijn toneel”: Zoals de vader van Markus Hecher naar burcht Rheinstein kwam   

Wijn uit het station, bikersamenkomst, de beste steak: Mijn tips voor het zuidelijke dal

Aan de poort van het werelderfgoed: Bingen en Rüdesheim..

„Topmanager in de 12de eeuw”: Over mythe en feiten in het leven van Hildegard van Bingen   

Verhalen van vergane grootte: Een rondleiding door Rüdesheim met een reisgids van 1979  

Burgers, wijnbar, rode wijn: Mijn tips voor Bingen en Rüdesheim.

Einde van de reis naar de Rijn.

Impressum.

 

 

Voorwoord. Roger Lewentz

Beste lezers,

Het tijdperk van reisboeken en de Duitse riviercruiseschepen is ooit aan de Rijn begonnen: Boeken en schepen zijn er al sinds ongeveer 200 jaar – en hebben mede bijgedragen aan de reputatie van een legendarisch landschap. De kastelenblogger voert deze traditie naar onze moderne tijd. Iedere zomer verheugen we ons in het dal weer op een schrijvende gast die ons thuisland bezoekt, met de mensen uit de streek spreekt en altijd weer nieuwe verhalen vertelt.

Van mei tot november 2016 was Moritz Meyer te gast op de Burcht Sooneck en interviewde vele verschillende mensen en legde in deze reisgids de mooiste verhalen en tips vast. Ik hoop dat nog vele kastelenbloggers hem zullen volgen, die meebeleven wat er zoal verandert in het Midden-Rijndal en daarover berichten, zoals de grote concerten die opnieuw plaatsvinden op de Lorelei en hoe de streek geleidelijk aantrekkelijker wordt gemaakt.

Met de kandidatuur voor de Bundesgartenschau 2031 hebben we een nieuw – alomvattend – doel gesteld. Nu reeds is er veel over te lezen en kan men er eventueel aan deelnemen – want alleen met vereende krachten kunnen we de streek bevorderen.

Of u nu in het dal op bezoek bent of hier al jaren woont: Dit boek biedt iedereen een schat aan informatie. Hier leest u over idyllische oeroude dorpjes, leuke cafés, uitstekende restaurants en mensen die zich enthousiast voor ons thuisland inzetten. Geniet van een goed boek bij een overheerlijk glas wijn uit het gebied van de Midden-Rijn of laat u in dit unieke cultuurlandschap inspireren door een ontspannende wandeling met uw gezin of een weekend met vrienden.

Ik wens u een geweldige tijd in het Lorelei dal en op de rots!

Veel leesgenot

Roger Lewentz

 

Voorwoord. Moritz Meyer

Het “bejaardencafé” kan ook anders

Het was weer eens één van die typische krantenartikelen. In het voorjaar schreef de Süddeutsche Zeitung: “Het Midden-Rijndal blijft Duitsland’s grootste bejaardencafé”. En dat was nog niet alles: De auteur beschreef de streek als de “waarschijnlijk uncoolste bestemming onder de zon”. Au! Dat doet pijn! Een paar weken nadat dit artikel werd gepubliceerd, zou een deel van dit dal mijn tweede thuis worden. Ik verhuisde als “kastelenblogger” naar Burcht Sooneck in de buurt van Niederheimbach. Zes maanden lang verbleef ik in het Boven-Midden-Rijndal, werelderfgoed van de Unesco. In opdracht van het ontwikkelingsbureau van Rheinland-Pfalz, de Rhein-Zeitung en het directoraat-generaal van cultureel erfgoed in Rheinland-Pfalz had ik de opdracht de mensen en deze streek te ontdekken, verkennen en onderzoeken en mijn ervaringen vastleggen in de Kastelenblog.

Vandaag kan ik u zeggen: Ik heb tijdens mijn verblijf een totaal ander Midden-Rijndal ervaren dan de auteur van de SZ. Ik vind dat het op tal van plaatsen duidelijk vooruit gaat. De generatie hoteliers, restaurateurs en wijnboeren, die vroeger goed van de kegelclubs en busreizen hebben geleefd, houdt ermee op. Hun opvolgers zijn lokale jongelui met een modernere visie . Zij durven de dingen anders te doen dan hun voorgangers. Ook als dit risico’s met zich meebrengt.

In de eerste plaats wil ik u aan die mensen voorstellen, die met veel enthousiasme de muffigheid uit het “bejaardencafé” willen verjagen. Met dit boek wil ik u meenemen

op een persoonlijke reis door dit zogenaamde uncoole dal. Er zijn veel nieuwe dingen om te verkennen en één en ander om te ontdekken in de werelderfgoed vallei. Ik wil daarmee niet betuigen van volledigheid of objectiviteit. Beschouw dit boek voornamelijk als aansporing, om er op eigen houtje op uit te gaan. Het is vooral geen reisgids, maar meer een reisgenoot.

Aan het eind van deze inleiding nog een kleine gebruiksaanwijzing: In de hierna volgende hoofdstukken wil ik u kennis laten maken met de vallei van noord naar zuid. Min of meer tegen de stroom in zwemmend, banen we ons een weg van Koblenz via Boppard, Sankt Goarshausen, Oberwesel naar Rüdesheim en Bingen Ik vraag om begrip voor het feit dat ik hier en daar simpelweg van het “Midden-Rijndal” spreek.  Ik bedoel daar altijd het Boven-Midden-Rijndal mee, wetende dat er ook een Neder-Midden-Rijndal bestaat, dat niet minder aantrekkelijk is of de moeite waard.  Regelmatig zal ik van “rechts” en “links” van de Rijn spreken om voor u de oriëntatie te vergemakkelijken. Als ik dat doe, dan kijk ik hierbij altijd in de stromingsrichting van de Rijn. En dan wens ik u nu veel plezier op uw ontdekkingsreis in het Unesco werelderfgoed, het Boven-Midden-Rijndal.

Met vriendelijke groet,

Moritz Meyer

009_Rheingeblaettert_Muster_(c) H.PIEL

Koblenz: De noordelijke toegangspoort tot de Midden-Rijn

Cool Koblenz: De voormalige ambtenarenstad vindt zichzelf opnieuw uit

Tegenwoordig zijn er zelfs Coworking-locaties in Koblenz. Stedelingen reageren waarschijnlijk met een schouderophalen op dit bericht: “Nou en? Bij ons zijn er tientallen.” Wie van het platteland komt, vraagt zich wellicht af wat dat überhaupt is, zo’n “Coworking-plek”. Nou nee, het is vooral een voorzichtige boodschap. Er is iets veranderd in Koblenz, een voormalige ambtenarenstad die op een dag door iedereen tussen Koblenz en Frankfurt in het Westerwald

is vergeten. Maar nu echter zijn er: stedelijke flair, moderne werkplekken voor digitale nomaden, creatievelingen en diegenen die dat willen worden en daarom aan universiteiten “iets met media” studeren. Men zou haast zeggen: Er is zoiets als een stadsleven in Koblenz.

De stad beschouwt zichzelf als de poort tot het Boven-Midden-Rijndal. Als enige grote stad in het gehele werelderfgoedgebied neemt de stad in ieder geval een bijzondere plaats in en is daarvoor niet altijd geliefd in het resterende deel van het dal. Echter in veel opzichten is de ontwikkeling van de stad Koblenz de blauwdruk voor hetgeen staat te gebeuren in de rest van het Midden-Rijndal. De Bundesgartenschau in het jaar 2011 was de stuwende kracht voor een positieve stadsontwikkeling, die nu, een paar jaar later, haar vruchten afwerpt. Als dit in het jaar 2031 met de Bundesgartenschau aan de Midden-Rijn net zo goed afloopt, dan kunnen alle deelnemers uiterst tevreden zijn.

Het mooiste voorbeeld voor de positieve ontwikkeling is: Fort  Ehrenbreitstein. Hoewel vlak voor de voordeur van de inwoners gelegen, speelt de – in de vroege

19de eeuw in zijn huidige staat herbouwde en daarmee zeer jonge – Pruisische vesting alleen een ondergeschikte rol in het culturele leven van de stad. Losstaand van de overige bezienswaardigheden van de stad ervaren de meeste toeristen Fort Ehrenbreitstein uitsluitend van veraf. Een imposant thema voor een foto aan de andere zijde van de Rijn, dat zeker. Maar de Rijn oversteken en een duik nemen in de duizend jaar oude geschiedenis van dit belangrijke steunpunt? De kans is klein.

De vesting weerspiegelt de turbulente voorgeschiedenis van deze streek als geen ander bouwwerk. Tot in de bronstijd kunnen op deze plaats sporen worden teruggevonden van menselijke nederzettingen, die van militair standpunt uit bezien, een unieke en gunstige plek was.  Vanaf hier heeft men het beste uitzicht over het gehele Midden-Rijnbekken tussen de Eifel, Taunus, Hunsrück en Westerwald en de imposante samenvloeiing van de Rijn en de Moezel en waarom de locatie zwaar bevochten werd.  Het nam anderhalf jaar in beslag totdat de Fransen de barokke vesting in het jaar 1799 uiteindelijk ten val brachten. Toen het gebied een paar jaar later terug in handen kwam van het Koninkrijk Pruisen, werd de indrukwekkende vesting opnieuw opgebouwd. Ondertussen hebben de inwoners van Koblenz de vesting heroverd en verdedigen hun teruggewonnen schat net zo hartstochtelijk als hun voorgangers.

Dat het Fort Ehrenbreitstein inmiddels één van de meest bezochte bezienswaardigheden in Rheinland-Pfalz is, is vooral te danken aan de spectaculaire kabelbaan. Deze werd naar aanleiding van de Bundesgartenschau 2011 gebouwd en verbindt tegenwoordig de linker stadsoever van de Rijn met het 112 hoger gelegen vestingplateau.  Een gondeltocht over de Rijn naar de vesting behoort reeds lang tot een verplicht uitje tijdens een bezoek aan Koblenz. Dat dit nu minstens tot 2026 mogelijk zal zijn, is te danken aan het gebruik ervan door de inwoners van Koblenz.

Aanvankelijk zou de kabelbaan slechts voor enkele jaren in gebruik zijn en vervolgens weer worden ontmanteld. Dit was te wijten aan de zorgen van internationale erfgoedbeschermers van de Unesco, die de exploitatie van de gondelbaan tijdens de Buga alleen met een knipoog goedkeurden. Naar verluidt, zou de kabelbaan historische visuele verbindingen tussen de bouwwerken van de stad verstoren. “Niet verenigbaar met een werelderfgoed”, luidde het vernietigende oordeel van deskundigen van de Unesco, die

na afloop van de Buga zo snel mogelijk de afbraak van de kabelbaan eisten: Ofwel de gondels verdwijnen – of de titel van werelderfgoed voor het Boven-Midden-Rijndal verdwijnt!

Ze hebben echter geen rekening gehouden met de inwoners van de stad. De inwoners van Koblenz schrokken echter niet terug voor deze dreigementen. Ze verzamelden handtekeningen, gingen de straat op voor “hun kabelbaan” en realiseerden met hun betrokkenheid iets vrijwel unieks. Deze ene keer zetten de twijfelaars niet door. Het verantwoordelijke Unesco-comité oordeelde tegen het advies van de erfgoedbeschermers: Een kabelbaan en werelderfgoed, dat gaat toch prima samen. Een visie waarmee men de bewakers van ons erfgoed alleen maar kan feliciteren. Want wat zijn grandioze locaties als de vesting waard, als de mensen ze niet kunnen bezichtigen en er gebruik van maken?

Ondertussen kan met een gerust hart worden gezegd: Koblenz is zonder kabelbaan bijna niet meer voor te stellen. Tot wel 7.600 personen per uur kunnen in 18 kabelbanen over de 850 meter lange baan naar boven naar de vesting worden vervoerd. Tip voor de meest avontuurlijke onder ons: De cabine met nummer 17 heeft als enige een glaspaneel in de vloer en biedt zo een ongebruikelijk uitzicht bij de overtocht over de Rijn. Wie daarentegen moeite heeft met hoogten, hoeft niet bang te zijn in cabine 18. Daar zijn alle zitplaatsen naar binnen gericht, om de medepassagiers iets meer zekerheid te geven. Reeds meer dan 10 miljoen keer zweefden de gondels boven de Rijn en hebben ertoe bijgedragen, dat inmiddels ongeveer

700.000 bezoekers per jaar de weg omhoog naar de vesting hebben gevonden.

Opdat zij zich daar goed kunnen voelen, werd meer dan 50 miljoen euro geïnvesteerd in een anti-aging centrum op het terrein. Er zijn restauratiemogelijkheden die ofwel de “kleine honger” stillen, alsmede een overheerlijke lunch in de stijlvolle atmosfeer van het “Restaurant Casino” in de voormalige officiersmess aanbieden.  In de Jeugdherberg in de vesting kunt u voordelig en eventueel met grote groepen overnachten. Bovendien trekken tentoonstellingen en evenementen het hele jaar door bezoekers aan. Het wordt daarom aanbevolen om vóór een bezoek een blik te werpen op het huidige programma in de vesting. Anders kan het zomaar gebeuren dat men zich plotseling tussen de tienduizenden bezoekers van het jongleursfestival of een historisch spektakel bevindt.  Wat ook niet erg is, want men kan daar boven geweldig feestvieren. Echter rustig over de terreinen slenteren komt dan even niet goed uit.

Maar het zijn niet alleen de toeristische attracties in Koblenz, die sinds de Buga opbloeien. De gestaag groeiende universiteit draagt ertoe bij dat Koblenz zich meer en meer verjongt en een scene voor pop- en subculturen vestigt.  Het jaarlijkse “Barcamp Koblenz” heeft een vaste plaats in de agenda van digitale- en social media-nerds uit de gehele streek. Tot dusverre is men nog ver verwijderd van de stedelijke levensstijl zoals in nabij gelegen steden als Mainz, Frankfurt en Keulen, maar het gaat de goede richting op. Wie zichzelf wil overtuigen, komt beter naar het Koblenzer Zomerfeest in de stad. Het festival aan de oevers van de Rijn verdrijft de laatste resten van de kleinburgerlijke gezelligheid. Zelfs onder de ogen van Keizer Wilhelm I, wiens ruiterstandbeeld aan de Deutschen Eck nog steeds de meest markante bezienswaardigheid van de stad is, regeert in plaats van Pruisische grootheidswaanzin verlichting en levenslust. In vele andere steden worden dergelijke lokale festivals gekenmerkt door kermistechno en botsauto’s. Fantastisch dat de Koblenzer organisatoren een andere weg hebben gekozen.

Het podiumprogramma is in handen van lokale organisatoren, die mogen doen wat zij willen wanneer zij dat willen. Zij stellen een uiterst gevarieerd programma samen met gypsie- en Kölsche hardrock, met wereldmuziek en Ierse folk, met lokale indie-bands en Schlagersterren. Wanneer op zaterdagavond de laatste toon op het podium weerklinkt, richt de blik zich opnieuw op de Rijn en de vesting. Terwijl de verzamelde vloot van de Rijn rederijen zich op het water in positie brengt, zoekt de festivalbezoeker het beste plekje aan de oever op om het spectaculaire vuurwerk “Rhein in Flammen” te kunnen aanschouwen.  Vier ton vuurwerk en vuurpijlen worden dan synchroon met de muziek van Fort Ehrenbreitstein afgevuurd. Dit is het absolute hoogtepunt op de jaarlijkse evenementenkalender van de stad.

Fort Ehrenbreitstein

02 61/66 75 40 00 · www.diefestungehrenbreitstein.de

Openingstijden: Van april tot oktober dagelijks van 10.00 tot 18.00 uur en van november tot maart dagelijks van 10.00 tot 17.00 uur.  Na de officiële sluitingstijden gewoonlijk vrij toegang tot de terreinen en de restaurants.

Restaurant „Casino“ in Fort Ehrenbreitstein

02 61/66 75 20 20 · anfrage@cafehahn.de

Jeugdherbergen in Fort Ehrenbreitstein

02 61/97 28 70 · koblenz@diejugendherbergen.de

Koblenzer Kabelbaan

02 61/20 16 58 50 · info@seilbahn-koblenz.de · www.seilbahn-koblenz.de

 

„Anything can happen!“ – Sinds meer dan 30 jaar toont Shay Dwyer de Koblenzers in zijn Pub hoe de Ieren feestvieren

Hier woedt deze zaterdagavond de normale chaos zoals we die gewend zijn in de Irish Pub van Shay Dwyer. Echter vandaag heeft de baas van de traditionele kroeg van Koblenz hier geen oren naar. Zanger Brian McGovern zet juist met het publiek het refrein van Bon Jovi´s rock anthem `Livin´ on a Prayer` in om in een twijfelachtige poging het gejoel van een vrijgezellenfeest te overstemmen. De door alcohol en groepsdynamica aangespoorde mannen nemen macho-poses aan terwijl nerveuze serveersters alle moeite doen om hen te bedaren.  „Wooo-ho! Livin’ on a Prayer!“, klinkt het uit honderd kelen, maar Shay Dwyer runt zijn eigen film. Twee uur geleden won de nationale ploeg van zijn geboorteland Ierland in een historische rugby-match van Engeland. Enthousiast draait hij de beslissende scènes in zijn geest af.  Op deze avond kan voor hem niets meer verkeerd gaan.

Sinds 1985 runt Dwyer de Irish Pub in de oude binnenstad en is in het Koblenzer nachtleven inmiddels een instituut. Er zijn honderden Irish Pubs in Duitsland. Echter weinigen hebben zo veel roem vergaard als de Koblenzer Guinnes-tempel.  De “Irish Times” riep Dwyers’ café in het jaar 2015 uit tot de op twee na beste Irish Pub buiten Ierland.  Er waren 1500 aanmeldingen uit 41 landen binnengekomen voor de competitie. “De pub is de parel van de pittoreske Koblenzer binnenstad”, luidde het destijds in de lofzang in de krant.

Shay Dwyer heeft er een juweeltje van gemaakt. Dat de Ier daarvoor naar Koblenz kwam, is rein toeval. Begin jaren 80 hielp hij zijn broer, die al een Irish Pub had in Frankfurt, toentertijd één van de eersten in Duitsland.  Hij werd bevoorraad door een Beierse brouwerij, die verbaasd was over de verbluffend hoge bierconsumptie in de nieuwe kroeg en vond het een geweldige gelegenheid om zijn verkopen te doen stijgen. Snel werd besloten om de activiteiten uit te breiden en hij ging op zoek naar een mogelijkheid om een andere Irish Pub te openen. In Koblenz vond hij het juiste object en op 26 juni 1985 opende Shay Dwyer zijn eigen Irish Pub.

Hij heeft er zijn hele leven en ziel aan gewijd. Als een licht van een vuurtoren verspreidt Dwyer gastvrijheid in alle richtingen; zelfs wanneer men hem nietsvermoedend in het midden van de belangrijkste rugby-match van het jaar zijdelings aanspreekt. Wat men zich ongeveer moet voorstellen als men een Duitse voetbalfan in de 89ste minuut van de WK-finale vraagt wie die spelers in die witte shirts zijn. Shay Dwyer kan echter niet anders. Op zulke momenten blijft hij de vriendelijkheid zelve.

Iedere gast moet zich onmiddellijk thuis voelen. Dat maakt een goede Irish Pub, aldus Dwyer. Dit vereist een verstandige keuze aan bier- en whiskeysoorten, live-muziek en de juiste inrichting en atmosfeer. En natuurlijk moet je de Pub-cultuur in je hebben. Een Ier herkent al bij binnenkomst, of een Irish Pub authentiek is, zegt Dwyer en herinnert zich een kort verblijf in Rome.

Om een belangrijke rugbywedstrijd te zien (het is niet helemaal duidelijk of er ook onbelangrijke rugbywedstrijden in het leven van Shay Dwyer zijn), zocht hij naar een Irish Pub Italiaanse stijl.  Maar de eigenaren hadden geen idee van de wedstrijd.  Dwyer was verbijsterd. Door de mand gevallen! Een dergelijke faux pas zou hem niet gebeuren. Als het nodig is, opent hij voor zijn mede-Ieren al om 9 uur ’s morgens, om een wedstrijd te kunnen zien. In Duitsland is rugby zeker geen kijcijferkanon, ook al wordt in Dublin dé wedstrijd van het decennium gespeeld. Dus hebben zich op deze dag een goede duizend Ieren en Engelsen in de Koblenzer Irish Pub verzameld, om te zien of het de Ieren gaat lukken om in een serie van 18 wedstrijden zonder verlies de Engelse nationale ploeg tegen te houden. Nog één overwinning zou een wereldrecord betekenen, 19 overwinningen heeft nog geen enkel team voor elkaar gekregen.

Het plezier om zichzelf aan records te meten is typisch voor de Irish Pub-cultuur. Geen wonder dat de belangrijkste verzameling wereldrecords werd uitgevonden door de bekendste Ierse brouwerij. Ook de Irish Pub in Koblenz heeft een vermelding in het Guinnes Book of Records. Het plaatselijke Drakenboot-team houdt het record voor de langste afstand die ooit door een bemanning in 24 uur is gepeddeld. 240,35 kilometer zijn sinds 2015 in het Book of Records opgenomen. Ook bij grote Drakenbootraces is het Koblenzer team regelmatig in de voorhoede aanwezig en teams met het logo van de Irish Pub nemen deel aan voetbaltoernooien of de Highland Games.

Dat dit plezier aan sportiviteit ook teruggevonden kan worden in het programma van de Pub is geen wonder. Elke week is er een “Quiz Night” en natuurlijk het verplichte nummer “karaoke”. In de rookkelder herkent men tussen dikke rookwalmen een werkend elektronisch dartsboard. Zo is er dus altijd wat te doen in de Koblenzer Irish Pub, die voor de Engelstalige toeristen een belangrijke hotspot is geworden. Britten, Ieren en Amerikanen treffen bij Dwyer een oase in den vreemde aan.  Hier kunnen ze in hun eigen taal communiceren, landgenoten treffen en krijgen ze bij Dwyer betrouwbare tips voor hun verblijf in Koblenz.

Na meer dan 30 jaar in de stad kent hij inmiddels elk hoekje en steegje. Hij vindt dat er in de afgelopen jaren veel verbeterd is. Pleinen zoals de Görres- of de Münzplatz hebben zich van parkeerplaatsen voor auto’s ontwikkeld tot populaire ontmoetingsplaatsen in de binnenstad. De oude binnenstad wordt voorzichtig opnieuw opgebouwd. En ook de mentaliteit van de Koblenzers is veranderd.

En weer dient een sportevenement als voorbeeld. Toen Duitsland in 1990 wereldkampioen voetbal werd, zat in mijn pub een groepje mannen. Echter in plaats van uitgelaten het succes mee te vieren, werd er geklaagd dat Duitsland behoorlijk slecht gespeeld had. „What is wrong with you, guys?“, dacht Dwyer destijds over dit „typisch Duitse“ gedrag. Twaalf jaar later verloor Duitsland dan de WK-finale tegen Brazilië. En toen kwamen de jongelui niettemin lachend de pub in. “Toen merkte ik, dat er iets veranderd was. Vroeger was Koblenz een soldatenstad. Tegenwoordig is het een stad voor studenten en toeristen”, herinnert Dwyer zich.

De legendarische rugbywedstrijd is nu voorbij en Ierland heeft inderdaad de historische overwinning behaald. Shay Dwyer en de andere Ierse fans vielen in elkaars armen. De weinige Engelsen die aanwezig waren bestelden eerst eens een biertje uit frustratie, ook om de op hen neer dalende spot van hun eilandburen te kunnen weerstaan. Enige troost wordt geschonken door het rondje voor iedereen, dat Dwyer uitbundig rondstrooit. “Je komt hier gewoon binnen en plotseling gebeurt er zoiets”, zegt hij en vat daarmee gelijktijdig het recept voor het succes van zijn pub samen.  Enerzijds weten zijn gasten, wat hen te wachten staat in een Ierse Pub. En toch gebeuren er elke avond gekke dingen.

Wat iets later opnieuw wordt bevestigd, als Andreas de microfoon van Brian McGovern pakt. Hij is de vrijgezel die afscheid neemt van zijn makkers deze avond. Andreas draagt een blauwe glitterjurk, die eruit ziet als een hommage aan de film “De IJskoningin”. Het punt waar hij nog in staat is om beslissingen te nemen is al lang voorbij en nu moet hij in opdracht van zijn vrienden – of het werkelijk zijn vrienden zijn, is op dit moment niet meer duidelijk – “Wonderwall” van Oasis aanheffen. Wat een vreemde keus blijkt te zijn, want met uitzondering van de tekst “And after all, you’re my wonderwall” beheerst Andreas geen enkele regel van de song.  Gelukkig staan de klanten in de pub en Brian McGovern met tekst en al paraat en helpen Andreas door zijn optreden. Hier laten we niemand afgaan. Dat is nou typisch de Irish Pub in Koblenz.

Irish Pub Koblenz

Burgstraße 7 · 56068 Koblenz · 02 61/97 38 13 88 irishpubkoblenz@web.de    ·  irishpubkoblenz.de

004BUGA2031_Mai 2017_(c) P!EL

“Allesbehalve zonsondergang”: Op stap in Koblenz met Instagrammer Sandra Bruns

Misschien moet men, zoals Sandra Bruns, bijna 20 jaar in de omgeving van Koblenz gewoond hebben om een vierkant-praktisch-goed-betonnen-functioneel gebouw uit de jaren 50 aantrekkelijk te vinden. Maar Sandra Bruns ziet de wereld gewoon met andere ogen. En zo staan we nu midden in Koblenz voor een na-oorlogs gymnasium en Sandra zegt in alle ernst: “Koblenz is toch een echt fotogenieke stad.”

Sandra Bruns is de oprichter van de Instagram account “Koblenzergram”, die ongebruikelijke, indrukwekkende en creatieve thema’s uit de stad in de Deutschen Eck verzamelt en op de sociale netwerksite voor digitale foto’s en video’s op het net publiceert. De internet fotografe heeft het emblematische symbool van Koblenz weliswaar vaak genoeg gezien: “Alsjeblieft niet nog een zonsondergang voor het ruiterstandbeeld”, kreunt zij met geveinsde kwelling. Nee, met dergelijke klassiekers onder de ansichtkaarten lokt men in de wereld van Instagram niemand weg van het fornuis. Daar gaat het om de meer ongebruikelijke beelden.

Het fotonetwerk “Instagram” begon in het jaar 2010 en stelt de gebruikers in staat om hun met hun smartphone gemaakte foto’s op het internet te publiceren. Het bijzondere van Instagram: De gebruikers kunnen hun foto’s bewerken met een reeks filters en ze daarmee een bijzondere vorm geven, bijvoorbeeld de uitstraling van een Polaroid of een vakantiefoto uit de jaren 60. Tegenwoordig behoort Instagram tot de populairste sociale netwerken van de wereld met meer dan een half miljard gebruikers, waarvan ongeveer negen miljoen in Duitsland. In veel steden in Duitsland zijn er intussen lokale gemeenschappen van Instagram-gebruikers, die met elkaar ruilen, netwerken en via gemeenschappelijke foto-zwerftochten hun vaderland ontdekken, en altijd op zoek zijn naar nieuwe, creatieve en boeiende beelden.

Sandra Bruns gebruikt Instagram sinds 2015. Daar kan men haar vinden onder haar gebruikersnaam “sandrabrunsgram”. De journaliste was onmiddellijk enthousiast over de mogelijkheden van het platform. Tijdens een ontmoeting met andere Koblenzer sociale-media-fans op de “Barcamp Koblenz” ontstond de ambitie om ook in Koblenz een Instagram-community te vestigen en met liefhebbers van fotografie te netwerken. Samen met andere gebruikers begon Sandra Bruns

“Koblenzergram”, en inmiddels bekommert zij zich in haar eentje om het profiel. De mooiste beelden vindt men niet op de overbekende eindeloos gefotografeerde toeristenattracties zoals de Deutschen Eck of de kabelbaan.

Interessanter vindt Bruns het zuidelijke stadsdeel, waar bauhaus-achtige naoorlogse bouwwerken naast oude gebouwen uit de vroege 20ste eeuw door elkaar staan. Op het Rijn-schiereiland Oberwerth staan noch villa’s overeind uit de beginperiode, terwijl de Koblenzers, ver verwijderd van de toeristische drukte in de oude binnenstad, ontspanning vinden aan de oevers van de Rijn.  Ook in de buurt van de Münzplatz komt Bruns erachter dat steeds meer hippe winkels de binnenstad verlevendigen. Bijvoorbeeld de specerijenwinkel Pfeffersack & Söhne, waar men urenlang kan snuffelen tussen Madagascar peper, vanille zout, kaneelknoppen en andere exotische specerijen. En dan is er natuurlijk het nieuw gebouwde Forum Confluentes op het centrale plein, waarvan de moderne, lichte architectuur het hart van menig Instagrammer op hol laat slaan. De bouw van het Forum stond bol van controverses in het stedelijk beleid, van de bestemming tot aan de naam voor het gebouw. Het is te betwisten of het moderne design van de architect Benthem Crouwel een verrijking of weer een ander vreemd bouwsel in de toch al zeer chaotische stadsarchitectuur is. Ook het eveneens tot het Forum behorende winkelcentrum met de obligatoire elektro-, kleding- en schoenenwinkels is zeker niet ieders smaak. Wanneer men echter binnen in het Forum Confluentes is, dan verdwijnen alle bedenkingen als sneeuw voor de zon. Plotseling staat men daar ineens sprakeloos in de fantastische, lichte architectuur van het nieuwe gebouw.

Vandaag de dag herbergt het Forum de Stadtbibliothek Koblenz, het Mittelrhein-Museum, de interactieve tentoonstelling Romanticum en het VVV-kantoor van de stad. Met name de Stadtbibliothek is een bezoek waard. Wie daar zin in heeft, gaat (dan weliswaar met een toegangsbewijs) omhoog op het dakterras voor een schitterend panoramisch uitzicht over Koblenz. De bibliotheek is voor Sandra Bruns één van haar lievelingsplekken in Koblenz. In 2016 begint zij daarom haar “In-stawalk”, een rondleiding door de stad waarvoor Instagrammers uit heel Duitsland naar Koblenz komen.

Sommigen van de hierheen gereisde Instagrammers bereiken

wel 50.000 en meer followers op het platform. In de Koblenzer Stadtbibliothek  voelen zij zich als kleine kinderen in een ballenbak. Eenmaal binnen willen ze er niet meer weg. De pretentieloze witte, grijze en zwarte kleuren lijken specifiek gebruikt om met het licht te spelen.  De kronkelige trappen, rijen met rekken en ronde hoeken bieden ontelbare interessante perspectieven. Het is een waar paradijs en zo ontstonden alleen op deze dag al meer dan 100 foto´s van de Stadtbibliothek voor het net. Deze werden tot nu toe duizenden keren bekeken.

De resultaten van een dergelijke foto-wedloop zijn totaal verschillend.     Sommige internetfotografen plaatsen zonder onderbreking foto’s op hun profiel, waarmee zij hun dag in Koblenz onderbouwen. In tegenstelling tot de Keulse Johanna, die op Instagram als “beautelicieuse” aanwezig is.  Meer dan 60.000 mensen volgen haar op het platform. Zij toont hen slechts één foto van haar trip naar Koblenz, vergezeld van een kort, persoonlijk verhaal.  Soms moet men gewoon iets anders doen. Ook Sandra Bruns heeft een voorkeur voor sobere natuurlijke beelden, als zij foto´s voor `Koblenzergram` selecteert. Haar activiteiten heeft ze inmiddels tot buiten de stadsgrenzen verlegd. Op `Mittelrheingram` wil ze nu de schoonheid van het gehele werelderfgoedgebied onder de aandacht brengen van de Instagram-community.

“Er zijn zulke mooie landschappen en unieke plaatsen aan de Midden-Rijn”, mijmert ze, maar zegt ook: “Er kan nog veel meer worden gedaan.” Want als de foto-community zich eenmaal voor een bepaalde plaats interesseert, krijgt deze al snel een cultstatus op het internet. Een voorbeeld daarvan is de niet veraf gelegen Burg Eltz in de Eifel.

De pittoreske vesting uit de 12de eeuw is een waar Mekka geworden voor de Instagram-community. Er zijn reeds meer dan 10.000 inzendingen over de vesting. Meerdere fotografen brengen daar vele dagen door en wachten op die ideale lichtval en omstandigheden voor “hun” foto met #BurgEltz. De vesting is een droombestemming geworden voor de foto-community. Aan vergelijkbare beelden is aan de Midden-Rijn geen gebrek. Burg Pfalzgrafenstein, de Marksburg of de oude binnensteden van Oberwesel, Bacharach en Boppard zijn niet minder de moeite waard. Sandra Bruns wil er graag toe bijdragen dat dit verandert. Wie zich geroepen voelt om haar daarbij te helpen, kan zijn foto’s op Instagram taggen met #koblenzergram en #mittelrheingram. Misschien “klikt” het weldra ook aan de Midden-Rijn:

Forum Confluentes met de Stadtbibliothek, Romanticum en het Mittelrhein-Museum

Zentralplatz 1 · 56068 Koblenz · Openingstijden: dagelijks van 9.00 tot 20.00 uur

Mittelrhein-Museum

02 61/1 29 25 20 · info@mittelrhein-museum.de · mittelrhein-museum.de Openingstijden: dagelijks behalve maandag van 10.00 tot 18.00 uur

Romanticum

02 61/1 94 33 · Openingstijden: dagelijks van 10.00 tot 18.00 uur

 

Verandering van perspectief: De T-shirts van ontwerper Mick Noll veranderen de blik op Koblenz

Je moet maar op het idee komen om de plattegrond van een reeds lang gesloten biertent als ontwerp voor een T-shirt te gebruiken. Het heeft Mick Noll echter nog nooit geïnteresseerd, of zijn Koblenz T-shirts in de smaak vallen bij de massa’s. Voor hem is het belangrijker dat er een verhaal aan vast zit. En de “Kleine Freiheit” was voor hem de plaats, “waar iedereen je naam kent”. In het jaar 2014 gingen hier de laatste glazen bier over de toonbank en toen doofden de lichten. In Noll’s kledingmerk “Bunneswear” leeft de “Kleine Freiheit” nu verder als T-shirt print.  En als statement voor het behoud van de kroegencultuur, die men niet vaak meer tegenkomt in de tijden van cocktailbars en shisha-lounges. Dergelijke boodschappen zijn voor Mick Noll zeer belangrijk. Ze zitten ook in zijn andere Koblenz prints.

Wie aan de Midden-Rijn op zoek is naar originele souvenirs, waant zich vaak in een video uit de jaren 70. Bierpullen, koekoeksklokken en de onvermijdelijke kerstkitsch van Käthe Wohlfahrt, die men in Rüdesheim zelfs midden in de zomer kan krijgen, dienen in het bijzonder de vraag van buitenlandse gasten. Natuurlijk willen zij hun bezoek aan de Rijn met een “typisch Duits” souvenir herdenken. Geen probleem: Ook wij Duitsers brengen uit New York een cowboyhoed mee terug en uit Glasgow een Schotse rok, eten zelfs in Zuid-Tirol nog een pizza Margherita en in Hong Kong een Peking-eend.  Cliché’s horen erbij in de toeristische sector.

Maar uiteindelijk, wanneer men midden in één van de belangrijkste wijnstreken van Duitsland kleding met een  “Hofbräuhaus” print ontdekt, lijkt het alsof men in een satirische sketch zit. Michael “Mick” Noll krijgt alleen al bij de gedachte kippenvel. Voor hem was het altijd al duidelijk: Wat in Keulen, Berlijn of in de Ruhrpot mogelijk is, moet hier toch ook kunnen – de liefde voor zijn thuisstad bekennen op een coole en niet gênante manier. En omdat hij in de boetieks in Koblenz niets vond nam hij zelf het heft in handen. “Ik zocht naar een alternatief voor het shirt van Tus Koblenz”, zegt hij. Het shirt van de plaatselijke voetbalclub was lange tijd het enige passende kledingstuk voor de Koblenzers om hun herkomst te tonen. De trots op de anders vermoedelijk alleen bij die-hard deskundigen bekende club komt voort uit een korte episode van de jongere clubgeschiedenis in het Duitse professionele voetbal.

Van 2006 tot 2010 speelden de TuS in de tweede divisie en zorgde, kort na het WK voetbal in Duitsland, voor een voetbalboom aan de Rijn en de Moezel. Inmiddels is de club door de werkelijkheid ingehaald. Na meerdere degradaties en een insolventieprocedure is de club opnieuw op de bodem beland van het regionale voetbal. En in de T-shirtshop van Bunneswear: Wie echt niet zonder de TuS kan, krijgt ook het stadion Am Oberwerth bij Bunneswear. Zonder clublogo, zonder tekst, zonder overdreven club cult.

Het Tus T-shirt toont meteen de grondgedachte achter de Bunneswear T-shirts: In plaats van overbekende plaatsen en bezienswaardigheden in de stijl van een ansichtkaart te portretteren, doet Mick Noll het  vanuit vogelperspectief.  Zijn ontwerpen tonen de plaatsen van boven af. De tot lijnen en vlakken gereduceerde prints moeten de mensen aansporen om een nieuwe blik op Koblenz te werpen. De reputatie van de slaperige ambtenarenstad wil Noll doorbreken met prints, die niet iedereen mooi zal vinden en die letterlijk randen en hoeken hebben.

Veel blijft er niet meer over van de op deze wijze bewerkte bezienswaardigheden. Van het keizerlijke pompeuze ruiterstandbeeld aan de Deutschen Eck blijft in de tekeningen van Noll een wit vierkant op een donker vlak over. De trotse Pruisische veldheer wordt letterlijk met de aardbodem gelijk gemaakt. Dit absoluut subversief bedoelde understatement bevalt Noll zeer goed. Zo kan men zijn T-shirts ook eens onder een jasje dragen. Sinds 2012 produceert hij de T-shirts voornamelijk op verzoek en verkoopt hij ze in zijn online shop. Niet alleen de prints, maar ook de naam Bunneswear zijn een eerbetoon aan zijn thuisland. Het begon allemaal met een stompzinnige uitspraak. Noll zat gezellig samen met een paar vrienden van school toen er één vertelde dat hij binnenkort werd opgeroepen voor zijn lichting. Mick Noll antwoordde spontaan: “Dan draag je straks alleen nog maar Bunnes-Wear.” Het woordspel van de Bundeswehr en “Bunnes”, een Koblenzer naam voor domkop, bleef hangen. Ergens wist Mick altijd al dat men daar iets mee kon doen. De jaren gingen voorbij, na een studie Communicatie kwam de overgang naar het beroepsleven in een reclamebureau. Ook privé ging het verder.  Trouwen.  Kinderen.

En terwijl het leven snel aan hem voorbij ging, realiseerde hij zich: Er is nog een ander baby’tje dat al jaren wacht om geboren te worden.  En hij wist ook: hoe langer hij wachtte, des te onwaarschijnlijker, dat deze baby ooit het daglicht zou aanschouwen. Noll wilde niet op een ochtend wakker worden en inzien dat hij het nooit geprobeerd heeft.  Alsjeblieft niet zelf een “Bunnes” worden. Dus startte hij zijn T-shirt project. Bunneswear was geboren.

Bij de keuze van de prints liet Noll zich leiden door de symbolen van de stad en persoonlijke voorkeuren. Net als bij de “Kleine Freiheit” is hij ook bij de andere plaatsen, die hij op zijn T-shirts vereeuwigt persoonlijk betrokken. Zo is de Marksburg er als symbool van zijn thuisstad Braubach bij. De rest is stadsgeschiedenis: Iedereen die de collectie van Bunneswear ziet, is in principe al met de rondleiding door Koblenz begonnen. Deutsches Eck en Fort Ehrenbreitstein hangen er natuurlijk ook tussen. Dan gaat het verder naar Fort Konstantin, net zoals de vesting onderdeel is van de oude vestingwerken van de stad. Het fort zetelt heden ten dage boven het Koblenzer treinstation en is daarmee, op dezelfde wijze als de Dom in Keulen, het historische gebouw in de stad, dat reizigers te zien krijgen zelfs als ze niet in Koblenz uitstappen. Eens was de vesting een buitenpost in de verdedigingslinie van de stad. Tegenwoordig is het een populaire plaats om te trouwen.

En ook het derde symbool van Koblenz naast de vesting en de Deutschen Eck kan men bij Bunneswear ontdekken. Van boven ziet het aan het eind van de 18de eeuw door de keurvorst van Trier gebouwde fort er handig uit, alsof men het eenvoudig in een koffer kan inpakken en meenemen. Mick Noll mijmert vooral over de ontspannen sfeer in het Schlosspark; sinds de Bundesgartensachau een populaire ontmoetingsplaats voor de bewoners van Koblenz is om te picknicken of er eenvoudig even “uit” te zijn. Of er verder nog bezienswaardigheden als Bunneswear-T-shirts komen, staat nog niet vast. Op dit moment is het een nevenproject van Mick Noll, waar hij alleen in zijn vrije uurtjes tijd aan besteed. Maar wie weet: Misschien dragen de Japanners binnenkort bij hun aankomst thuis niet alleen een koekoeksklok onder de arm, maar ook een Bunneswear T-shirt onder hun trui.

Bunneswear

Alle informatie op Facebook en bunneswear.de

Fort Konstantin

02 61/4 13 47 · info@pro-konstantin.de · pro-konstantin.de

Er worden op verzoek rondleidingen door de vereniging Pro Konstantin georganiseerd.

Kurfürstliches Schloss

56068 Koblenz · Openingstijden: dagelijks van 14.00 tot 19.00 uur

TuS Koblenz

02 61/2 01 77 00 · post@tuskoblenz.de · tuskoblenz.de

Openingstijden van het kantoor: Maandag, dinsdag en donderdag van 10.00 tot 15.00 uur en op vrijdag van 9.00 tot 13.00 uur

 

Landesmuseum, de scene, specerijen: Mijn tips voor Koblenz:

Natuurlijk is er in Koblenz nog veel meer te ontdekken en te beleven. Hier volgen enkele persoonlijke aanbevelingen over plaatsen, die een bezoek waard zijn. Zoals alles in dit boek is ook deze lijst absoluut subjectief en gegarandeerd onvolledig.

Interessante tentoonstellingen:

Landesmusem Koblenz in Burcht Ehrenbreitstein

02 61/66 75 – 0 · landesmuseum-koblenz.de

Openingstijden: Van april tot oktober dagelijks van 10.00 tot 18.00 uur en van november tot maart dagelijks van 10.00 tot 17.00 uur

Op de Ehrenbreitstein vinden voortdurend tentoonstellingen over allerlei onderwerpen plaats. De IJstijd, Indianen, kunstgeschiedenis, het spectrum is breed en uiteenlopend. Het Landesmuseum biedt een permanente tentoonstelling over archeologische vondsten rond de Midden-Rijn en de Moezel en over de geschiedenis van de fotografie. Daarbij worden er altijd actuele en meestal tijdelijke tentoonstellingen over de meest uiteenlopende onderwerpen georganiseerd die absoluut de moeite waard zijn. In het algemeen hebben ze betrekking op het Bundesland Rheinland-Pfalz. Een bezoek aan het Landesmuseum is in het toegangsbewijs voor Fort Ehrenbreitstein inbegrepen.

Rheinmuseum Koblenz

Charlottenstraße 53a · 56077 Koblenz 02 61/70 34 50 · info@rhein-museum.de

Openingstijden: dagelijks behalve maandag van 10.00 tot 17.00 uur.

Het Rheinmuseum in het stadsdeel Ehrenbreitstein is gewijd aan de geschiedenis van de langste rivier van Duitsland en varieert van de vroege geschiedenis tot aan de moderne scheepvaart. Daarbij worden er wisselende bijzondere tentoonstellingen georganiseerd. Met name de vele modellen van de verschillende Rijnschepen zijn absoluut de moeite waard en voor kinderen zeer boeiend. Achter het museum voert een hellende kabelbaan naar boven naar de vesting. Naast de kabelbaan is er een andere mogelijkheid om boven bij de vesting te komen. Parallel daaraan ligt er tevens een prachtig voetpad naar boven naar de vesting.

Voor elke gelegenheid:    Het    Café    Einstein Firmungstraße 30 · 56068 Koblenz · 02 61/9 14 – 4999 info@einstein-koblenz.de · einstein-koblenz.de Openingstijden: Van maandag tot donderdag van 09.00 tot 00.00 uur, vrijdag, zaterdag en vrije dagen van 09.00 tot 14.00 uur, zon- en feestdagen van 10.00 tot 00.00 uur.

Ofwel voor een zakelijke lunch, voor een cocktailavond met vrienden of voor een snack met het volledige reisgezelschap: Café Einstein is een solide allrounder, dat je niet mag missen. De sfeer is ongedwongen en uitstekend, de bediening beleefd en vlot. Ook wordt er een zeer uitgebalanceerd menu aangeboden: De keuze uit soepen, salades, pasta’s en vleesgerechten maken het zeer onwaarschijnlijk dat niemand er iets vindt. De prijs-kwaliteitverhouding bij de gerechten klopt ook.

Volledig in de geest van de tijd: Het Restaurant-Bistro-Café Miljöö Gemüsegasse 8 · 56068 Koblenz · 02 61/1 42 37 miljoeoe@gmx.de · cafe-miljoeoe.de

Miljöö in de oude binnenstad van Koblenz is met zijn vintage-uitstraling uiterst modern en in de geest van onze tijd. Men voelt onmiddellijk aan: Hier wordt waarde aan de kwaliteit van het eten gehecht. Er wordt uitdrukkelijk een grote keuze aan vegetarische en veganistische gerechten aangeboden, geen voedselintolerantie waar de keuken geen remedie voor heeft. Net zo hip als het menu is het decorconcept: Meerdere kunstenaars stellen in Miljöö hun schilderijen tentoon en zorgen zo voor afwisseling aan de wanden.

Cultcafé in de oude binnenstad: Das Schiffchen

Aan de Liebfrauenkirche 21 · 56068 Koblenz · 02 61/3 94 95 00

Das Schiffchen is beroemd om zijn uitgebreide keuze aan whisky’s en bieren. De sfeer kan met de typische kroegenparafernalia van `rustiek` via `vreemd` tot `gezellig` als uitstekend worden gekarakteriseerd. Wie gewoon gezellig van een biertje wil genieten, doet in Das Schiffchen niets verkeerds.

Volg gewoon je neus:  Specerijenwinkel   Pfeffersack   &   Söhne An der Liebfrauenkirche 1 · 56068 Koblenz · 02 61/45 09 92 90 hallo@pfeffersackundsoehne.de · pfeffersackundsoehne.de Openingstijden: van maandag tot zaterdag van 10.00 tot 20.00 uur.

De specerijenwinkel is relatief nieuw in Koblenz. En hij is al tot over de stadsgrenzen bekend. Kooktijdschriften en televisie- en radiozenders staan rijend dik in de winkel, die een einde maakt aan wat men in het kruidenrek van de supermarkt krijgt. Hier is handarbeid troef. Verschillende soorten pepers, zout, specerijen en knoppen worden zorgvuldig in speciaal vervaardigde aardewerken potten gevuld. Amateur koks kunnen voor de eerste experimenten thuis kant-en-klare kruidenmixen kopen. Pfeffersack & Söhne hoort eigenlijk thuis in een trendy Hamburgse of Berlijnse stadswijk, echter bevindt zich aan de Münzplatz.

Wijndorp Leutesdorf

In Koblenz komen de wijnstreken van de Midden-Rijn en de Moezel samen. Langs de Rijn vindt men in Koblenz echter geen wijngaarden. Daarvoor moet men verder doorreizen naar Leutesdorf bij Neuwied. De wijnboeren van het kleine dorpje doen geweldig werk, waardoor het de moeite waard is uit het werelderfgoedgebied in noordelijke richting te reizen.

Wijngaard Selt

Zehnthofstraße 22 · 56599 Leutesdorf · 0 26 31/7 51 18 info@weingutselt.de   ·  weingutselt.de

Peter Selt behoort tot de langst gevestigde wijnboeren van Leutesdorf. Reeds vele decennia produceert hij met de regelmaat van de klok absolute topwijnen.

Wijngaard Sturm, Leutesdorf

Burgstraße 20 · 56567 Neuwied · 0 26 31/9 47 60 26 info@sturm-weingut.de   · sturm-weingut.de

Aan de Rijn bij kilometerpaal 614 vindt men de nieuwste wijngaard van Martin Sturm. De voormalige in economie gespecialiseerde journalist is een laatbloeier en nieuwkomer op het gebied van de wijnbouw. In 2011 opende hij zijn biologische wijnbouwbedrijf en behoort nu al tot de erkende wijngaarden van de streek.

008BUGA2031_Mai 2017_(c) P!EL

Vanaf hier uitsluitend met de veerboot: Het noordelijke dal – Wat is eigenlijk de Midden-Rijn, en zo ja, hoeveel?

Twee bruggen markeren de grens van Koblenz en het begin van het daadwerkelijke Midden-Rijndal. De Horchheimer Brug en de overgang van de B 327 zijn de laatste vaste oeververbindingen tot de met de auto op 70 kilometer afstand gelegen Schiersteiner Brug tussen Mainz en Wiesbaden. Wie van oever wil veranderen, is vanaf hier aangewezen op één van de zes Rijn-veerboten die op verschillende locaties in het dal varen; zo u wilt, begint hiermee de echte “ervaring van het werelderfgoed van het Boven-Midden-Rijndal”.  Echter voordat we ons in dit gebied begeven, is het wellicht zinvol om uit te leggen, wat met dit ellenlange woord “Werelderfgoed Boven-Midden-Rijn” wordt bedoeld.

Zo niet, dan kan het gebeuren dat men in de complexiteit van de namen verloren gaat en misschien zelfs iemand uit de streek kwetst, omdat men hem verkeerd plaatst. Want hier in het gebied van de Midden-Rijn botsen niet alleen de cultuur en de mensen van twee deelstaten op elkaar. De bewoners van de vallei tikken heel anders dan die op de hoogvlakte van de Hunsrück en Taunus leven. Koblenz heeft meer dan 100.000 inwoners. Een kleine lokale gemeenschap als Nochern in de gemeente Loreley telt slechts 500 zielen. In de omgeving van Rheingau en Rüdesheim “babbeln se”, in de Hunsrück wordt “gesabbelt”; dit zijn maar een paar kleine, echter subtiele verschillen. En ten minste de helft van de mensen in het dal leeft hoe dan ook op de “ebsch Seit”, de verkeerde of slechte kant.  Echter: Welke van de twee oevers van de Rijn wordt hiermee dan bedoeld?

Het is dan ook niet gemakkelijk om aan alle gevoeligheden aan, in en om het Rijndal te voldoen. En niet iedereen, die als gevolg van zijn woonplaats een bewoner is geworden van het werelderfgoedgebied, is gelukkig met deze “inlijving”. Echter de Unesco heeft een vrij duidelijk idee over wat bij het “Werelderfgoedgebied van de Boven-Midden-Rijn” hoort. In het zuiden wordt het gebied begrensd door de steden Bingen en Rüdesheim en in het noorden door Koblenz.  Ten westen en ten oosten van de Rijn reikt het werelderfgoedgebied tot de hoogvlakten van de Hunsrück en de  Taunus. Waldalgesheim in het district Mainz-Bingen is ook nog steeds onderdeel van het werelderfgoed, net zoals Auel in het district Rhein-Lahn.

Deze indeling laat zien: Wat niet past, wordt door de Unesco passend gemaakt. Zelfs bij Koblenz moeten geografen een oogje dichtknijpen wanneer men de stad nog tot het Boven-Midden-Rijndal wil tellen. Formeel stopt de pret eigenlijk bij de uitbreiding van het Midden-Rijngebied tot Bingen en Rüdesheim. In ieder geval is dit geografisch niet meer correct.

Wetenschappers verdelen de loop van de Rijn in zeven delen: Alpenrhein (met de Voor-Rijn en de Achter-Rijn), de Bodensee, de Hoge Rijn, Boven-Rijn, Midden-Rijn, Neder-Rijn en de Rijndelta. De Midden-Rijn strekt zich uit van dicht bij de monding tot aan Bonn, en begint eigenlijk pas nadat de rivier bij Bingen en Rüdesheim voorbij gestroomd is. Deze behoren theoretisch nog bij het gebied van de Hoge Rijn, of bij een deel van de Rijn-eilanden. Deze naam is afkomstig van de talrijke Auen en Werthen, die aan de rivier tussen Mainz en Bingen grenzen en deze steeds opnieuw in verschillende takken opdelen.

De eigenlijke toegang tot het dal wordt gemarkeerd door de Binger Mäuseturm.  Vanaf hier deelt de langste Duitse rivier het Rheinische Schiefergebergte in tweeën. Het deel van de Rijn tussen Bingen en Koblenz wordt gewoonlijk het Boven-Midden-Rijndal genoemd. Het Boven-Midden-Rijndal wordt rechts van de Rijn begrensd door de Taunus. Op de linkeroever verheft zich de Hunsrück. Koblenz zelf ligt weliswaar helemaal niet in het Boven-Midden-Rijndal, maar in het uitgestrekte bekken van de Midden-Rijn. Deze laagvlakte scheidt het Boven-Rijndal van het Neder-Rijndal dat door de Eiffel en het Westerwald wordt ingesloten. Dit alleen al is voor een leek verwarrend genoeg. Eerst wil men wel eens een  slok goede wijn tot zich nemen om weer een helder hoofd te krijgen. Maar dan wordt het pas echt ingewikkeld. Want bij het Boven-Midden-Rijndal horen twee wijnstreken. Links van de Rijn begint de wijnstreek “Mittelrhein” ten noorden van Bingen, de eerste grotere wijngaarden beginnen weliswaar pas bij Trechtingshausen en Niederheimbach. Rechts van de Rijn begint de Midden-Rijn pas ten noorden van het Wisperstal, aan de landsgrens van Hessen en Rheinland-Pfalz. De Hessische wijngaarden van het Boven-Midden-Rijndal rondom Rüdesheim, Assmanshausen en Lorch behoren nog tot het gebied van de Rheingau. Hier mogen de hard werkende Midden-Rijn-wijnboeren uit het Neder-Rijndal, die in Lautesdorf bij Neuwied hun bolwerk hebben, niet worden vergeten.

Het Boven-Midden-Rijndal reikt dus volgens de Unesco van Bingen en Rüdesheim tot Koblenz. Geografisch gezien, is dat het zuidelijke deel van de Midden-Rijn, en reikt het van vlak bij de monding tot het bekken van de Midden-Rijn rond Koblenz. De wijnstreek “Midden-Rijn” begint aan de linkeroever van de Rijn ten noorden van Bingen en rechts van de Rijn ten noorden van Lorch en omvat vanaf dat punt alle vlakke gedeelten langs de Rijn. Dit gezegd hebbende, kunnen we dan eindelijk gaan genieten van  waarom we eigenlijk hier naartoe zijn gekomen: de schoonheid van het Rijndal tussen Koblenz en Bingen.

006BUGA2031_Mai 2017_(c) P!EL

Loodhoudende lucht: Slot Stolzenfels en de Marksburg

De ontvangst aan de noordelijke toegang tot het dal kan gewoon niet sfeervoller zijn. Twee indrukwekkende vestingen flankeren de toegang tot het dal en tonen meer dan alleen maar een voorproefje van wat de bezoeker nog te wachten staat. Slot Stolzenfels aan de linkeroever van de Rijn staat nog steeds in het stedelijke gebied van Koblenz.  Het in de 19de eeuw opnieuw opgetrokken slot geldt als één van de belangrijkste bouwwerken van de Rijnromantiek. Op een bepaalde manier bakenen Stolzenfels en de in het zicht liggende Marksburg daarmee het spectrum af, van wat men op het gebied van vestingen aan de Midden-Rijn kan verwachten.

Stolzenfels is de typische romantische Pruisische Rijnvesting en toont, hoe de Hohenzollern in de 19de eeuw een voorstelling hadden van de Middeleeuwen. Wie echt een tijdreis naar de Middeleeuwen wil maken moet de Marksburg bezoeken. Gebouwd in de 13de eeuw, is de Marksburg tot op heden intact gebleven. Deze vesting en het kasteel Pfalzgrafenstein bij Kaub zijn de enige vestingen aan de Midden-Rijn uit deze tijd die volledig behouden zijn gebleven.

De bewogen geschiedenis van de vesting wordt meteen bij de ingang duidelijk, waar een expositie van wapenschilden op de verschillende eigenaren duidt.  Tegenwoordig behoort de vesting toe aan de Duitse Burgenvereinigung, die hier terecht tevens haar hoofdzetel heeft. Voor de symbolische prijs van 1000 Reichsmark kocht de vereniging de vesting in het jaar 1900 van het land Pruisen, dat het in de tussentijd in bezit had.

 

Dankzij de inzet van de vereniging behoort de Marksburg tegenwoordig tot de best bezochte bezienswaardigheden van het Boven-Midden-Rijndal. Jaarlijks vinden 185.000 bezoekers de weg naar boven de berg op en reizen terug naar de Middeleeuwen. Wanneer men uiteindelijk bij de folterwerktuigen belandt, wordt men er ook opnieuw aan herinnerd, dat dit bijwijlen zeer donkere tijden waren. Toch oefenen zij een bijna angstaanjagende fascinatie op ons uit.

Griezelig zijn tevens de drie schoorstenen, die achter de Marksburg boven een heuvel uitsteken. Die behoren toe aan een oude lood- en zilversmederij. De metaalbewerking in Braubach gaat terug tot in de 17de eeuw. De onaangename gevolgen van honderden jaren lang metaalambachten: in de jaren 80 gold Braubach als de meeste met lood vervuilde plek in de Bondsrepubliek. De inwoners van Braubach werd zelfs aangeraden om vanwege het gevaar voor vergiftiging geen zelf verbouwde groenten en fruit te eten.  Gelukkig is de situatie intussen verbeterd: De oude loodsmelterij is tegenwoordig een recyclingbedrijf voor auto-accu’s en geld als exemplarisch voor de naleving van de milieunormen. De schoorstenen zijn tegenwoordig nog steeds in werking. Als er iets uit opstijgt, is dat echter alleen waterdamp. Desalniettemin staan zij voor de lange geschiedenis van de mijnbouw in het Midden-Rijndal. De lood- en zilversmederij is als industrieel monument zelfs onderdeel van het Unesco werelderfgoed.

Slot Stolzenfels

56075 Koblenz · 02 61/5 16 56 · schloss-stolzenfels.de

Openingstijden: Van 15 maart tot 31 oktober dagelijks van 10.00 tot 18.00 uur, ’s maandags gesloten. In november en van 1 februari

tot 14 maart, op zaterdagen, zon- en feestdagen van 10.00 tot 17.00 uur geopend, in december en januari gesloten.

Marksburg

56338 Braubach · 0 26 27/2 06 marksburg@deutsche-burgen.de   ·   marksburg.de

Openingstijden: 25 maart tot 1 november dagelijks rondleidingen tussen 10.00 en 17.00 uur, in de winter rondleidingen tussen 11.00 en 16.00 uur.

 

Verbindingen: De veerboten op de Midden-Rijn

Wie een reis maakt langs de Midden-Rijn komt er bijna niet omheen: Reeds eeuwen lang verbinden veerboten de linker- en rechteroever van de Rijn, want in het gehele Boven-Midden-Rijndal zijn er geen bruggen over de Rijn (en tevens geen tunnels eronderdoor). De laatste brug over de Rijn tussen Bingen en Rüdesheim was de in de tweede wereldoorlog gebombardeerde Hindenburg brug, waarvan de pijlers vandaag nog als gedenktekens in de rivier staan.

Reeds vele jaren wordt hevig gediscussieerd over de nieuwe bouw van een brug over de Midden-Rijn.  De kosten voor een dergelijk project bedragen voorzichtig geschat ten minste 40 miljoen euro. Bovendien moet de geplande brug de zegen hebben van de Unesco om de status van werelderfgoed niet op het spel te zetten. Weliswaar hebben de internationale erfgoed beschermers laten weten, dat een brug er niet automatisch toe hoeft te leiden dat de status van werelderfgoed ontkend wordt.  Echter de realiteitstest van deze uitspraken is nog in behandeling. En zolang de brug twistappel is van de landspolitiek, zal het zo blijven.

Gezien deze situatie, is het niet te gedurfd om een voorspelling te doen: Tot de eerste auto’s over een nieuwe brug over de Rijn rijden, zullen nog vele jaren voorbij gaan. Zelfs een brug in het jaar 2031, wanneer de Bundesgartenschau haar deuren opent, is een ambitieus doel. Zolang zullen veerboten de Rijn blijven oversteken en pendelaars, toeristen, bromfietsers, scholieren en fietsers veilig naar de overkant brengen. En wel met de gegarandeerde toestemming van de Unesco: De veerboten zijn officieel onderdeel van het werelderfgoed aan de Midden-Rijn.

Waar, wanneer en vooral hoe de afzonderlijke veerboten de Rijn oversteken, is elementaire kennis van de Midden-Rijn. Anders kan het gebeuren dat je op een mooie zomeravond op een donkere aanlegplaats van een veerboot staat zonder het vooruitzicht vóór de dageraad aan de andere kant te komen. Dus is hier het ultieme overzicht van veerboten aan de Rijn, die sinds 2016 zijn samengegaan in Fährbund Mittelrhein.

Voor parkeerkunstenaars: de veerboot Boppard-Filsen

Veerboottijden: November tot maart elke dag tot 19.00 uur.

In april en oktober, vaart de veerboot tot 20.00 uur in mei en september tot 21.00 uur en in de zomermaanden tot 22.00 uur.

De eerste veerboot achter Koblenz ligt in Boppard. Sinds bijna 150 jaar is er een Rijnoversteek op deze plaats. Nog tot in de jaren 60 werd er een kabelveerboot gebruikt, pas toen schakelden de exploitanten over op een motorveerboot. Dit is echter niet de grootste eigenaardigheid van de veerboot van Boppard: die heeft namelijk een zij-ingang. Terwijl automobilisten heel eenvoudig op alle Midden-Rijnveerboten kunnen rijden, moet in Boppard in- uitgeparkeerd worden. Niet zo gemakkelijk op het kleine schip. Gelukkig helpt het veerbootpersoneel bij het manoeuvreren.

Met uitzicht op de kastelen: de veerboot St. Goar-Sankt Goarshausen

Veerboottijden: 1 mei tot 30 September elke dag tot 22.30 uur, in de herfst- en wintermaanden tot 21.00 uur

Een ritje op de “Loreley VI” tussen St. Goar en Sankt Goarshausen heeft wel iets: het uitzicht op de kastelen Rheinfels en Katz, de gevels van de twee steden, de rivier die uit de smalle vallei met bochten komt, dat levert wel een prachtig panorama op. De Loreley wordt vooral aanbevolen voor voetgangers en fietsers, omdat beide aanlegplaatsen, in tegenstelling tot de andere veerboten, zich dicht bij beide stadscentra bevinden. Dit feit en de lange veerboottijden tot in de late avonduren maken van de Loreley-veerboot één van de meest gebruikte veerboten op de Midden-Rijn.

Voor wie haast heeft: de veerboot Kaub

Veerboottijden: in de zomer elke dag tot 20.00 uur. De laatste overtocht gaat van de aanlegplaats “Engelsburg” naar Kaub.

Als de veerboot in Niederheimbach vertraging oploopt, dan is de volgende veerboot in Kaub de express. Er is nauwelijks afgemeerd, of je bent al aan de andere kant in Kaub aangekomen. Dat is een beetje jammer, want op de veerboot van Kaub is het meeste te zien en te ontdekken. Allereerst is natuurlijk de indrukwekkende burcht Pfalzgrafenstein (zie hoofdstuk Kaub). De burcht van Gutenfels troont boven de stad. Stroomafwaarts kijkend, is Oberwesel en de Schönburg te zien (zie hoofdstuk Oberwesel). Ook altijd interessant: een blik op het Pegelhaus, dat de waterstand van de Rijn onthult. Geen wonder dus, dat de veerbootmannen in Kaub van zichzelf beweren dat ze het mooiste werk ter wereld hebben.

Let op, linksrijdend verkeer: Veerboottijden van de veerboot Niederheimbach-Lorch : in de zomer elke dag tot 20.00 uur in de winter tot 19.00 uur. De laatste overtocht gaat van Lorch naar Niederheimbach.

Elk van Midden-Rijnveerboten heeft zo zijn kleine eigenaardigheden. Aan de aanlegplaats van Niederheimbach is het niet alleen de zeer smalle en lage onderdoorgang, die het voor caravans en vrachtwagens onmogelijk maakt om deze veerboot ook maar te gebruiken. Na de tunnel wordt automobilisten gevraagd op de linkerrijstrook te rijden. Dat is nodig, zodat de uit

Lorch komenden automobilisten gemakkelijker de veerboot af komen. Daarvoor krijg je hier het meest geboden voor de ticket: vanuit Lorch komend, duurt de Rijnovertocht het langst van alle veerboten. Bijna tien minuten verstrijken tot de aanlegplaats Niederheimbach bereikt is.

De „Späti“ (de late): de veerboot Bingen-Rüdesheim

Veerboottijden: in de zomer elke dag tot 0.00 uur, vrijdag en zaterdag

tot 1.00 uur. In geval van twijfel is hier dus de laatste kans, om nog zonder grote omwegen te wisselen van de kant van de Rijn.

De veerboot tussen Bingen en Rüdesheim vaart het vaakst van alle veerboten op de Midden-Rijn. Tot 1,3 miljoen voertuigen per jaar worden hier overgezet. Omdat de veerboot die tot de scheepvaartmaatschappij  Bingen Rüdesheimer behoort echter tot middernacht (en zelfs tot 1uur in het weekend) dubbel vaart, zijn er bovendien zelden lange wachttijden. Die zijn er eerder bij de uitgang van de aanlegplaats Rüdesheimer direct bij de spoorwegovergang. Als er uitgerekend bij het eruit rijden een goederentrein van een paar honderd meter voorbijraast, is een beetje geduld nodig.

Veeleisende slalom:

De veerboot Niederheimbach-Lorch veerboottijden: in de zomer elke dag tot 22.15 uur in de winter tot 21.15 uur

Eigenlijk ligt hij niet langer op het gebied van het werelderfgoed, maar hij behoort nog steeds tot de Fährbund Mittelrhein: de veerboot

“Maul”(bek) verbindt voor de toegangspoorten van het Midden-Rijndal de Rheingau met Rheinhessen. Max. 32 auto’s en 260 mensen kunnen ermee van de ene naar de andere kant gebracht worden. Het vaartraject tussen de twee plaatsen is bovendien absoluut uitdagend: tussen de zandbanken en de Werthen in de Rijn moet afhankelijk van de waterstand zeer nauwkeurig genavigeerd worden.

 

Red de wijnen: vrijwillige wijnboeren in Brey en Braubach

Voetbal is niet noodzakelijkerwijs de sport, die met het genieten van wijn in verband wordt gebracht. Als er een balletje getrapt wordt, stroomt meestal het gerstensap overvloedig. En dat fans een glas semi-droge Riesling heffen bij de overwinning  van hun favoriete team, hoor je ook maar zelden. In Braubach is een gezelschap van amateurspelers er echter in geslaagd om de wijnbouw in de stad te redden. Zonder de vriendenkring van het team van Braubach United, zou er geen lokale wijn meer uit de plaats komen, die zichzelf

“wijn- en rozenstad” noemt. En op een van de mooiste wijnfeesten aan de Midden-Rijn, zou er geen enkele kraam meer zijn die wijnen uit Braubach zou aanbieden.

Met ongeveer 450 hectare is het verbouwingsoppervlak van de Midden-Rijn één van de kleinste teeltgebieden in Duitsland.  Dit was niet altijd het geval:  aan het begin van de

19e     eeuw waren er nog bijna vijf keer zo veel wijngaarden in de regio. Maar de moeilijk te bewerken teeltgebieden waarvan wel 85 procent meer dan 60 procent helling heeft,  dus steile hellingen zijn, werden steeds minder toen het gebruik van machines in de wijnbouw vorderde. In vergelijking met de grote, vruchtbare gebieden van Rheinhessen en de Palts hadden

de relatief kleine wijnboeren van de Midden-Rijn het moeilijk om te kunnen blijven concurreren. Veel familiebedrijven en boeren die wijnbouw niet als hoofdverdienste hadden, gaven op, hun land viel brak en verdween onder braamstruiken. Dit leidde ertoe dat veel traditionele wijndorpen tegenwoordig geen eigen wijnboeren meer hebben. Braubach is dat lot bespaard gebleven, omdat een paar vrienden er samen voor zorgden dat de resterende wijngaarden bleven bestaan. En ook direct tegenover, in Brey, slaagde een vrijwillig initiatief erin om de laatste wijngaard van de plaats te behouden.

Het uitzicht vanaf de Breyer Hämmchen is fantastisch. Wie in de kleine wijngaard staat, heeft altijd Marksburg in zicht, dat aan de andere kant van de Rijn troont. De vooruitzichten voor de laatste wijngaard van Brey waren minder rooskleurig. In 2004 verzocht de gemeente om de traditionele nieuwjaarsbijeenkomst. Het meestal vrolijke evenement werd dit keer gehouden onder een triest gesternte: het laatste jaar van de lokale wijngaard, de Breyer Hämmchen, werd geopend. De overgebleven wijnbouwfamilie in het dorp had vanwege hun leeftijd opgegeven, zonder een opvolger te vinden. “U drinkt nu een van de laatste glazen van de Breyer Hämmchen”, werd er verkondigd. “Het zou toch triest zijn, als er geen opvolgers zouden zijn.”

Toen deze zin werd uitgesproken, keken een paar van de aanwezigen elkaar aan. Samen moest er toch iets van te maken zijn. Tenslotte is Brey een van de oudste wijndorpen aan de Midden-Rijn. In een document uit 1217 dat pas onlangs is ontdekt, is al sprake van een bewerkte wijngaard in Brey. Aan deze 800-jarige geschiedenis mocht niet stilletjes een einde komen.

Ongeveer tegelijkertijd ontstond aan de andere kant van de Rijn in Braubach uit een vriendenkring het amateurvoetbalteam Braubach United. Ze ontmoetten elkaar regelmatig om een balletje te trappen, in het weekend gingen ze samen naar toernooien. Achim Wieghard was er ook bij, wiens vader Friedel één van de laatste wijnboeren in Braubach was. Achim Walter Reinhardt had op dit moment al besloten om sociale wetenschappen te gaan studeren. Wijnboer worden, was geen optie. Maar toen zijn vader een paar jaar later bijna met pensioen ging, werden hem de gevolgen van zijn beslissing duidelijk: binnenkort zou er in Braubach, waar eens 80 wijnboeren woonden, geen wijnbouw meer zijn. Hij riep zijn vrienden bij elkaar en legde hen de situatie uit.

In Brey is men op dit moment al verder. Een handje vol actievelingen, die de Breyer Hämmchen wilden redden, is uitgegroeid tot een grote vereniging. De wijnbroederschap Brey heeft nu 70 leden, circa 20 daarvan die behoren tot de actieve kern die het dagelijks werk in de wijngaard verricht. Dankzij de betrokkenheid van de burgers kon een hectare wijngaard gered worden. Het hoogtepunt van het jaar is natuurlijk de wijnoogst waarvoor vertrouwd kan worden op tientallen vrijwilligers. De druiven gaan dan naar de wijngaard van Florian Weingart, een gerenommeerde wijnboer uit de naastgelegen plaats Spay. Hij verwerkt de oogstopbrengst voor de wijnbroederschap en bottelt jaarlijks ongeveer 5000 liter wijn uit Brey. De voorbereidende werkzaamheden van de wijnbroederschap in de wijngaard, alsmede de prestaties van Florian Weingart in de kelder worden bovendien regelmatig erkend. Vele wijnen van Brey werden zijn geëerd met Kammerpreismünzen.

Van de opbrengst gaat er eerst een deel naar de sponsoren van de wijnberg van Brey. Circa 180 ondersteuners van de wijnbroederschap hebben wijngaarden gesponsord en zorgen zo voor het financiële fundament van de vereniging. In ruil daarvoor ontvangt elk sponsor elk jaar een vast contingent van de wijn van Brey. Die wordt zo zelfs naar Engeland of Frankrijk geleverd. Wat dan overblijft is in de vrije verkoop. Vooral bij de dorpsfeesten in Brey is de lokale wijn populair. De mensen in Brey zijn trots op “hun” wijn. Dit geldt ook voor Braubach. Meestal overleeft het actuele jaar van Braubach United het jaarlijkse wijnfeest in de herfst niet, zegt Achim Walter Reinhardt. Maar zijn oproep was succesvol. Een Braubacher wijnfeest zonder Braubacher wijn, dat wilde en kon niemand zich voorstellen. En zo verwisselde het gezelschap de voetbalschoenen voor werkschoenen en ging van de grasmat naar de wijngaard.

In 2013 bottelden de inwoners van Braubach al het eerste jaar onder de naam Braubach United, onder de deskundige begeleiding van Friedel Wieghardt. Hij geeft nu zijn kennis door als mentor aan de hobbywijnboeren. Geen van de deelnemers heeft een opleiding gedaan op het gebied van wijnbouw. Het is dus veel „Learning by  Doing“.  Maar de eerste successen zijn al behaald: Op het jaar 2015 zijn ze vooral trots bij Braubach United, die had late-oogst-kwaliteit. Een tiental actievelingen vormt de kern, die in geval van nood wordt uitgebreid met vele helpers uit de vrienden- en familiekring. Zo is Braubach United in zekere zin ook een project van meerdere generaties. Aan het einde van elk wijnoogstjaar ontvangt elke helper een klein aandeel van de inkomsten als bedankje, ook al is het maar klein.

Ongeveer 1000 flessen worden per jaar gebotteld. Dan moet er opgepast worden dat er altijd genoeg over is voor het wijnfeest. Het lokale niveau van Braubach United is al lang een vaste waarde op het stadsfeest. En voor het initiatief de belangrijkste bron van inkomsten. Uiteindelijk moet er ook geïnvesteerd worden: in nieuwe apparatuur, in gistingstanks, in gewasbeschermingsmiddelen en recultivering van de wijngaard. Er waren telkens weer overwegingen om het teeltgebied verder uit te breiden. Maar tot nu toe deinst het team daarvoor terug: ondanks de successen is het project vrijwillig. En dat moet zo blijven. Aangezien er nu ook weer een jonge wijnboer in de stad is, is de toekomst van de wijnbouw in Braubach weer rooskleuriger.

De wijnbroederschap die qua aantal iets groter is geworden durft inmiddels al iets meer. Het teeltgebied van een hectare wordt vergroot. Naast de circa 4500 wijnstokken onderhouden de wijnbroeders- en zusters ook 140 perzikbomen op de wijngaard. Leerlingen van de basisschool in Brey Hämmchen zorgen voor hun eigen wijnstokken in de Breyer Hämmchen, zodat zelfs de volgende generatie meer leert over de traditie van de wijnbouw in het dorp en deze hopelijk doorgeeft, zodat ook op elke nieuwjaarsdag een paar flessen van de Breyer Hämmchen geopend kunnen worden.

Braubach United

01 77/5 47 13 27 · braubach-united@Web.de · braubach-united.de Wijn het beste verkrijgbaar op het jaarlijkse wijnfeest in Braubach in het eerste weekend van oktober in Braubach.

Weinbruderschaft    Breyer    Hämmchen    e.    V.

Wijn verkrijgbaar  bij Bernhard Hoffmann Rheingoldstraße 45 · 56321 Brey · 01 71/1 20 01 83

Info@weinbruderschaft-Brey.de · Wijn broederschap brey.de

 

016_Rheingeblaettert_Muster_(c) H.PIEL

De laatste van hun soort: De ooit zo begeerde Midden-Rijnkers moet overleven

Waneer Günter Geeb op zijn tractor, bouwjaar 1978, op zijn kersenplantage in Filsen tuft, zet hij een traditie voort die in het jaar 60 voor Christus al bestond. De eerste verwijzingen naar de kersenteelt aan de Rijn zijn afkomstig uit deze vroege periode. Vermoedelijk was dit destijds een moeilijke taak. En dat blijft het tot in de moderne tijd. Geeb, die samen met zijn broer ruim een hectare fruitbomen onderhoudt, is een van de weinige fruittelers die er nog zijn aan de Midden-Rijn. En ook voor de broers Geeb is het maar een klein beetje extra inkomen, om de oogst elk jaar weer binnen te halen, is een steeds grotere uitdaging. Bovendien was juist de kersenteelt een aantal decennia geleden een belangrijke industrie in het Boven-Midden-Rijndal.

Tot de eerste stad van de kersenteelt ontwikkelde zich in de 19e eeuw Bad Salzig op de linkeroever van de Rijn. Van daaruit werden de kersen op schepen naar Bonn en Keulen gebracht. Destijds hadden de lokale kersenboeren nog geen last van concurrentie uit de zuidelijke landen. Integendeel: De Midden-Rijn bleek met name geschikt te zijn voor de kersenteelt vanwege de klimatologische kenmerken. Toen speelde ook de tegenspoed van de regio, met name de steile hellingen, waardoor de oogst zo moeizaam was, nog geen grote rol. Tenslotte moest ergens anders ook overal met de hand geoogst worden.

De kersenteelt profiteerde er bovendien van dat op hetzelfde moment de wijnbouw aan de Midden-Rijn een ernstige crisis beleefde. Ongedierte zoals wijnluis verslechterde de oogst steeds meer, veel teeltgebieden werden opgegeven. Fruitbomen vervingen nu de wijnstokken: naast de kersen kweekten de fruittelers abrikozen en perziken. Aan het begin van de 20e eeuw had vooral het noordelijke deel van het Boven-Midden-Rijndal zich tot een echt bolwerk van de fruitteelt ontwikkeld, dat letterlijk tot bloei kwam. Veel typische kersensoorten van de regio kwamen alleen aan de Midden-Rijn voor, waarnaar klanknabootsende namen zoals Bopparder Krächer of Filsener Goldperle verwijzen. Erg populair was ook de soort Geisepitter uit Kamp-Bornhofen die een hoge opbrengst had.

Een van de bekendste voorbeelden van deze regionale soorten is de Kesterter Schwarze, een kersensoort die kleine, zeer donkere vruchten produceert en vooral in het gebied rond Kestert tussen Kamp-Bornhofen en Sankt Goarshausen groeide. In vergelijking met de knalrode kersen van de markt tegenwoordig zijn de vruchten van de Kesterter Schwarzen gewoonweg schamel. Maar het soort werd in die tijd goed verkocht. Voor menselijke consumptie was het minder geschikt, maar wel voor kersenbrandewijn.

Lange tijd leefde Kestert, niet alleen vanwege deze eigen regionale soort heel goed van de kersenteelt. Er was zelfs een eigen markthal aan het noordelijke uiteinde van het dorp, waar de vrucht aan handelaren werd verkocht. Deze markt bestaat nog steeds. Deze dient als brandweergarage voor de vrijwillige brandweer. Drie grote posters met historische foto’s herinneren aan de kersenteelt, die de plaats voor een korte tijd een bepaalde welvaart bracht. Tegelijkertijd geven ze een indruk van onder welke voorwaarden de oogst en de verkoop van de kersen destijds plaatsvond. Dit zijn foto’s van de laatste grote tijd van de kersenteelt aan de Midden-Rijn. Oudere bewoners die de laatste grote kersenoogsten nog hebben meegemaakt, weten wel een of andere charmante anekdote uit die tijd te vertellen. Zo moesten de kinderen meehelpen bij de oogst, omdat ze vanwege hun geringe omvang beter in de bomen konden klimmen, om bij de bovenste kersen te komen. Om ervoor te zorgen dat ook alle vruchten in de mand belandden, moesten de jongens steeds een liedje fluiten tijdens het plukken. Zo wisten de volwassenen op de grond zeker dat ze niet stiekem aan het snoepen waren.

In de eerste helft van de 20e eeuw werd, ongetwijfeld ook door de strenge winter en de chaos van de oorlog, de fruitteelt aan de Midden-Rijn duidelijk minder. Pas na het einde van de Tweede Wereldoorlog leefde hij nog eventjes op. In 1958 stonden er nog 370.000 kersenbomen op de plantages links en rechts van de Rijn. Vooral in het voorjaar leverde dit een kleurrijk panorama op.

Maar in de nu geïndustrialiseerde en steeds meer geglobaliseerde fruitteelt hadden regionale boeren het aanzienlijk zwaarder om hun goederen op de markt te brengen dan in de decennia daarvoor. De goedkopere concurrentie uit de zuidelijke Europese landen verdrong de lokale vruchten uit de fruitmanden. Op de been blijven konden alleen degenen die hun fruit op grote plantages konden verwerken, zoals het bijvoorbeeld in Rheinhessen mogelijk was. Daar werd al ingezet op nieuwe, laag groeiende soorten met en hoge opbrengst die gemakkelijk op de grond geoogst konden worden.

In de hoge bomen aan de Midden-Rijn hadden de helpers bij de oogst soms verschillende ladders nodig om alle vruchten te bereiken. Daar konden ook vrolijk gefloten kinderliedjes niet verhullen dat de oogst op de steile hellingen van de Midden-Rijn een dure en gevaarlijke zaak was.

Bovendien waren veel bomen inmiddels verouderd en de bodems waren uitgeput. Voor een recultivering van de locaties bleken de omstandigheden van het steile Midden-Rijndal een last te zijn. De fruitteelt aan de Midden-Rijn was gewoonweg niet meer winstgevend. Langzaam maar zeker kwamen steeds meer gebieden brak te liggen; en veel van de typische soorten verdwenen.  Van de ooit zo populaire Kesterter Schwarzen is er nu nog maar een volwassen en gezonde boom. De “laatste van zijn soort” groeit in Oberkestert, de hoger liggende plaats die bij Kestert hoort. Nog steeds draagt hij elk jaar een paar vruchten, maar ook dit exemplaar is zijn leeftijd aan te zien. Ondertussen zijn er pogingen gedaan om scheuten van de moederboom op jonge stengels te enten, om zo de soort te behouden. Tot een kassasucces zal het kleine vruchtje zich waarschijnlijk nooit weer ontwikkelen.

Hoe kersen er tegenwoordig uit moeten zien, is te zien bij Günter Geeb in Filsen. In plaats van Kesterter Schwarzen verbouwt hij soorten met klankvolle namen zoals Regina, Kordia en Burlat. Dikke, volle vruchten hangen tijdens de oogsttijd in zijn bomen. Het lijkt erop alsof het goed gaat met de kersenbusiness. Maar Geeb heeft veel zorgen. Ongedierte zoals de suzuki fruitvlieg zijn hem tot last. Het insect emigreerde enkele jaren geleden uit Azië en is uitgegroeid tot een echte plaag aan de Midden-Rijn. De vlieg legt zijn eieren in de rijpe vruchten die nog aan de boom hangen en kan zo grote delen van de oogst vernietigen. De wijnboeren vrezen het maar een paar millimeter grote insect, omdat hun druiven ook niet veilig zijn vanwege het ongedierte.

De gewasbeschermingsmiddelen zijn duur: als Geeb geen grote hoeveelheden wil verliezen aan fruitvliegjes, moet hij de planten in de weken voor de oogst één keer per week besproeien. Daarnaast is ook de klimaatverandering voelbaar in de Mittelrhein: De lentes worden vochtiger en ook dat is niet goed voor de kersen. Door de zware regenval zwellen de kersen op en barsten ze open zoals een te volle waterballon.

Ondanks de tegenspoed worden er veel inspanningen gedaan om ten minste enkele elementen van de fruitteelt in de Mittelrhein te beschermen. De speciaal daarvoor opgerichte werkgroep „Arbeitsgruppe Mittelrhein-Kirschen des Zweckverbands Welterbe Oberes Mittelrheintal” probeert de historische variëteiten van de Midden-Rijn te beschermen, om zo bij te dragen tot de diversiteit in het Midden-Rijndal (zie hoofdstuk hotspot Lorch). Ondertussen is Filsen uitgegroeid tot de verscholen kersenhoofdstad. Dit dorp in het midden van de grote Rijnlus van de Bopparder Hamm biedt verschillende mogelijkheden om de geschiedenis van de fruitteelt in de Midden-Rijn te ondekken. Een kersenpad voert toeristen langs de vroegere plantages en leert hen alles over de diversiteit van de Midden-Rijn. Op een groot stuk land voor het dorp worden 200 fruitbomen aangeplant die ook moeten aantonen hoe veelzijdig de fruitteelt aan de Midden-Rijn ooit was.

Ondertussen is er zelfs een kleine productlijn rond de Midden-Rijnkers .  Met leverpastei en geitenkaas met kersen, kersenmosterd en -wijn en een zelfgemaakte praline, de „Parel van Filsen”, willen ze tonen dat wijn niet het enige lokale product is dat je als souvenir kan kopen. Tijdens de bloei- en oogstperiode worden verschillende evenementen georganiseerd waarbij je meer over de Midden-Rijnkers  kan leren. Ook hierin munt Filsen uit, dus bekijk zeker de lokale evenementen-kalender eens.

Midden-Rijnkers en

Meer info op mittelrhein-kirschen.de

 

Zoals bij „tante Emma”: In Osterspai voeren de inwoners zelf hun dorpswinkel zelf

Een liter melk kost bij Birgit Maaß 1,19 euro. Oké, bij de Aldi is die de helft goedkoper, maar in de dorpswinkel van Osterspai krijg je er een gratis babbel bij. Dat zou de gemiddelde klant die aan de kassa van een discounter staat te wachten waarschijnlijk niet zo leuk vinden. Dit is anders in de dorpswinkel van Osterspai: Hier maakt het deel uit van het zakenmodel. De oudere inwoners van Osterspai komen graag eens langs en gaan met een kopje koffie aan de ingang of op het terras zitten keuvelen. Ook de heel jonge Osterpaiers hebben nu eindelijk weer een plaats waar ze hun zakgeld zinvol kunnen investeren. Het snoeprek bevindt zich speciaal daarvoor op ooghoogte van deze kleine klanten.

Plaatselijke bevoorrading is heel belangrijk in de Midden-Rijn. Maar net in de kleinere dorpen in de Midden-Rijn zijn de laatste bakkers of slagers al lang gesloten, om nog maar te zwijgen van de supermarkten. Er zijn geen winkels die snel en eenvoudig te bereiken zijn, al helemaal niet voor mensen die niet zo mobiel zijn. Ook in Osterspai, een dorpje aan de rechterkant van de Rijn, direct tegenover de Bopparder Hamm, waren er lang geen eigen winkels. Maar in plaats van te wachten op een investeerder, hebben de bewoners van Osterspai het heft in eigen handen genomen en hebben zo een model gecreëerd dat uniek is in de Midden-Rijn. Ze voeren hun dorpwinkel in de vorm van een coöperatie. Daarvan profiteren niet alleen de inwoners van Osterspai. Naast de winkel bevindt zich in het oude filiaal van de Volksbank nu ook een Tourist Info. Zo kunnen wandelaars daar naast de belangrijkste informatie over de volgende dagwandeling verfrissing halen voor ze weer verdergaan op de Rheinsteig.

Een dergelijk coöperatiemodel is uniek in de Midden-Rijn. De winkel heeft geen klassieke winkeleigenaar, noch een supermarktketen als investeerder. Er zijn ondertussen 80 burgers met een minimumaandeel van 200 euro toegetreden tot de coöperatie. Zo hebben ze het nodige basiskapitaal verzameld voor de coöperatie, die in november 2015 opgericht werd. De meerderheid van de aandeelhouders komt uit het dorp zelf. De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het dagelijkse beheer en wordt gecontroleerd door een raad van toezicht met de burgemeester als voorzitter. Dit lijkt allemaal erg op een groot concern, wat misschien niet helemaal past in het rustige Osterspai, waar iedereen elkaar kent. Maar zo zijn coöperaties nu eenmaal georganiseerd.

De Osterspaiers komen graag naar „hun” winkel, die de sfeer van de goede oude winkel van tante Emma uitstraalt. Maar dat is niet de enige nostalgische connectie met het gebouw: het was lang de basisschool van het dorp en veel bewoners hebben hier leren lezen en schrijven. Nadat de school gesloten werd, kocht de Volksbank het gebouw en richtte er in de benedenverdieping een filiaal in. De bovenverdieping met de oude klaslokalen werd niet gebruikt. Maar in 2011 vertrok ook de bank weer. En veel meer was er niet in het centrum van Osterspai. Plots leek de dorpstraat leeggelopen.

In 2014 kon de gemeente dan het leegstaande gebouw kopen. Eerst stond een renovatie gepland. En dan ging alles heel snel. De coöperatie werd opgericht en de dorpswinkel kon geopend worden. Er werd ook een kleine tearoom ingericht. Achter de toonbank staan vrijwilligers uit het dorp. Van Osterspaiers voor Osterspaiers: tot nu toe werkt het concept.

Dorpswinkel

Hauptstraße  41  ·  56340 Osterspai

Openingsuren: maandag tot vrijdag van 7 uur tot 12 uur en van 14u30 tot 17u30 en op zaterdag van 7 uur tot 12 uur

Tourist-Information

Hauptstraße  41  ·  56340 Osterspai

Openingsuren: maandag en zaterdag van 9 uur tot 12 uur en dinsdag tot vrijdag van 14.30 tot 17.30 uur

 

017BUGA2031_Mai 2017_(c) P!ELLost Places in Boppard

Boppard is na Koblenz de grootste stad in het Boven-Midden-Rijndal. Met ongeveer 15.000 inwoners (zonder Bad Salzig) is Boppard ook de dichtstbevolkte stad van het dal. Bovendien is het de stad met de beste infrastructuur. Er is een vrij grote voetgangerszone die, tot nu toe tenminste, van leegstand gespaard bleef. Je kan boodschappen doen in verschillende winkels en detailhandels en er is een ruime keuze aan ijssalons, tearooms en restaurants. In de stadshal is er zelfs een kleine cinema die enkele dagen per week actuele films vertoont; ook dat is uniek in het hele dal.

Wijnliefhebbers kennen vooral de Bopparder Hamm, de grootste en productiefste wijngaard van de Midden-Rijn. De Rijn maakt hier, ten noorden van Boppard, een spectaculaire bocht van 180 graden en draait haar stromingsrichting van het westen naar het oosten. De daardoor onstane zuidhelling aan de linkerkant van de Rijn biedt de wijnbouwers van de streek de ideale omstandigheden om eersteklas Riesling te cultiveren op de leisteenhoudende bodem. Boven de Hamm ligt de Jakobsberg, die zijn naam ook geschonken heeft aan een luxueus hotel met het enige golfterrein in het Boven-Midden-Rijndal.

Wie bij de Midden-Rijn onmiddellijk aan wijn denkt, zal in Boppard zeker zijn gading vinden. Aangezien het stadscentrum noch door een stadsmuur noch door de spoorweg of de B9 van de Rijn gescheiden wordt, zit je hier echt onmiddellijk aan het water. Vele hotels en restaurants aan de oever zetten tafels en stoelen buiten zodra de eerste zonnenstralen tevoorschijn komen. Dan is Boppard de ideale plaats om gezellig met een glas wijn naar de voorbijvarende schepen te kijken. Stroomafwaarts zie je de stoeltjeslift van Boppard die je naar het Vierseenblick (Vier Meren-uitzicht) brengt. Dit punt heet zo omdat de indruk gewekt wordt dat je naar vier afzonderlijke meren kijkt in plaats van naar de Rijn. Vanuit het dalstation in het Mühldal duurt het ongeveer 20 minuten tot je bij het Gedeonseck aankomt. Daarbij leg je 240 hoogtemeters af.

Het voormalige klooster Marienberg boven de stad is even mysterieus als droevig. Het benedictijnenklooster ontstond in de 12e eeuw. Na een brand werd het in de 18e eeuw gerenoveerd en tot het midden van de jaren ’80 nog voor verschillende doeleinden gebruikt, onder andere als school. Sindsdien staat het echter leeg en vervalt het zienderogen. Er werden meerdere pogingen ondernomen om een investeerder te vinden, maar deze mislukten. Tot slot viel ook een openbare verkoop van het gebouw in 2016 op het laatste moment in duigen.

Zo blijft het klooster momenteel vooral een macabere trekpleister voor moedige fotografen van de „Lost Places”-scène. Dat zijn mensen die plaatsen opzoeken die, zoals het Klooster Marienberg, vroeger vol leven waren, maar nu vergeten en verloren hun lot ondergaan. Deze fotografen betreden het terrein echter volledig op eigen risico. Het wordt uitdrukkelijk afgeraden om het verlaten terrein of zelfs het griezelige, bouwvallige gebouw te betreden. Toch loont het om een wandeling te maken door het prachtige Marienberger Park dat zich direct boven de stad bevindt.

Cinema in Boppard

Oberstraße 141 · 56154 Boppard · 0 67 42/8 19 39 info@vhs-boppard.de   ·   cinema-boppard.de

Stoeltjeslift

Talstation Mühltal · 0 67 42/25 10

sesselbahn-boppard@t-online.de · sesselbahn-boppard.de Öffnungszeiten: 1 tot 15 april van 10 tot 17 uur,

16 april tot 30 september van 10 tot 18 uur,

1 tot 15 oktober van 10 tot 17.30 uur en 16 tot 31 oktober van 10 tot 17uur

Restaurant Gedeonseck

56154 Boppard · 0 67 42/26 75 gedeonseck@web.de    ·   gedeonseck-boppard.de

Openingsuren: 19 maart tot 1 november dagelijks van 10 tot 18 uur. In november, februari en maart ook geopend tijdens mooie weekends, in december en januari gesloten.

Golfhotel Jakobsberg

56154 Boppard · 0 67 42/80 80 info@jakobsberg.de   ·  jakobsberg.de

 

Kunst en ambacht: Een bezoek aan het Bopparder Stadtmuseum met kunstenaar Frank Kunert

Het eerste wat opvalt in Frank Kunerts atelier is een tafel die in het midden staat en met een groot, grijs doek bedekt is. Op het doek ligt een lijmpistool waaruit nog een bijna ongebruikt stuk lijm uitsteekt. Voor de tafel staat de 4×5 inch grootformaat-camera van de kunstenaar. Het is niet moeilijk om te raden wat er zich onder het doek bevindt: Hier is een nieuwe „miniatuurwereld” van Frank Kunert aan het ontstaan. Wat het zal worden, vertelt hij niet. Het huidige werk moet een geheim blijven totdat het klaar is.

Rond het geheime kunstwerk liggen verf, gereedschap en knutselmateriaal. Links staat een rek volgestapeld met kisten, gevuld met rekwisieten om bomen, gebouwen of wolken te kunnen knutselen. Aan de tegenovergestelde muur hangen een paar afgewerkte modellen of onderdelen ervan. Zij hebben hun plicht al gedaan en werden door Kunert in één van zijn foto’s vereeuwigd. Enkele van hen zal de kunstenaar opnieuw meenemen naar tentoonstellingen om ze naast de afgewerkte foto’s tentoon te stellen, zoals in de zomer van 2016, toen hij in het Koblenzer Landesmuseum zijn werken toonde. Terwijl aan dit boek gewerkt wordt, bereidt hij zich voor op een kleine show in zijn nieuwe thuis. In het stadsmuseum van Boppard worden zijn werken dan onmiddellijk naast die van een andere grote creatieveling uit de Midden-Rijn uitgestald.

Ruim 200 jaar geleden begon Michael Thonet te ontwerpen in Boppard. De ontwerper en meubelmaker richtte daar in 1819 zijn eerste atelier op, waar hij een innovatieve techniek ontwikkelde om hout te vormen en te buigen. Met behulp van deze techniek ontstonden de beroemde Thonet-stoelen waarvan er in de 19e eeuw miljoenen geproduceerd en verkocht werden. Nu staan er een heleboel in het Bopparder Stadtmuseum. Na omvangrijke restauratiewerken werd het museum in de Kurfürstlichen Burg in 2015 opnieuw geopend. Het oudste deel van de burcht stamt uit 1265. Naast een reis door de stadsgeschiedenis van de oude Romeinse nederzetting vormt de Thonet-tentoonstelling het hart van het museum.

Thonet zelf vertrok in 1842 naar Wenen, waar hij in opdracht van de Vorst van Metternich aanzienlijk meehielp aan het ontwerpen van gebouwen zoals het Liechtenstein Paleis of het Café Daum. Na zijn periode in Wenen brak de meubelontwerper door met zijn stoel „Nummer 14”, die als „Weense koffiehuisstoel” de wereld rond ging en waarvan tot op vandaag 50 miljoen stuks geproduceerd en verkocht werden. Met zijn werk liep Thonet vaak vooruit op technieken die vandaag de dag vanzelfsprekend zijn in de industrie. Firma’s zoals Apple passen een idee toe dat voor Thonet 200 jaar geleden al vanzelfsprekend was: het ontwerp is even belangrijk als de functie van een voorwerp. Voor Thonet bestond een stoel niet alleen uit vier poten met een rugleuning en een zitting. Met de door hem ontwikkelde techniek om hout te buigen gaf hij zijn stoelen hun kenmerkende en unieke vorm. Gebogen lijnen en ronde rugleuningen die uit één stuk gemaakt waren, zijn het handelsmerk van het Thonet-meubel.

Maar het ontwerp was bij Thonet niet alleen maar schone schijn. Het droeg ook aanzienlijk bij tot de functionaliteit van zijn voorwerpen. Daarachter schuilde een slim concept waarmee de door hem ontworpen stoelen gedemonteerd en ruimtebesparend verpakt kunnen worden. Daarmee konden Thonet en zijn zonen hun meubels massaal produceren en leveren. „Thonet was zo’n beetje de voorloper van Ikea”, zegt Frank Kunert glimlachend bij het bezoek aan het stadsmuseum waar ook een aantal eigenaardige meubelstukken uit Thonets tijd tentoongesteld worden. De „Rokersstoel” van 1870 bijvoorbeeld, waarop de roker schrijlings ging zitten, de rugleuning voor zich zoals een tiener provocerend op een normale stoel zou zitten. Hij kon zijn armen gemakkelijk op de beklede rugleuning leggen waaraan uitklapbare containers aangebracht waren die ofwel als asbak gebruikt konden worden of om een wijnglas in te zetten. Deze stoel straalt een bijna provocerende gelatenheid uit. Je ziet zo rokerige salons voor je waarin goed geklede mensen enthousiast discussiëren over nieuws uit de hele wereld.

Kunst en ambacht lagen bij Thonet heel dicht bij elkaar, net zoals bij Frank Kunert, die daarom een connectie voelt met zijn voorganger in Boppard. In tegenstelling tot Thonet, die de Midden-Rijn verliet, heeft Kunert de streek als zijn nieuwe thuis gekozen. Sinds 2010 woont hij met zijn vrouw Elizabeth Clark in Boppard. Hier werkt hij nu aan de „miniatuurwerelden” die zijn handelsmerk geworden zijn. Uit schuimplaten maakt Kunert kleine scenario’s, een beetje zoals een diorama. Hij knutselt ongeveer drie weken aan een scène en dan fotografeert hij die met zijn camera. Zo ontstaan verbluffend realistische foto’s. Veel toeschouwers denken ook echt dat het om fotomontages van echte landschappen gaat. Toch bewerkt Kunert ze niet digitaal, afgezien van wat kleinere correcties en retoucheringen. Ook achtergronden zoals wolken of onderwaterwerelden maakt hij zelf en belicht ze vervolgens. Zo wekt hij een natuurlijke indruk.

Kunert is geboren en getogen in Frankruft en het Rhein-Maingebied. Het triestige leven in een grote stad is een thema dat vaak terugkeert in zijn werken. Desolate betonnen landschappen vertellen kleine verhalen over heimwee, tristesse en vluchten uit de gevangenis van wolkenkrabbers en asfalt. Bijvoorbeeld het beeld van een vervallen kiosk waarop een luxevilla staat: „Der Traum vom Glück”.

In alle foto’s is er minstens een tweede niveau dat je pas na een tweede of derde keer kijken ziet. Daarnaast wordt er hier en daar een krachtig snufje zwarte humor toegevoegd, zoals in de foto „Das Leben geht weiter”, waarin de krant ook na de dood nog bezorgd wordt. Ook de Midden-Rijn heeft Kunert al geïnspireerd: De veranderingen in de ooit welvarende toeristische streek verwerkte hij in de foto „Hotel Bellevue” (dat in niets op het erg mooie hotel in Boppard lijkt!). Het toont een vervallen hotel dat zijn beste jaren achter zich heeft. Terwijl de buitenkant er triestig en grijs uitziet, zie je binnen een blauwe hemel. De interpretatie van de foto laat Kunert aan de toeschouwer over.

„Hier denk je vaak terug aan het verleden. Veel plaatsen hebben een rijke geschiedenis en je voelt ook telkens weer het vergankelijke”, beschrijft Kunert de inspiratiebron voor zijn werk. Nadat het eerste idee geboren was, reisde hij door het dal en onderzocht hij ter plaatse de details die hij opnam in het afgewerkte kunstwerk. Een bord met het opschrift „Hier liegen Sie richtig” (hier ligt u goed) heeft hij in Kamp-Bornhofen gezien, net zoals in de foto. „Dat vond ik perfect. Zoiets zou ik zelf niet beter kunnen maken”, zegt hij. Het werk moet niet symptomatisch zijn voor de Midden-Rijn. Tenslotte is het koppel bewust naar Boppard verhuisd, beide houden van het landschap en de streek. En ook het museum Boppard in de Kurfürstlichen Burg beschouwt Kunert als een bijzonder parel in deze streek. Kunert zou wel willen dat de Thonet-tentoonstelling meer bezoekers kreeg. Zo van één Midden-Rijn-kunstenaar tot een andere.

Museum Boppard

Kurfüstliche Burg · Burgplatz 2 · 56154 Boppard am Rhein   0 67 42/8 01 59 84 · museum-boppard.de

Openingsuren: Dinsdag, woensdag en vrijdag van 10 tot 17 uur, donderdag van 10 tot 20u, zaterdag, zon- en feestdagen van 11u tot 18u, maandag (behalve feestdagen) gesloten

Frank Kunert

Meer van en over Frank Kuner vind je op frank-kunert.de

 

Met nostalgie in de 21e eeuw: Het Art Nouveau-hotel Bellevue in Boppard gaat de vijfde generatie in

„We zijn een historisch Comfort Hotel, precies zoals 130 jaar geleden”, vertelt hotelbazin Doris Gawel als ze gevraagd wordt wat het Hotel Bellevue zo bijzonder maakt. „Ik zie het een beetje anders”, zegt haar zoon Marek en hij begint uitvoerig te vertellen over de hotelsector die ondertussen door grote ketens en machtige franchiseondernemingen gedomineerd wordt. „Wij zijn één van de weinige hotels die nog volledig door de eigenaar gevoerd worden”, concludeert hij. Doris Gawel heeft de hele tijd aandachtig geluisterd naar haar zoon en hem niet onderbroken; hoewel hij het daarnet nog met haar oneens was.

Misschien is het net dat, wat het Bellevue zo bijzonder maakt: Dat twee generaties er ondanks verschillende ideeën in slagen een traditioneel hotel te voeren en te evolueren. Het is al de vierde generatiewisseling in het Bellevue, dat al 130 jaar door de familie van Doris Gawel gevoerd wordt. En al die tijd zijn ze erin geslaagd het beste hotel van de stad te blijven. Dat is niet vanzelfsprekend. Het aantal bedden in de Midden-Rijn is de voorbije jaren continu achteruitgegaan. Sinds 1990 zijn in de streek meer dan 150 bedrijven gestopt, omdat ze geen opvolger konden vinden of niet meer rendabel waren. Tot de jaren ’80 leefden de hotels in de Midden-Rijn van busreizen uit het Ruhrgebied, Nederland of Groot-Brittannië. Maar dan werd reizen steeds goedkoper en plots kon iedereen een reis naar Mallorca betalen. Vroeger was het Zwarte Woud de grote concurrent van de Midden-Rijn, maar nu concurreert de streek zelfs met exotische bestemmingen, zoals Thailand of de Domenicaanse Republiek. De bussen brachten nog steeds elk jaar stamgasten naar de Midden-Rijn, maar nieuwe en vooral jongere gasten kwamen er de laatste jaren amper nog bij.

Ook omdat veel bedrijven zich niet gemoderniseerd hebben en geen modern aanbod hebben. Deze achterstand moeten veel hotels in de Midden-Rijn nog steeds inhalen. Je ziet nog altijd hotels die borden met het opschrift „Fremdenzimmer” (gastenkamers) voor de deur zetten, in de hoop dat er zich tussen alle buitenlanders ook gasten bevinden. De investeringsachterstand is groot, ook mentaal. Op andere plaatsen betalen de mensen al met hun smartphone, terwijl sommige bedrijven in de Midden-Rijn nog steeds kredietkaarten bannen. En het helpt ook niet dat de volgende revolutie in de toeristische sector al in volle gang is. 30 jaar geleden moesten Doris Gawel en haar man Jan ervoor zorgen dat het hotel niet meer afhankelijk was van het bustoerisme. Doris Gawel moest echter wachten tot haar vader het bedrijf volledig uit handen gaf. Met hem samenwerken was voor haar geen optie: „Hij was een patriarch”, zegt ze nu. De huidige generatiewisseling verloopt helemaal anders: Doris en Marek Gawel werken nauw samen.

Marek Gawel vertegenwoordigt de vijfde generatie van de hoteliersfamilie. Na een klassieke hotelopleiding en een economische studie met verblijf in de VS keerde hij terug naar het familiebedrijf in Boppard. Daar is er nu een duidelijke taakverdeling: terwijl vader Jan Gawel liever op de achtergrond blijft en als het ware „in de machinekamer” werkt, houdt Doris Gawel zich bezig met het klassieke hotelwezen. En Marek Gawel zorgt ervoor dat het Bellevue gelijke tred houdt met de ontwikkelingen van de 21e eeuw. De tijden waarin reizigers dikke catalogi doorbladerden of naar hun vertrouwde reisbureau gingen, zijn voorbij. Hotels worden intussen vooral online gezocht en geboekt. De gasten geven het hotel zelfs sterren: op portalen zoals TripAdvisor, HRS of booking.com beoordelen ze hotels en restaurants, vertellen ze hoe het verblijf was en nemen ze geen blad voor de mond. Dat moeten de hoteleigenaars niet alleen verdragen, maar ze moeten ook reageren en meespreken. Geen enkel hotel in de Midden-Rijn is daarbij zo actief op het internet als het Bellevue.

Elke beoordeling, elke commentaar over het hotel wordt online beantwoord. Marek Gawel en zijn team reageren persoonlijk op elke klacht. Op TripAdvisor klaagt user „Veronika G.” over „chaos in het restaurant”. Verkeerde gerechten, lang wachten, overbelaste obers: dat is een harde noot voor het Bellevue-team, dat de lat hoog legt voor zichzelf. Het uitvoerige antwoord van het hotel: „Het spijt ons ten zeerste dat u zo lang op uw eten heeft moeten wachten en de verkeerde bijgerechten geserveerd werden. Daarvoor bieden we onze oprechte excuses aan. (…) We kunnen u verzekeren dat dergelijke incidenten bij ons heel uitzonderlijk zijn.”

De negatieve beoordeling wordt daardoor niet ongedaan gemaakt, maar andere gebruikers zien dat het hotel haar fouten toegeeft en de kritiek ter hart nemen. Dat heeft ook gevolgen binnen de zaak: Door de beoordelingen op het internet worden de service of bestaande processen aangepast,zeggen de Gawels. „We leren elke dag bij”, aldus Doris Gawel. En zoon Marek vult aan: „We discussiëren over elk klein detail. Wij beginnen waar anderen stoppen.” Dat lukt omdat de vrijheden in het familiebedrijf groter zijn dan in strak georganiseerde franchise-ondernemingen, waar zelfs de aankoop van nieuwe balpennen eerst door de inkoopafdeling goedgekeurd moet worden. De online beoordelingen zijn om nog een andere reden belangrijk voor het Bellevue. Wie vaak en continu goede beoordelingen krijgt, wordt door de algoritmes van de portalen hoger beoordeeld en duikt ook bovenaan in de zoeklijsten op, legt Marek Gawel uit. En wie helemaal bovenaan staat, wordt vaker geboekt. Daarom dringt het Bellevue er bij haar gasten actief op aan, om hun verblijf te beoordelen. Het risico dat ze daarbij ook negatieve commentaren krijgen, nemen ze er graag bij.

De sfeer in het Bellevue moet de nostalgie van het begin van de 19e eeuw uitstralen. Achter de schermen willen ze echter mee zijn met de 21e eeuw. „Bij ons is het verleden nog voelbaar, zoals in een museum, zonder ouderwets te zijn”, zegt Marek Gawel. Op die manier wil het Bellevue een niche innemen en zich meten met andere grote hotels. Om de feedback op het internet te kunnen verwerken, heeft het hotel ondertussen een social media manager aangenomen. Een andere bouwsteen van de online activiteiten is de uitstekend onderhouden website van het Bellevue, die met tips voor evenementen en bezienswaardigheden in de omgeving meer informatie bevat dan veel andere websites van steden en gemeentes in de Midden-Rijn. Ook op het vlak van marketing worden nieuwe wegen bewandeld: Marek Gawel nodigt reis- en foodbloggers uit in het restaurant van het Bellevue om het restaurant ook in deze wereld te introduceren.

Maar één iets is er niet in het Bellevue: gasten die een speciale behandeling krijgen door te dreigen met een slechte beoordeling. Ook dat komt voor en is één van de keerzijden van de commentaarcultuur op het internet. Maar dat hoort erbij als je nieuwe wegen wil bewandelen.

Rheinhotel Bellevue

Rheinallee 41 · 56154 Boppard · 0 67 42/10 20 info@bellevue-boppard.de    ·  bellevue-boppard.de

 

„Graag zonder kalkoenreepjes”: Veganistische keuken in het Kamerliterhof in Boppard

„Gute-Laune-Käse” (feel good-kaas) is het geheime ingrediënt in de groentenquiche van Marion Hähn. Als je met de kok van het Karmeliterhof spreekt, krijg je het gevoel dat ze zelf een heel bord van deze specialiteit gegeten heeft. Haar vrolijkheid is aanstekelijk, haar levenshouding benijdenswaardig. Haar motto: Alleen nog doen wat haar gelukkig maakt. De kist met verse groenten uitpakken die elke ochtend in haar restaurant geleverd wordt bijvoorbeeld. Dan bedenkt ze wat ze vandaag graag zou koken en loopt naar haar „biotante” om ontbrekende ingrediënten te halen.

Die „biotante” heet eigenlijk Martina Nehring en heeft al 18 jaar een kleine biowinkel in Boppard; ook dit is een rariteit in de Midden-Rijn. Bij haar koopt Hähn chiazaden, rijstmelk, lupinemeel en haverroom. Ergens anderen noemen slimme marketingstrategen deze levensmiddelen „superfoods”. Maar Marion Hähn kookt er al jaren mee. Niet omdat het „hip” is, maar omdat ze dat wilde. „Het is mijn stokpaardje geworden”, zegt Hähn. „Vegetariërs en veganisten zijn zich meestal beter bewust van levensmiddelen. Ze kunnen ook drie verschillende olijfoliën van elkaar onderscheiden.” En ze zijn dan ook bereid de prijs voor kwaliteit te betalen. Wat niet betekent dat het Karmeliterhof duur is. De groentenquiche met salade kan je eten voor een betaalbare prijs van 8,90 euro.

Eigenlijk verwacht men veganistische restaurants in de hippe wijken van Duitse grootsteden. Niet in de Midden-Rijn, waar simpele eetgelegenheden schnitzel, koude vleesschotel en Flammkuchen serveren. Wie liever geen vlees eet, kan hier kiezen tussen een kaasegel en een salade met kalkoenreepjes, maar dan zonder kalkoenreepjes alstublieft. Ook het Karmeliterhof is geen uitsluitend veganistisch restaurant. Zo staat er bijvoorbeeld ook schnitzel met asperges en hollandaisesaus op het menu. Toch krijg je er eerder het gevoel dat er naast de vegetarische en veganistische gerechten ook een alternatief met vlees te krijgen is, in plaats van omgekeerd.

En wie daarmee niet genoeg gegeten heeft, kan als dessert een stuk cake of taart eten. Marions man, Dirk, is een opgeleide banketbakker en de eerste bewonderaar van de veganistische keuken van zijn vrouw. Met één uitzondering: „Veganistisch bakken kan ik niet. Dat is niets voor mij.” Hij bakt nog volgens de vuistregel „gelijke hoeveelheden”. Dus 500 gram boter met 500 gram bloem en helemaal geen bakpoeder. Het resultaat zijn bijvoorbeeld heerlijke zandkoekjes die bij de koffie geserveerd worden in plaats van de droge, ingepakte kruimelkoekjes. Of een appelcake die even sappig is als een hele fruitmand. Het is niet enkel de kaas die in het Karmeliterhof voor een goed humeur zorgt.

Der    Karmeliterhof    in    Boppard Karmeliterstraße 1 · 56154 Boppard · 0 67 42/48 48 karmeliterhof-boppard.de

Biowinkel Boppard

Heerstraße 175 · 56154  Boppard

Openingsuren: Maandag tot zaterdag van 9 uur tot 18 uur

009BUGA2031_Mai 2017_(c) P!ELVinotheek, klimpad, geiten: mijn tips voor het noordelijke dal

Naast de hierboven beschreven plaatsen kan je nog veel andere leuke ontdekkingen doen in de noordelijke werelderfgoedvallei. Hier vind je enkele van mijn aanbevelingen, zoals altijd gegarandeerd subjectief en onvolledig.

Wijn

De Bopparder Hamm is de grootste wijngaard in het hele erfgoedgebied. Dus daar vind je natuurlijk een heleboel erg goede wijnbouwers. Ik heb er drie uitgekozen.

Matthias Müller (Spay)

Mainzer Straße 45 · 56322 Spay · 0 26 28/87 41

info@weingut-matthiasmueller.de   ·  weingut-matthiasmueller.de

Weingut Matthias Müller is één van de grootste en bekendste wijndomeinen van de Midden-Rijn. De geschiedenis van het bedrijf gaat ongeveer 300 jaar terug. In de wijngidsen krijgt Müller regelmatig uitstekende beoordelingen, in 2012 kroonde de Gault-Millau hem nog tot „wijnbouwer van het jaar”. Dat is voor hem echter niet genoeg, in Spay baat hij ook nog één van de modernste vinotheken van de streek uit. Die moet je zeker eens gezien hebben.

Weingut Didinger

Rheinuferstraße 13 · 56340 Osterspai · 0 26 27/5 12 weingutdidinger@web.de   ·  weingut-didinger.de

Jens Didinger heeft het beste uitzicht over zijn eigen wijndomein in de Bopparder Hamm. Zijn wijngaard bevindt zich namelijk in Osterspai, aan de andere kant van de Rijn. Dat betekent dat hij telkens de veerboot moet nemen als hij zijn wijngaard wil bezoeken. Misschien is het dankzij die extra inspanning dat Jens Didingers producten altijd de beste scores krijgen.

Florian Weingart

Mainzer Straße 32 · 56322 Spay am Rhein · 0 26 28/87 35 mail@weingut-weingart.de   · weingut-weingart.de

Florian Weingart kennen we al van zijn ondersteuning aan het wijnbroederschap Brey. De vrijwillige wijnboeren hebben in hem een goede partner gevonden. Het wijngoed Weingart levert steeds uitstekende wijnen uit de streek rond Boppard. Neem zeker ook een kijkje op Florian Weingarts website, waar ook zijn ideeën beschreven staan. Hij zegt leuke dingen zoals „De wijn weerspiegelt het raadsel van onze eigen individualiteit, onze eigen aanwezigheid. We keren steeds terug en vinden altijd iets anders, we kunnen veel verklaren en gissen, maar het einde bereiken we nooit. Er blijft altijd een geheim over.” Daaraan heb ik niets meer toe te voegen.

Wandelen

Boppard is het vertrekpunt voor talrijke wandelingen. Zowel ambitieuze kilometervreters als gezinnen met kinderen vinden hier geschikte wandelroutes die één iets gemeen hebben: een adembenemend landschap. Twee aanbevelingen:

De Bopparder Klettersteig

Koblenzer Straße · 56154 Boppard · 0 67 42/27 61

Huurprijs voor de klimuitrusting 5 euro, waarborg 20 euro, huren bij het Aral-tankstation, reserveren is aan te raden

Als één van de weinige alpiene wandelroutes ten noorden van de Alpen is de Bopparder Klettersteig een mooie uitdaging voor ambitieuze wandelaars. Hoewel de klimpassages nooit de hoogste moeilijkheidsgraad bereiken, is de route ideaal voor mensen die een eerste ervaring willen opdoen met touw en klimijzer. De aanbevolen minimumleeftijd is negen jaar. De noodzakelijke klimuitrusting kan je in het Aral-tankstation aan de voet van het pad huren. De Klettersteig-route duurt ongeveer drie uur.

Traumschleife  Elfenlay

Start en einde Mühltal/St. Remigiusplatz aan de L 207/B 9 in Boppard (84 m)

Coördinaten: Geogr. 50.234110 N 7.576813 E

UTM 32U 398502 5565629

Boppard is verbonden met het Saar-Hunsrück-wandelpad, één van de mooiste wandelpaden in Duitsland, dat bekend staat om zijn natuurlijke karakter. 70 procent van de paden voeren door bossen, over weides of langs beekjes. Het Elfenlay-pad voert je onder andere langs de beschermde Hunsrückbahn bij Boppard, waar treinen zonder tandraden over de steilste spoorweg van Duitsland reden. Boven heeft u een fantastisch uitzicht over de Rijnlus. De route duurt ongeveer vier uur.

Eten

Ook op culinair vlak heeft de noordelijke vallei heel wat te bieden. Hier vind je enkele tips om even te stoppen en te genieten.

Hotel „Zur Marksburg”

Zehnthofstraße 58 · 56322 Spay · 0 26 28/22 85

info@gasthaus-zur-marksburg.de · gasthaus-zur-marksburg.de Openingsuren: dinsdag tot zaterdag vanaf 16.30 uur, zondag van 11 tot 22 uur, maandag gesloten, doorlopend warme keuken

De buitenkant van het restaurant aan de zuidelijke kant van Spay ziet er eerder onopvallend en een beetje ouderwets uit. Niets is echter minder waar zodra je iets voorgeschoteld krijgt. De lamsrug is vrijwel ongeëvenaard. Geen wonder dat het hele dorp in het restaurant met uitzicht op de gelijknamige brug gaat eten.

Restaurant Fondels Mühle

Mühltal 8 · 56154 Boppard · 0 67 42/57 75 · 01 73/3 23 13 57 info@fondelsmuehle.de  ·  fondelsmuehle.de openingsuren:  Dinsdag tot zaterdag vanaf 17 uur,

zon- en feestdagen vanaf 12 uur

Fondels Mühle aan de ingang van het Mühldal wordt door de plaatselijke bevolking aangeraden als één van de beste restaurants van Boppard. De regionale keuken met moderne, mediterrane invloeden gebruikt producten uit de streek zonder technische snufjes. Op de wijnkaart staan zowel plaatselijke wijnen uit de Bopparder Hamm als Chileense flessen.

Burg Sterrenberg

Burgenstraße  2  ·  56341 Kamp-Bornhofen

0 67 73/3 23 (Restaurant)

Openingsuren tentoonstelling: maart tot oktober dagelijks van

11.30 tot 18 uur, november tot december: vrijdag tot zondag van 11.30 tot 16 uur, januari en februari gesloten, openingsuren keuken: woensdag tot zondag van 12 tot 20 uur

De legende van de „vijandige broers” is na de legende over de Loreley misschien de bekendste van de Midden-Rijn. Twee broers erfden de burchten Sterrenberg en Liebenstein bij Kamp-Bornhofen. Ze kregen ruzie om een vrouw en bouwden een muur tussen de twee burchten. Zo vertelde Heine het. Om te weten wat er echt gebeurd is, breng je het best een bezoekje aan Burg Sterrenberg. Dat is al helemaal de moeite sinds Karolin König-Kunz een nieuw uitstekend gastronomisch restaurant opgericht heeft in de burcht.  Tip: blijf zeker tot zonsondergang! Het is de mooiste van de Midden-Rijn.

Landgasthof „Zum Weißen Schwanen”

Brunnenstraße 4 · 56338 Braubach · 0 26 27/98 20 · Fax 0 26 27/88 02 info@zum-weissen-schwanen.de · zum-weißen-schwanen.de openingsuren: dagelijks vanaf 17 uur, woensdag en donderdag gesloten, op feestdagen ook open van 12 tot 14 uur

Nog een zaak van Karolin König-Kunz, één van de meest gedreven en innovatieve zakenvrouwen in het dal. Haar landelijke herberg „Zum Weißen Schwanen” in Braubach heeft een ambachtelijke uitstraling, in de beste zin van het woord. Rustiek en gezellig, zonder ouderwets te zijn, met gevoel voor het historische geheel, maar zonder clichés. Dat past ook bij de frisse en moderne gerechten die ze ook graag in haar eigen kruidentuin serveert. Deze wordt liefdevol en vakkundig onderhouden door de ouders van de eigenares. Als onderdeel van de „Route der Welterbegärten” kan men de tuin ook bezichtigen.

 

In het hart van het werelderfgoed: het centrale dal

Verder stroomafwaarts kom je uit bij het frappantste dorpspaar van het dal: Sankt Goar en Sankt Goarshausen. Het eerste dorp ligt aan de linkerkant, het tweede aan de overkant van de Rijn. Hoewel ze maar enkele meters van elkaar liggen, heeft de scheiding door de Rijn duidelijk zijn invloed. Sankt Goar hoort bij de Rhein-Hunsrück-Kreis die vanuit de districthoofdstad Simmern bestuurd wordt. Sankt Goarhausen valt onder het gebied van de Rhein-Lahn-Kreis, met Bad Ems als bestuurlijke hoofdstad. Het verbindende element is de veer tussen de twee dorpen.

 

De werelderfgoedvereniging

Sankt Goarshausen is met zijn 1400 inwoner iets kleiner (in Sankt Goar leven ongeveer 2700 mensen), maar zou als de plaatselijke hoofdstad van het werelderfgoedgebied beschouwd kunnen worden. Want hier bevindt de zetel van de vereniging „Zweckverband Welterbe Oberes Mittelrheintal” zich. De vereniging huist in een onopvallende zijstraat en heeft een belangrijke taak: de medewerkers proberen een invulling te geven aan de abstracte titel „Unesco-werelderfgoed”. Geen kleine uitdaging: het werelderfgoedgebied is groot. Het strekt zich uit over 67 rivierkilometers en omvat 48 steden en gemeentes in twee deelstaten (zie hoofdstuk „Wat is eigenlijk de Midden-Rijn, en zo ja, hoeveel?”).

Sinds 2002 is het Boven-Midden-Rijndal een door Unesco erkend werelderfgoed. Deze status werd aan het „cultuurlandschap Boven-Midden-Rijndal” verleend op basis van de werelderfgoedconventie van de VN. Daarmee willen de

Verenigde Naties plaatsen beschermen die een unieke waarde hebben voor de geschiedenis van de mensheid. In het geval van het Boven-Midden-Rijndal werden

  • de hoge dichtheid van historische gebouwen, in het bijzonder de talrijke burchten en ruïnes,
  • het unieke landschap dat gekenmerkt werd door de wijn- en stedenbouw van de bewoners van het dal,
  • de al eeuwenlange culturele en economische uitwisseling in Europa,
  • het belang voor literatuur, dicht- en schilderkunst, bijvoorbeeld in de Rijnromantiek, benadrukt.

De oorspronkelijke euforie over deze titel is ondertussen echter al enigzins getemperd. Ze heeft plaats gemaakt voor het besef dat een leuk label alleen niet voldoende is om een ooit bloeiende toeristische bestemming uit een diepe slaap te wekken. In tegendeel, het kan zelfs een blok aan het been worden. Dat is bijvoorbeeld te zien aan de kabelbaan in Koblenz, die bijna slachtoffer werd van de werelderfgoedburocratie (zie hoofdstuk Koblenz). Acties zoals deze helpen niet om het imago van het Unesco-erfgoed in de Midden-Rijn te verbeteren.

Neen, gasten komen niet alleen omdat er wat werelderfgoed te zien is. Ze komen om te zien waarom een streek werelderfgoed is. Desondanks is de titel een kwaliteitslabel dat het Boven-Midden-Rijndal onderscheidt van omliggende bestemmingen zoals de Eifel, Westerwald of Rheingau. Nu moeten de aanwezige schatten van de streek in de kijker gezet worden. En zo komen we weer uit bij de werelderfgoedvereniging.

De organisatie werkt aan minstens 30 projecten mee. Enkele daarvan werden hier al vermeld: zo kunnen de maatregelen om de Midden-Rijnkers  te beschermen (zie hoofdstuk Midden-Rijnkers ) toegeschreven worden aan de vereniging. Een ander project dat je in het hele dal kan bezoeken, is de „Route der Welterbegärten”. Daartoe behoren heel goed onderhouden en opvallende parken in het dal. De kruidentuin van het Landgasthof „Zum Weißen Schwanen” in Braubach bijvoorbeeld, de tuin van de Heimburg in Niederheimbach (zie hoofdstuk Niederheimbach) of de tuin van „Villa Katharina” in Bingen. Maar ook abstracte diensten, zoals de advisering bij bouw- en infrastructuurprojecten, vallen onder de taken van de werelderfgoedvereniging.

De belangrijkste dag van het jaar voor het werelderfgoed is de „Werelderfgoeddag”. De eerste zondag van juni openen in de Midden-Rijn veel gebouwen, parken en instellingen die tot het werelderfgoed behoren hun deuren en stellen zich op een bijzondere manier voor aan de bezoekers. Een goede gelegenheid, ook voor de mensen in het dal, om te zien dat de werelderfgoedtitel naast wat frustratie ook veel opgebracht heeft. Sinds 2002 werd immers ongeveer 450 miljoen euro aan overheidsgeld in de streek geïnvesteerd. Nog waardevoller dan dat is het besef dat het de moeite is om de historische, culturele en biologische schatten van de streek te beschermen en verder te ontwikkelen.

Zweckverband Welterbe Oberes Mittelrheintal

Dolkstraße 19, 56346 Sankt Goarshausen

0 67 71/59 94 45

info@zv-welterbe.de

welterbe-oberes-mittelrheintal.de

 

Tussen drie burchten: Kat-en-muis-spel en de burcht Rheinfels

Sankt Goar en Sankt Goarshausen worden ingekaderd door de driehoek van de burchten “Katz” en “Maus”, en Rheinfels. De namen van de burchten Kat en Muis stammen natuurlijk uit de volksmond. Burcht Kat heet eigenlijk “Neukatzenelnbogen”, naar haar bouwer, Graaf Wilhelm II van Katzenelnbogen. Hij bouwde de burcht in 1360, om Sankt Goarshausen dat tot graafschap Katzenelnbogen behoorde veilig te kunnen stellen. Ongeveer in dezelfde tijd liet de Trierer Erzbischof Boemund II in blikveld van de burcht van de graaf een eigen burcht bouwen genaamd Peterseck. Volgens de legende maakten de grafen van Katzenelnbogen grappen over de kleinere burcht: “De kat eet de muis”, spotten zij. Vandaar de bijnamen van de burchten. Helaas is het niet mogelijk de twee burchten te bezichtigen. Ze zijn al jaren in particulier bezit. Minstens burcht Muis is af en toe voor evenementen en wijnseminaren of klassieke concerten geopend.

Permanent open voor het publiek is slechts de machtige burchtruïne Rheinfels waar men door verschillende routes kan komen. In tegenstelling tot veel andere burchten is de Rheinfels goed met de auto bereikbaar. Direct voor de burcht is een grote parkeerplaats. Wie van ontspannen en relaxed houdt, neemt de kleine toeristische trein die elke 15 minuten tussen toeristische informatie en burcht gaat. Bezoekers die goed te voet kunnen, kunnen ook het steile burchtpad nemen en nog enkele calorieën extra verbranden onderweg. Geen zorgen: boven aangekomen, zijn er voldoende mogelijkheden de energiereserves weer aan te vullen.

 

Burcht Rheinfels

Het imposante fort werd in 1796 opgeblazen nadat de Franse revolutionaire troepen dit twee jaar eerder veroverde zonder slag of stoot. De toenmalige opperbevelhebber generaal-majoor Philip Valentine van Resius had de burcht met alle troepen haastig verlaten nadat hij geruchten had gehoord dat een 30.000 man sterk leger van de Fransen op weg was naar de burcht. Een paniekvlucht met gevolgen: de nieuwe eigenaren bliezen het goed versterkte complex op dat 100 jaar eerder nog een jarenlange belegering van de Fransen getrotseerd had. Jaren later gebruikten de Pruisische architecten overblijfselen van Rheinfels om de vesting Ehrenbreitstein in Koblenz te bouwen. Recycling in de 19e eeuw.

Het ingenieuze verdedigingssysteem van de burcht Rheinfels is echter in delen tot op vandaag behouden; tot grote vreugde van de jongere bezoekers. De overige mineergangen zijn een ware speeltuin en beloven een echte “De vijf”-gevoel. Jonge onderzoekers moeten op hun eerste bezoek aan de Rheinfels eerst samen met hun ouders een rondleiding door de catacomben maken om een gevoel voor de omgeving te krijgen. Stevige schoenen zijn daarom zeer aan te bevelen, zelfs voor volwassenen. Sandalen of zelfs naaldhakken (allemaal al eens gezien) hebben “underground” niets te zoeken. Wie na een rondleiding zelf nog een verkenningstocht wil maken, moet in ieder geval een zaklamp meenemen.

Uiterlijk na een dergelijk avontuur, is het tijd om aan te sterken. Ook daarvoor ben je op burcht Rheinfels op de juiste plek. Heerlijk dineren in het restaurant van het burchthotel, een van de grootste en meest prestigieuze hotels in het werelderfgoedgebied. Van een conferentie tot aan de wellnessvakantie kun je hier alles doen. Wie van iets authentieker en meer down to earth houdt, gaat naar het café van de burcht. De beste plek voor koffie en gebak is op het leuke Rijnterras. Om daar een tafel te bemachtigen, heb je soms een beetje geluk nodig. Bij mooi weer is het hier eigenlijk altijd vol. Alleen al de blik van boven op Sankt Goar en Sankt Goarshausen loont zich de moeite van het bezoek op de burchtruïne.

In vogelvlucht krijg je een indruk van de drukte op Europa’s meest verhandelde waterweg. Tankers vechten tegen de sterke stroming van de Rijn, terwijl de lijnvaartschepen tussen de aanlegplaatsen

van beide steden heen en weer varen. Motorboten ploegen met schuimende opspattend water stroomafwaarts. En daar tussenin zoekt de Loreley-ferry zijn weg om voetgangers, auto’s en fietsers van de ene kant naar de andere kant van de Rijn te brengen. Als een afstandelijke toeschouwer vraag je je eigenlijk af of het in deze drukte nooit zal komen tot ongelukken.

 

Burcht Rheinfels

56329 Sankt Goar · 0 67 41/77 53 (tijdens de wintermaanden 067 41/383) burg-rheinfels@st-goar.de

Openingstijden: van maart tot oktober dagelijks van 9 tot 18 uur en november van 9 tot 17 uur, van december tot februari gesloten, behalve bij openbare rondleidingen in het weekend (info bij de toeristeninformatie Sankt Goar)

Burchthotel Rheinfels

Schlossberg 47 · 56329 St. Goar · 0 67 41/80 20 info@schloss-rheinfels.de    ·  schloss-rheinfels.de

 

Loodswezen en de scheepvaart op de Midden-Rijn

Zodat het verkeer op de Rijn vlot verloopt, is er de Water- en Scheepvaartdirectie, die in Oberwesel het scheepvaartverkeer controleert op de Rijn en zijn belangrijkste zijrivieren de Moezel, Main en Neckar. Haar commandopost heeft ze direct bij de ingang van de smalste, meest bochtige en moeilijkste passage van de Europese binnenwateren. Tussen Oberwesel en Sankt Goar versmalt de Rijn versmalt tot weinig meer dan 100 meter breedte en is bezaaid met zandbanken, riffen en ondieptes. Deze passage daagt de schippers tot op de dag van vandaag uit, en het komt steeds weer tot kleiner en soms groter ongelukken.

Nog vers in het geheugen is veel bewoners van de vallei, de averij van de zuurtanker “Waldhof” in januari 2011. Als gevolg van de frequente veranderingen van richting in de hoeken is de lading van het schip opgeslingerd. De daaruit resulterende krachten lieten de tanker net voor Sankt Goar omslaan. Kiel naar boven dreef het schip naar het dal en liep vlak voor de haven van Sank Goarshausen op de grond. Twee bemanningsleden kwamen om het leven bij het ongeval. De scheepvaart op de Rijn wekenlang beperkt tot onmogelijk, omdat het instabiele wrak delen van vaargeul blokkeerde. Slechts vijf weken na het ongeluk kon het schip worden geborgen en weggesleept.

Gelukkig zijn dergelijke ongevallen niet de regel. Maar ze herinneren ons eraan dat de rit door de Midden-Rijn-kloof tot op vandaag niet te onderschatten is. Dat is de reden waarom er hier veiligheidsmaatregelen zijn die uniek zijn in Europa om het risico op ongelukken zo klein mogelijk te houden. Bij de ingang van de vernauwingen tussen Sankt Goar en Oberwesel vragen de signaleringssystemen de

“Opvaarders”, dit zijn de stroomopwaarts varende schepen, om aandacht voor het tegemoetkomende verkeer. Hier betekent een horizontale balk dat er geen afvaart komt. Een balk schuin geeft ten minste één afvaarder tot 110 meter lengte aan, twee balken in dakvorm geven ten minste een eenheid tot 110 meter of een enkele vaarder langer dan 110 meter aan. Als alle drie balken lichten en een dichte driehoek vormen, komt ten minste één eenheid van meer dan 110 meter tegemoet.

Deze signaalbalken stammen van het beroep van “Waarnemer”. Toen er nog geen elektronisch gestuurde signalen waren, stonden waarnemers op de gevaarlijke bochten en wezen de scheepsvaarders op het tegemoetkomende verkeer, zodat ze aan de hand daarvan konden navigeren. In aanvulling op de waarnemers hielpen de Rijnloods de schepen door de vallei. Ze namen meestal vanaf Bingen de controle van het stuur over om de schepen en hun lading intact door het “gebergte” zoals het Midden-Rijndal in maritiemjargon heet, te brengen. Sinds de bomaanslag op de Binger Loch begin van de jaren 70 is dat niet meer nodig, en het loodsberoep stierf langzaam uit. Meer dan decennia lang heeft hij veel families in de Midden-Rijn gevoed. In het bijzonder Kaub was een bolwerk van loodsen. Het anker in het wapen van de stad herinnert daar vandaag nog aan. De Kauber loodsenvereniging telde meer dan 100 leden in de jaren 50. In 1988 werd het Kaubstation als laatste in de Midden-Rijn gesloten. Vandaag herbergt ze een klein loodsenmuseum. Soortgelijke huizen bevinden zich aan de rand van Sankt Goar op signaalpost Bankeck of aan de Rijnoever in Bingen.

Loodsenmuseum Sankt Goar

Op Bankeck bij Rijnkilometer 555, 43 · 56329 Sankt Goar · st-goar.de openingstijden: mei tot september elke woensdag en zaterdag

van 14 tot 17 uur

Lotsenmuseum Kaub

0 67 74/2 22

Bezoek mogelijk na aanmelding bij de toeristische informatie Kaub.

Loodsenhuis Bingen

Openingstijden: paaszondag tot einde september

elke zaterdag en zondag en op alle feestdagen van 14 tot 18 uur

 

Tijd voor een typeverandering: Zoals artiest Jana Wendt Loreley ziet

De pose is hetzelfde als altijd: in Evakostuum zit de blonde vrouw op de beroemde rots en loopt met haar vingers door zijn haar. De blik gaat stroomopwaarts van de Rijn, de kijker keert de schone de rug toe. Haar gezicht is niet zichtbaar, maar we vermoeden: deze vrouw wordt geplaagd door twijfels. Zijn golvende haren en blote huid in het tegenwoordige concurreren om de aandacht nog genoeg? Een magazine met de tekst “make-over”, onthult de gedachten van Loreley in de 21e eeuw, die blijkbaar niet meer op haar natuurlijke schoonheid wil vertrouwen. Een paarse streep siert nu de blonde haren. Of de cosmetica helpt?

De aquarel met Loreley in de obsessie met schoonheid is een typisch motief voor Jana Wendt. De Lierschieder kunstenaar houdt zich in haar werk graag bezig met de gekozen thuis in de Midden-Rijn en aarzelt niet om te reageren op de huidige discussies. De meest bekende legendarische figuur in de regio is een terugkerend motief in het werk van Wendt. Geen wonder: de Loreley biedt ook nu nog voldoende stof tot discussie en beweegt de geest van de mensen. En krijgt nu niet alleen het beeld, maar ook in werkelijkheid een make-over. Het natuurlijke schouwspel van de steile naar water aflopende rots en het spectaculaire uitzicht op het landschap in het midden van de Rijncanyon zijn in het huidige concurreren om de aandacht niet meer voldoende.

De Rijn is op de beruchtste plek van zijn 1230 km lange loop slechts ongeveer 100 meter smal, maar wel 20 meter diep. Al duizenden jaren worstelen rots en water op deze locatie om suprematie, wat de romantische dichters van het beroemde verhaal van de mooie vrouw die schippers naar hun ondergang lokte, inspireerde. De Loreley, de “loerende rots”, is de topattractie van het werelderfgoedgebied en grotendeels er voor verantwoordelijk dat de Midden-Rijn internationaal zo bekend is.

Het verhaal van de “femme fatale” die met haar zang en haar schoonheid de Rijnschippers de vernietiging in lokt, fascineert nu nog mensen over de hele wereld. De geschiedenis van de Loreley is daarbij geen “sprookje uit het oude

tijden” zoals Heine in zijn beroemde lied schreef. Integendeel, het is een uitvinding van de romantische schrijver Clemens von Brentano, die de figuur van Loreley voor het eerst in zijn roman “Godwi” liet opduiken. Daarmee creëerde hij letterlijk een legendarische vrouwelijke figuur, die nog steeds inspireert en fascineert. Jana Wendt kwam in 1995 in de geboorteplaats van deze sprookjesachtige figuur. Eerder had de geschoolde porseleinschilder in haar geboorteplaats Leipzig en de beroemde Meissen porseleinfabriek gewerkt. Haar toentertijd geleerde ambacht is ze tot op vandaag trouw gebleven. In haar atelier in Lierschied beschildert Wendt zo ongeveer alles dat kan worden gemaakt van porselein. Direct buiten de deur vindt ze een schat aan waardevolle motieven hiervoor; geen Midden-Rijnburcht, die ze nog niet heeft vastgelegd op een bord, waarvan verzamelaars natuurlijk niet eten, maar die ze aan de muur hangen. Ook populair bij porseleinliefhebbers: beschilderde jamlepels. Bijna schilderachtig ogen porseleinen deksels voor luciferdoosjes, om deze een persoonlijk tintje te geven, bijvoorbeeld met het beeld van je favoriete auto of een geliefd huisdier.

Maar dit werk moet worden opgeschort als de kunstenaar een plotselinge inspiratie voor een nieuw Midden-Rijnmotief heeft. Wanneer de inspiratie inslaat, heeft Jana Wendt een bliksemafleider nodig. Meer dan 50 beelden zijn al gecreëerd waarin Wendt veel van de huidige discussies in de regio verwerkt. Bijvoorbeeld, de lopende kwestie “treinlawaai” of het nu al decennia durende geschil over de niet-bestaande brug in de vallei.

In de nationale politiek heerst het conflict

“Brug ja of nee?” een nog niet opgelost voortdurend probleem. De kunstenaar heeft het eenvoudiger: voor een tentoonstelling in burcht Rheinfels in 2016 bouwde zij het landschap van het Midden-Rijndal met zand en stenen na. De attracties van het gebied heeft ze geschilderd op geblazen eendeneieren, die zij op de geschikte

plekken in haar installatie plaatste. In het midden van de installatie, gemakkelijk over het hoofd te zien door de onwetende, lag een ei, waarop auto’s over de voltooide brug reden. “Fragile als eende-ei” noemt Wendt het werk, dat een knipogend commentaar op het al meermaals in gang gebrachte en vervolgens op ijs geplaatste miljoenenproject is.

Wendt is absoluut een stem in de regio. Daarom is ze ook actief als voorzitter van de groep lokale kunstenaars “Die Treidler” waarvan de leden een paar keer per jaar tentoonstellingen en lezingen in Midden-Rijn organiseren. “Kunstenaars moeten aanzetten tot nadenken,” zegt ze. En de inspirerende figuur in het gebied is de Loreley. “Die kent gewoon iedereen. Voor mij is het een voorbeeld voor de hele vallei,” zegt Jana Wendt.

Daar zijn vooral de toeristen uit de VS, het Verenigd Koninkrijk, China en Japan het ook mee eens: een bezoek aan het 132 meter boven de waterlijn gelegen rotsplateau staat voor bezoekers uit het buitenland nog steeds op een lijn met kasteel Neuschwanstein, de Brandenburger Tor en de Dom van Keulen. In dit land echter, zien de dingen er anders uit: je hoeft niet per se aan de Loreley zijn geweest. De reputatie van de attractie heeft in het verleden te zeer geleden: op de foto’s van Jana Wendt is ze dan wel gezegend met een fantastische jeugd en schoonheid. Van de werkelijke toeristische attractie kun je dat niet meer beweren. Die is helaas nogal verouderd.

Er waren enkele pogingen om de Loreley te doen herleven. In 2000 werd een nieuw bezoekerscentrum geopend. Dat is nu al meer dan 15 jaar geleden. Een echte verbinding met de werkelijke attractie, de Loreley-rots ontbreekt; je moet eerst op zoek gaan. Zelfs het cateringbedrijf van een kleine bistro voldoet niet echt aan de moderne eisen. Het aanbod en de service zijn – om het positief te formuleren – solide, niet meer en niet minder. Dat ziet er op andere locaties van eenzelfde kaliber, zoals het fort Ehrenbreitstein of het Niederwaldmonument in Rüdesheim, heel anders uit.

Immers, de tentoonstelling over de Loreley is mooi gedaan, maar het is ook niet zo dat bezoekers van hun stoel vallen van verbazing. Vooral voor gezinnen met kinderen is waarschijnlijk de onlangs geopende rodelbaan

direct bij het bezoekerscentrum zeer verleidelijk. Dat is een welkome nieuwe attractie in het werelderfgoedgebied waarin  verder weinig aanbod is dat direct gericht is op kinderen en gezinnen.

In ieder geval in de komende jaren zul je bij een snelle rit de heuvel af ook een goed overzicht van de voortgang van de lokale werkzaamheden krijgen. Want de makeover is al in volle gang. Op dit moment zijn er massale reconstructiewerkzaamheden aan de gang aan de Loreley, die nog zullen voortduren tot 2018. Het doel is een complete transformatie van het hele rotsplateau in een modern landschapspark, dat de Loreley ook visueel weer op een lijn moet brengen met de Duitse topattracties hierboven vermeld. Ongeveer 10 miljoen euro worden gebouwd om het ruige terrein te transformeren in een modern landschapspark. Ook het buitenpodium moet worden gemoderniseerd, dat ondanks enkele tekortkomingen zeker tot een van de meest spectaculaire in zijn

soort in Duitsland behoort en trekt sterren van alle generaties en muziekstijlen naar de Midden-Rijn. Van rockbands als Deep Purple tot operazangers zoals Placido Domingo tot aan de Duitse rapper Cro hebben in de afgelopen jaren vele beroemde kunstenaars hier opgetreden. Tip: wie geen kaarten kon bemachtigen, kan de muziek goed volgen vanaf Maria Ruh, de tegenoverliggende pendant van de Loreley.

Het bezoekerscentrum is tijdens de bouwwerkzaamheden geopend. Op een set-upmodel krijg je ook een indruk hoe de Loreley er in een nieuw jasje uit zal zien. Of de site een magneet is voor bezoekers in de regio moet nog bewezen worden. Maar één ding is zeker: Jana Wendt zal een oogje houden op de veranderingen. En om de verfkwast te pakken als de muze Loreley haar een nieuw idee geeft. Ongeacht de uitkomst van de makeover: De magie van de plaats en haar geschiedenis zal niet snel verdwijnen.

Meer over het werk van Jana Wendt bij jana-porzellanatelier.de

Loreley bezoekerscentrum

Op de Loreley (Loreleyplateau) · 56346 St. Goarshausen 0 67 71/59 90 93 · besucherzentrum@loreley-touristik.de openingstijden bistro en bezoekerscentrum: Pasen tot oktober dagelijks van 10 tot 17 uur

Zomerrodelbaan op de Loreley

01 75/2 73 74 91 · info@loreleybob.de · loreleybob.de openingstijden: bij droog weer dagelijks van maart tot november van 10 tot 17 uur

Buitenpodium op de Loreley

Ticket-hotline 0 69/4 07 66 25 80 · http://www.loreley-freilichtbuehne.de

 

004_Rheingeblaettert_Muster_(c) H.PIELTussen “Hemel en aard”: Een bezoek aan Maria Ruh

Op “Maria Ruh” wordt de wereld een beetje kleiner. Hier worden alle Midden-Rijnclichés over de rand van de helling geschopt, zodat zij voor de Loreley voor eeuwig mogen zinken. Wie ervan overtuigd wilt zijn dat de Midden-Rijn niet stilgestaan heeft in de tijd, dat er hier eigentijdse gastronomie en creatieve concepten zijn, kijkt het beste eens op een rustige plek in het pittoreske en zeer nette vakantieoord in de bergen Urbar (noot voor alle navigatiegebruikers: er is een tweede locatie met dezelfde naam in de buurt van Koblenz. Niet te verwarren!). Terwijl, direct tegenover aan de Loreley nog wordt gewerkt, is Maria Ruh al wat velen in het werelderfgoedgebied graag eens willen zijn: modern, casual, maar toch oorspronkelijk. Bij aankomst nodigt de gezellige biertuin onmiddellijk uit te gaan zitten. Wie eerst even de benen wil strekken en wil genieten van het landschap, kan echter ook direct naar het daarachter liggende park gaan. Al vanaf de straat voel je het prachtige uitzicht in de richting van de Loreleyrots.

De tweede blik na aankomst op Maria Ruh moet je werpen op het menu in de vitrine. Hier wacht de volgende verrassing: “Himmel un Ääd”?

“Kölner Krüstchen”? Komt zo de Köbes de hoek om en serveert deze Kölsch in plaats van Riesling? Nee, zo Rijnlands is het hier toch niet. Gerd Brengmann en zijn bedrijfs- en levenspartner Petra Hönes dragen de verantwoordelijkheid voor Maria Ruh, namens de pachter Gerd Ripp. Snel wordt duidelijk hoe de Rijnlandse specialiteiten op de kaart komen: het koppel is van Keulen naar de Midden-Rijn gekomen. Zowel “De man met de kap” als de bedrijfsleider Petra Hönes behoren tot de mensen die erin slagen om elke gast een welkom gevoel te geven. “Zeker, hier gaat ook wel eens wat fout”, zegt Brengmann. Maar dan geven een schnaps, en dan is het meestal wel weer goed”, zegt hij met een grijns. Rijnlands levenswijze houdt stand.

Wat een bezoek aan Maria Ruh tot een ervaring maakt, zijn de vele kleine dingen die kunnen worden ontdekt in het restaurant en op het terrein. Elke hoek lijkt hier zijn eigen verhaal te willen vertellen. De koffiebrander van het huis verspreidt een huiselijke geur van koffie in het restaurant, is een echte blikvanger en biedt de gasten iets om over te praten. Aan de muur hangt een sculptuur van de Midden-Rijn-kunstenaar Jutta Reiss, die doet denken aan de schippers die vroeger van de oevers de schepen stroomopwaarts de Rijn op trokken. Volledige niet-kitscherig zorgt dat voor een verbinding met de geschiedenis van de Midden-Rijn.

Een ander speciaal kenmerk van Maria Ruh zijn een paar oude kweepeerbomen. Waarom maken we daar niet het kenmerk van het restaurant van en bieden kweepeerproducten aan dachten de beheerders. Is tenslotte eens iets anders dan de gebruikelijke alomtegenwoordige wijn. Om de fruitbomen ook vruchten te laten dragen houden Brengmann en Hönes van een imker een bijenkolonie van Oberwesel. En hebben opeens ook nog eigen honing, die ze kunnen verkopen. Met uitzondering van de toiletten, zet de vindingrijkheid van de eigenaren zich voort. Wat daar gebeurt, moeten de bezoekers zelf uitzoeken.

Binnen korte tijd Maria Ruh is uitgegroeid tot een van de populairste locaties in de Midden-Rijn, waar concerten, wijnproeverijen en private feesten plaatsvinden. Als dat het model voor de Loreley aan de andere kant van de Rijn wordt, kan men optimistisch over de toekomst van de vallei zijn.

Maria Ruh

Loreleystraße 20 · 55430 Urbar · 0 67 41/9 81 15 99 willkommen@maria-ruh.de  ·  maria-ruh.de

Openingstijden: dagelijks vanaf 11 uur, warme maaltijden tot 21 uur, zondag van 9 tot 18 uur, maandag alleen biertuin (SB) geopend

 

Klassiek voor niets: de internationale muziekacademie Sankt Goar

“Meent hij dat nou serieus?”, was de reactie van de eerste bezoekers van de klassieke concerten van de International Music Academy in Sankt Goar. Voorheen traden nog eersteklas internationale musici voor het publiek op. En nu staat de organisator van het evenement, Falko Hönisch, voor het publiek en vraagt om donaties aan de kunstenaars. Aan de andere kant, en dit is net zo ongelooflijk: niemand moet entree betalen als het Sankt Goar International Music Festival and Academy uitnodigt voor een concert. Ieder geeft wat hij of zij kan. “Alleen zo kan iedereen, ongeacht de persoonlijke financiële middelen, onder het genot van klassieke muziek op het hoogste niveau komen,” verklaart Hönisch de gedachte achter het ongewone concept.

Eigenlijk zou een aanbod zoals de Music Academy er helemaal niet zijn. Achter bekende, Rijnland-Palts instellingen voor klassieke muziek zoals de Villa Musica of het Midden-Rijn Music Festival staan de deelstaatregering, publieke omroep, kapitaalkrachtige sponsors. Het aanbod van Falko Hönisch is voor iedereen: Falko Hönisch. 80 concerten heeft hij alleen in 2016 in de eerste plaats tussen Ingelheim en Bacharach op eigen kracht georganiseerd, en droeg hij zelf de zorg aan locaties, marketing en natuurlijk de muzikanten. En als het nodig was, nam hij ook de shuttle-service over, en reed de concertgangers persoonlijk naar de moeilijk toegankelijke burcht Maus naar boven. Geen wonder dat dit aanbod voor een of meerdere opgetrokken wenkbrauwen in het culturele leven van het land heeft gezorgd.

Dat de bariton Falko Hönisch samen met de tenor Emilio Pons helemaal naar de Midden-Rijn zijn gekomen, komt door zijn moeder. Zij ontdekte online de betreffende onroerendgoedadvertentie voor de leegstaande villa aan de rand van Sankt Goar, direct aan de B 9 in het zicht van de Loreley. Ze wist dat de twee zangers op zoek waren naar een woning, niet alleen om te wonen, maar ook om het geplande langdurige project, een muziekschool, te kunnen onderbrengen. Normaal gesproken is het moeilijk om objecten zoals deze te verkopen: met name het spoor- en straatlawaai in de Midden-Rijn schrikt veel potentiële klanten af. Hönisch niet. Hij keek vooral naar het potentieel van het pand: een betaalbare woning in de buurt van de luchthaven van Frankfurt in een landschappelijk prachtige gebied – beter kon het bijna niet. En zo begon de ongewone geschiedenis van de Internationale Muziekacademie met zijn jaarlijkse festival in Sankt Goar aan de Rijn.

Hönischs concept is daarbij uiterst eenvoudig: ofwel de Internationale Muziekacademie organiseert de cursussen zelf. Zo brengt ze sinds 2014 jonge musici uit de hele wereld naar het Midden-Rijndal. Of externe muziekdocenten kunnen de ruimtes gebruiken voor masterklassen, voor een bepaalde tijd met hun leerlingen in de woning wonen en hen exclusief onderwijzen. In het ideale geval geven de deelnemers aan het einde van de cursus een of meerdere concerten in het kader van het bijbehorende festival in de Midden-Rijn. Voor de inhoud van de cursussen moeten de docenten zorgen. De optredens worden wederom georganiseerd door Falko Hönisch. Tot nu toe, werkt het concept prachtig, dankzij het goede netwerk van de gastheren. Met zijn eigen internationale optredens als een opera- en concertzanger bouwt hij altijd nieuwe contacten met high-profile musici die op hun beurt profiteren van het aanbod van de Muziekacademie en hun deelnemers.

De leerlingen in Sankt Goar profiteren van Hönischs goede netwerk. Op de Music Academy in Sankt Goar komen ze in contact met bestuurders en castingdirectors van het Festspielhaus Baden-Baden, het Theater an der Wien en de Opéra de Lyon. Met een beetje geluk leidt het van de Midden-Rijn naar de grote podia. Daarvoor moet natuurlijk met succes voor het publiek in de concertzaal van de Muziekacademie in Sankt Goar of het cultuurhuis Oberwesel worden opgetreden. Inmiddels heeft zich dit ook landelijk verspreid en het programma van de Muziekacademie wordt dienovereenkomstig goed bezocht.

De Muziekacademie heeft zich tot een culturele ontmoetingsplaats in de regio ontwikkeld en moet openstaan voor alle mensen. Degenen die willen, kunnen naar de cursussen in de Muziekacademie en meeluisteren bij de leerlingen en hun meesters (vooraf reserveren is hiervoor gewenst). “Ik wil de schuw voor klassieke muziek weghalen,” verklaart Hönisch zijn missie. En daaraan houdt hij zich, zelfs wanneer andere hun wenkbrauwen optrekken.

Sankt Goar International Music Festival en Academy

Heerstraße 5 · 56329 Sankt Goar · 01 73/5 72 89 95 sgimfa@gmail.com · sg-imfa.com

 

Loreley Rock: in Bernie’s Blues Bar laten zelfs Tasmaanse duivels het dreunen

Zijn grootste optreden had rockgitarist Rob Tognoni op 7 mei 2004, ter gelegenheid van een bruiloft. Kroonprins Frederik van Denemarken en de net als Tognoni uit Tasmanië afkomstige Mary Donaldson wilden met elkaar trouwen. Dat moest natuurlijk worden gevierd. Voor de ogen van het koninklijke paar en 45.000 andere toeschouwers speelde Tognoni het Australische volkslied en opende daarmee het grote huwelijksrockfestival in Kopenhagen. Veel meer kan na zo een optreden niet meer komen.

Meer dan een decennium later zit Tognoni in het Loreleyhaus van Sankt Goar en bereidt zich voor op zijn optreden. Er hebben zich slechts 30 mensen verzameld in de muziekbar op de B 42; personeel en musici inbegrepen. Maar dat is niet het verhaal van de neergang van een oudrocker. Het is het verhaal van de opkomst van “Bernie’s Blues Bar”. Tognoni zal in de komende twee uur plaatsvinden met hetzelfde vuur als toen in Kopenhagen in een uitverkocht stadion.

Met de Blues Bar vervulde oudrocker Bernhard Schiffmann, genaamd Bernie, een levenslange droom. Het maakte niet uit dat vrijwel iedereen, die hij vertelde van zijn plan, hem krankzinnig verklaarde. Een muziekbar in het midden van de vallei van de Loreley, blues muzikanten uit de hele wereld treden op, dat klinkt ongeveer net zo waarschijnlijk als de gedaante van een gitaarrocker bij een koninklijk huwelijk. Bovendien zocht Bernie de vermoedelijk slechtste plaats voor zijn onderneming uit, die men zich kan voorstellen. Tussen het spoor en de B 42 ongeveer twee kilometer buiten Sankt Goarshausen gelegen, is de term “buiten de gebaande paden” voor het voormalige Loreleyhaus nog een vriendelijk understatement. En toch werkt de winkel. De tijden dat Bernie achter de muzikanten aan moest bellen om ze te boeken zijn voorbij. Intussen bellen de muzikanten hem op. In de scène is algemeen bekend dat er een ongebruikelijk podium in de Midden-Rijn is dat niet vergelijkbaar is met grootstedelijke clubs.

Een internationale bekendheid als Rob Tognoni die optreedt op festivals voor tienduizenden toeschouwers zou onder normale omstandigheden voor Bernie niet te krijgen zijn. Des te meer verbaasd gereageerd Schiffmann, toen op een moment zijn mobiele telefoon ging. Aan de andere kant van de lijn: Heidi Manu, de Duitse tourmanager van Tognoni, door de vakpers aangewezen als een van de “meest virtuoze bluesgitaristen van de wereld”. Tognoni had tussen twee optredens nog een avond vrij. Of een optreden bij Bernie mogelijk zou zijn? “Ik kan jullie toch helemaal niet betalen,” antwoordde Schiffmann ongelovig. Maar de tourmanager sust hem: “Wij worden het wel eens met elkaar.” En zo staat “The Tasmanian Devil” zoals de Australiër door zijn fans wordt genoemd, op een winterse dag in Bernie’s Blues Bar aan de Loreley en is klaar om te beginnen.

Het zijn niet alleen de muzikanten die op de hoogte zijn van Bernies rockschuur. Vooral in het weekend bromt het bij het Loreley-huis, en wel letterlijk. De Blues Bar is uitgegroeid tot een populaire bikerontmoetingsplaats, omdat blues en motors gewoon perfect bij elkaar passen. Zelfgemaakt gebak en de originele Servische keuken van chef-kok Perka zijn al even verleidelijk. Iedereen die wil, verlengt de pitstop bij Bernie door gelijk ’s nachts te blijven, want er zijn ook kamers in het Loreleyhaus Men dient echter klaar te staan voor het geval dat iemand van het kaliber Rob Tognoni aanwezig is.

Zelfs vanuit de Hunsrück en de Taunus zijn sommige fans speciaal gekomen om de blues-rocker van dichtbij te ervaren. Een draagt zelfs een T-shirt met het portret van de gitarist. Een andere gast stelt zich aan Bernie voor als Markus. Hij heeft bijna twee uur in de auto gezeten, zegt hij. Alleen voor Tognoni. Het duurt niet lang voordat de twee over het vak komen te praten en elkaar namen toegooien uit de lokale rockscene: “Weet je nog de New Animals?” – “Heeft die niet ook bij Puma en de buidelratten gespeeld?” Bernie, zelf een gepassioneerd drummer in zijn element.

Maar lokaal publiek maakt hem vandaag ondanks Topact in de steek. “Dan zal het waarschijnlijk een klein, intiem feestje worden,” spreekt Tognoni de schaars gevulde ruimte gelaten toe. Samen met zijn bassist en zijn drummer bouwt hij helemaal achterin de bar op. De gastheer verwelkomt de gast kort, dan barst de Tasmaanse duivel los. De allereerste akkoorden doen het Loreleyhaus al beven. Dan weer bewerkt Tognoni zijn instrument als een

smid een aambeeld, dan glijden zijn vingers behendig als de naald van een naaimachine over de snaren. In bijzonder extatische momenten houdt Tognoni de gitaar vast als een machinegeweer, van waaruit hij zijn riffs letterlijk in het publiek vuurt. Met zo veel energie kunnen ook de toeschouwers niet rustig blijven zitten. Aan het einde van het woonkamerconcert zit niemand meer op zijn stoel. Het is geen koninklijke bruiloft. Maar toch krijg je het gevoel dat Rob Tognoni deze race niet snel zal vergeten.

Bernie’s Blues Bar in het Loreleyhaus

Rheinstr 60 · 56346 Sankt Goarshausen

0 67 71/9 59 96 74

info@berniesbluesbar.de   berniesbluesbar.de

 

“Freifunk” voor “Dukatenscheißer”: Oberwesel tussen Middeleeuwen en het internettijdperk

Oberwesel staat vooral bekend om zijn goed bewaarde middeleeuwse stadsmuur. De verdedigingsmuur heeft de stad de bijnaam “Stad van de torens” opgeleverd. In totaal stijgen 16 van deze torens vandaag over de daken van Oberwesel uit en geven de stad zijn karakteristieke panorama. Het werd bekroond door de eerbiedwaardige burcht Schönburg waarvan de geschiedenis tot aan de

12e eeuw teruggaat. Tegenwoordig is de burcht Schönburg een luxe hotel met een unieke flair. Het wordt gerund door de gebroeders Johann en Hermann Hüttl die het van hun ouders hebben overgenomen.

Wie op de burcht Schoenburg komt,krijgt onmiddellijk het gevoel alsof een andere wereld te zijn binnengestapt. In de kronkelende gangen van het hotel, kunnen nieuwkomers geweldig verdwalen. In een hoek staat een schaakspel gemaakt van marmer, dat de indruk geeft alsof de tinnen soldaatjes elk moment, als bij toverslag elkaar gaan aanvallen. Uitnodigende boekenkasten bedekken de wanden van de salon; je zou niet verrast zijn als er een geheime deur open zou gaan als je een van de boeken eruit zou trekken. Net zo betoverd als de burcht is de bijbehorende tuin, waarvan het bezoek is gereserveerd voor hotelgasten. Net als de burcht steekt hij vol geheimen: een boomhut die tot de nok volgestopt is met boeken. Of een klein paviljoen waar de ouders van Hüttls reisherinneringen uit Afrika bewaren. Tegen de tijd dat men tijdens een wandeling door het gras van een ringslang schrikt die behendig tussen de kieren van een stenen muur vlucht, kan men zich afvragen of

“Auf Schoenburg” werkelijk alleen burchthotel is. Of misschien beter gezegd toch eerder de “Hogwarts” van de Midden-Rijn.

De middeleeuwse oude stad, de stadsmuur, plus een betoverd kasteel: Oberwesel is als locatie voor ridder- en jongleurspelen voorbestemd. Om de twee jaar organiseert de vereniging voor het behoud van de middeleeuwse tradities in Oberwesel daarom het “Middeleeuwse Spectaculum”. Wie de kans heeft om dit middeleeuwse festival te bezoeken, moet hem grijpen. Letterlijk de hele plaats doet mee om de bezoekers van het festival op een reis van drie dagen te sturen. Dit gebeurt met veel aandacht voor detail: zelfs straatnaamborden zijn bedekt met doeken om enig bewijs op de huidige tijd te verbergen.

Dingen die bezoekers niet kunnen (of willen) missen, krijgen op zijn minst een authentieke naam; zoals de geldautomaten van de lokale banken, dat zijn “Dukatenscheißer”. En waar het nodig is, hoef je alleen maar het beste van oud en nieuw te combineren: plastic servies is taboe, daarom krijgt elke bezoeker bij de ingang van een kopje van klei, dat je steeds weer kunt bijvullen. Puin en vuil gewoon aan de straat zetten, zover gaat de authenticiteit niet.

Naast acteren en muziek, is er vooral veel vakmanschap te bewonderen. Het meest indrukwekkend van alles is dit zeker in de smederij in het dorp, die ook vandaag de dag nog in gebruik is. Wat hier gebeurt, is een ervaring voor alle zintuigen. Heet ijzer verzinkt sissend en stomend in een emmer water, donderend trilt het aambeeld onder krachtige hamerslagen, het hete smidsvuur stinkt naar erts en zwavel.

Maar met alle middeleeuwse flair heeft Oberwesel zeker niet stilgestaan in de tijd. Iedereen die heeft gereisd door het Midden-Rijndal, zal het snel gemerkt hebben: snel, mobiel internet is hier een kwestie van geluk. Onderweg e-mails lezen, een video kijken op YouTube, een foto posten op Instagram: in de Midden-Rijn is dat niet vanzelfsprekend, net zoals gratis wifi in cafés of restaurants (hoewel het beter wordt). In Oberwesel is er echter internet voor iedereen. Achter het gratis internet steekt het initiatief Freifunk Oberwesel, die op zijn beurt weer zeer afhankelijk is van de inzet van Franziskus Weinert. Hij is eigenaar van het bedrijf voor schrijfwaren en speelgoed Herrmann, een van de traditionele winkels van Oberwesel. Het bedrijf in de Liebfrauenstraße bestaat al sinds 1899. Vanaf hier voorziet Weinert de hele stad van draadloze routers. Oorspronkelijk was zijn doel het hele centrum van Oberwesel van het station tot het ziekenhuis, van gratis internet te voorzien. Maar met zijn inzet werkt hij al over de stadsgrenzen heen naar de andere kant van de Rijn. Zelfs in het bezoekerscentrum van de Loreley is er dankzij Freifunk Oberwesel nu wifi voor bezoekers.

Het concept van Freifunk is gebaseerd op een eenvoudig principe van solidariteit. Iedereen die Freifunk wil ondersteunen, kan een aantal van zijn eigen bandbreedte bieden aan het gratis draadloos netwerk. Het inloggen op het netwerk is voor de gebruikers zeer eenvoudig. Selecteer gewoon “freifunk-myk.de” in het draadloze menu van het betreffende apparaat en je kunt starten. Geen registratie, geen algemene voorwaarden, gewoon beginnen met surfen. De snelheid hangt een beetje van hoeveel bandbreedte de Freifunk-leden bereid zijn te geven. Voor het versturen van vakantiefoto’s via WhatsApp of voor een snelle Instagrampost is het meestal genoeg.

Burchthotel “Auf Schönburg”

55430 Oberwesel aan de Rijn · 0 67 44/9 39 30 huettl@hotel-schoenburg.com    ·    hotel-schoenburg.com

Schrijfwaren en speelgoed Hermann

Eigenaar Franziskus Weinert

Liebfrauenstraße 29b–31 · 55430 Oberwesel · 0 67 44/9 43 90 kontakt@hermann-oberwesel.de    ·  hermann-oberwesel.de

Middeleeuws Spectaculum Oberwesel

wordt om de twee jaar gehouden in de even jaren met Pinksteren. spectaculum-oberwesel.de

 

Tredzeker en vrij van duizeligheid: Een   wandeling   door   de   Oelsbergsteig   van   Oberwesel

De 200e jaargang heeft wijnmaker Jörg Lanius nog in het geheugen omdat deze zo catastrofaal was. Op 26 mei kwam de regen, en stopte vrijwel niet meer tot oktober. Het weer is van belang bij het bepalen van hoe goed een wijnjaar wordt. Daarom heeft een wijnmaker als Jörg Lanius hier een goed geheugen voor. Hij kan zich nog om een andere reden goed aan dit jaar herinneren. Het was het tweede jaar waarin hij druiven uit zijn nieuwe grondstuk in Oelsberg kon verzamelen. En juist in deze zo al moeilijke jaar kon hij uit deze druiven een veelbelovende Trockenbeerenauslese vullen. Maanden later bij een wijnproeverij schoof een man aan de tafel van Lanius aan, probeerde de beerenauslese en beloofde daarna: “Ik zal u opnieuw bezoeken.” Wat de Oberweseler wijnmaker niet kon raden: hij had net een belangrijke stap op weg naar de volledige hercultivering van een van de beroemdste wijngaarden van het Midden-Rijndal gemaakt.

Op dat moment, tijdens de wisseling van het millennium, was Jörg Lanius één van de weinigen die zich in de Oelsberg waagde. De ruige steile hellingen werden aangeduid als te moeilijk te bebouwen en niet-winstgevend. Al decennia lang, lagen grote delen van het gebied braak. Vandaag is de Oelsberg naast de Boppard Hamm en de Bacharacher Hahn weer één van de meest bekende locaties in de Midden-Rijn. Wat het zo uitdagend maakt, maar tegelijkertijd zo uniek, kan elke wandelaar zelf ervaren. Je hoeft alleen maar een goede fysieke conditie te hebben. En je niet eenvoudig laten intimideren.

Het bord aan het begin van Oelsbergklim is zo veelbelovend als respect afdwingend. Betreden op eigen gevaar! Vaste tred is vereist. En zonder hoogtevrees. In het bijzonder kan het laatste criterium twijfels oproepen bij tijdgenoten met hoogtevrees, of de taak “Oelsberg” werkelijk een goed idee is. Maar maak je geen zorgen: ondanks het “alpinekarakter” van deze wandelroute is de Midden-Rijn nog een paar meter hoogte verwijderd van de Alpen.

Een mogelijk uitgangspunt voor de wandeltocht is het centrum van Oberwesel. Maar wie zich bijzonder fit voelt en Oberwesel van start tot finish wil beleven, begint de tour op het dak van de stad, het hotel “Auf Schoenburg”.

Van daaruit gaat het via het Elfenlay-pad naar beneden naar het dorp. Die biedt de mogelijkheid om bij jezelf de vereiste criteria vaste tred en geen hoogtevrees te testen. Het kronkelige pad is steil, rotsachtig en hoekig. Dus wil op zeker wil spelen, pakt beter een paar wandelstokken in. Eenvoudige vuistregel: wie het veilig naar beneden redt, komt ook ongeschonden door de Oelsberg. Makkelijker het zal zijn in Oberwesel, waar de goede bewegwijzering van het Rheinburgpad de rest van de weg wijst. De Oelsberg is een gedeelte van de 196 km lange linksrheinische wandelroute.

Oberwesel zelf biedt de mogelijkheid om de batterijen opnieuw op te laden en uit eten te gaan bij een van de cafés of restaurants in de stad. In totaal heb je voor de burcht Schönburg tot aan de eigenlijke Oelsbergsteig 45 tot 60 minuten nodig, dan sta je al voor het genoemde waarschuwingsbord. De toegang tot de Oelsberg levert echter nog geen problemen op. Je volgt een goed verharde zandweg omzoomd met terrasvormige wijngaarden.

Wie deze route neemt, “leert welke ontberingen de wijnmakers al eeuwen ondergaan om op deze steile hellingen wijngaarden te houden,” zegt hij in een beschrijving van de kaart op de website van Oberwesel. Voor wijndrinkers is het echter een meevaller dat ze vandaag de dag weer kunnen genieten van wijnen uit de Oelsberg.

Een groot deel van de wijngaarden op de Oelsberg lagen vele decennia braak. De hellingen neigen hier tot 60 procent die daarnaast nog zijn vermengd met steile, ruige kliffen, die we tijdens de wandeling nog op harde manier zullen ervaren. De meeste percelen behoren tot kleine bedrijven, part-time kwekers, voor wie het harde werk in Oelsberg uiteindelijk niet meer rendabel was. Maar een paar gelukkige toevalligheden kwamen samen rond het begin van het millennium, zodat vandaag weer op bijna negen hectare wijngaarden kunnen worden geoogst.

De moeilijke delen van de wandeling bereik je na ongeveer een half uur. In een kleine bosrijke omgeving, neemt de stijging aanzienlijk toe nadat we een beek zijn overgestoken. De rotswanden lopen aan de Rijn bijna verticaal naar beneden. Nu is het tijd om de aan het begin vermelde vereiste vaste tred in te zetten. Eigens gemonteerde klimhulp vergemakkelijkt de klimmerij gelukkig een beetje. Over het algemeen is de eigenlijke Oelsbergsteig slechts 1,3 kilometer lang. Een zekere conditie is echter zeker nu wel nodig. Iemand als Jörg Lanius heeft zeker geen problemen met het terrein. De wijnmaker besteedt elk jaar vele weken in Oelsberg.

Het potentieel van de situatie was nooit echt een geheim. De hobbywijnbouwers die kleinere stukken grond hielden, slaagden er steeds weer in uitstekende wijnen te bereiden. De omstandigheden zijn er ideaal. In aanvulling op de Boppard Hamm is de Oelsberg de enige linksrheinische zuidelijke helling, gemaakt voor de naar zon snakkende Riesling. Om de Rijnleisteen op dit punt bedekt door een dunne lösslaag die de wijnen een zeer uniek, kruidig aroma geeft. Oelsberg Rieslings zijn in vergelijking met andere locaties zachter en verfrissend, hebben niet zo veel zuur als de klassieke Midden-Rijn Riesling. Lanius, zoals veel van zijn collega’s al dachten: een deskundige op dit gebied zou onder deze omstandigheden consequent topwijnen produceren. Maar niemand durfde echt dicht bij de hopeloos verwaarloosde berg te komen. Lanius had ten slotte de nodige pioniersgeest. Samen met zijn vrouw had hij enkele jaren geleden zijn eigen bedrijf in Oberwesel heropend. Wie wil opvallen in de kleine, concurrerende groeiende regio in de Midden-Rijn, moet iets durven. Toen in het midden van de jaren 90 zich de gelegenheid voordeed om een aantal terreinen in Oelsberg te kopen, greep Lanius toe. En vanaf dat moment kwam alles vanzelf bij elkaar.

Zoals later bleek, was de man die de 2000e Trockenbeerenauslese had geprobeerd, een redacteur van de FAZ. Hij hield zijn woord en kwam terug naar de wijngaard Lanius-Knab. Daarna schreef hij een halve pagina lofzang op de Oelsberg. Door de goede pers werden andere wijnmakers nu ook overtuigd. De Oelsberg moet worden gereactiveerd. Daarvoor was echter een uitgebreide herverkaveling noodzakelijk. Dat wil zeggen dat alle grondstukeigenaren zich moesten verenigen om in onderling overleg opnieuw het hele gebied cultiveren. Normaal gesproken duurt een dergelijke procedure jaren.

Opnieuw hielp een gelukkig toeval. Net op dat moment was bij Unesco het Werelderfgoedproces voor de Midden-Rijn in de hete fase. Daar was elk project welkom waarmee de regio op een of andere manier werd opgewaardeerd. Met het idee om de traditionele Oelsberg te doen opleven, liepen de wijnmakers en de bevoegde verbandsgemeente Sankt Goar-Oberwesel open deuren binnen. Tenslotte zou de nieuwe hercultivering niet alleen ten goede komen aan de wijnproducenten. Met het toegankelijk maken van de wijngaard is tegelijkertijd ook het wandelpad aangelegd waarover we vandaag lopen.

Wat deze tour bijzonder aantrekkelijk maakt: hij is zeer gevarieerd. Middenin blokkeert een ijzeren hek de weg, maar die kan gemakkelijk worden geopend. Het houdt een kleine kudde boergeiten onder controle, die op veel plaatsen in de Midden-Rijn worden gebruikt om de hellingen vrij te houden van de anders wild woekerende braamstruiken. Opnieuw en opnieuw kom je aan uitzichtpunten voorbij die niet alleen een prachtig uitzicht op Oberwesel en de Rijn bieden, maar ook voldoende mogelijkheden voor een rustplek. Er zijn ook opvallende bezienswaardigheden: op een gegeven moment, kruist een klein beekje het pad, elders moet je door een boom stijgen die is als een hek rond het pad is gegroeid.

De aandachtige waarnemer zal ook een aantal eigenaardigheden in de wijngaarden van Oelsberg merken die niet noodzakelijkerwijs een typisch voorbeeld van de Midden-Rijn zijn. Reeds in 2004 werd de volledige Oelsberg opnieuw beplant, dankzij enkele innovatieve ideeën bij het toegankelijk maken van de moeilijke locatie. Kenmerkend voor de Oelsberg zijn de gedeeltelijk loodrecht op de helling toegepaste terrassen, die het werken in een gespleten, steile helling vergemakkelijken. Een bijzondere ervaring is een ritje met de “Wijnmaker achtbaan.” De eveneens nieuw gecreëerde Monoracktrein loopt bijna loodrecht op de wijngaard en maakt het bijvoorbeeld mogelijk om de druiven gemakkelijker in de herfst te vervoeren. Wie het geluk heeft en wordt uitgenodigd door een wijnmaker voor een ritje, moet de kans grijpen. Hiervoor is echter vereist dat je geen hoogtevrees hebt.

Tegenwoordig zijn in totaal 15 wijngaarden weer actief in Oelsberg. Het grootste deel van het gebied valt daarbij onder de vier grote wijngaarden Lanius-Knab, Dr. Randolf Kauer, Goswin-Lam-brich en Stahl. Ook de verbandsgemeente Sankt Goar-Oberwesel onderhouden een klein gebied. De burgemeester van de verbandsgemeente en amateur wijnmaker Thomas Bungert produceert daar sinds een aantal jaren zijn eigen Riesling: de “burgemeester-editie”.

Wandelaars die de Oelsberg hebben bedwongen, kunnen aan de rand van de helling twee verschillende routes selecteren. Ofwel ze volgen de Rheinburgenweg richting Urbar en Maria Ruh. Of ze gaan het rondlopende wandelpad terug naar Oberwesel. Deze leidt nu langs de rand van de helling van de Oelsbergs en een van de beste uitzichten in de hele vallei. Het uitzicht vanaf het Günderodehaus is echt “filmisch”.

De baanbrekende “thuis”-reeks van Edgar Reitz is kenmerkend voor het Duitse filmcanon en is internationaal bekend. In zijn films vertelde Reitz over verschillende afleveringen van het verhaal van de fictieve Hunsrück-plaats Schabbach. Toen Reitz zevenmaagdenblik boven Oberwesel als de set voor het derde deel van zijn “thuis”-serie verkoos, gaf hij de plaats een onverwachte toeristische attractie; waarmee het bijna niks geworden zou zijn. Het Günderodehaus is een 200 jaar oude originele Hunsrück vakwerkhuis. Voor het filmen liet Reitz het huis restaureren en speciaal in Oberwesel weer opbouwen. Nadat de laatste opname gemaakt was en de film “Heimat 3” in 2004 in première ging, was er echter lange tijd niemand die de waardevolle filmset wilde onderhouden. Letterlijk op het laatste moment redden twee investeerders uit de regio “heimat”-huis. De oude filmset kan nog steeds worden bezocht vandaag, er zijn ook een aantal rekwisieten tentoongesteld.

Tevens bevindt zich in het Grunderodehaus een gezellig café-restaurant. Met specialiteiten uit het Rijndal en de Hunsrück en natuurlijk met een Riesling uit Oelsberg kunnen wandelaars na de inspannende klim hier ideaal kracht tanken voor de eindsprint.

Günderodehaus

0 67 44/71 40 11 · 01 71/6 47 82 42

info@guenderodefilmhaus.de · guenderodefilmhaus.de Openingstijden: maandag tot donderdag van 11 tot 19 uur, vrijdag en zaterdag van 11 tot 20 uur en

Zondag van 11 tot 18 uur. In de winter gesloten.

Wijngaarden van Oelsberg

VdP wijngaard Lanius-Knab

Mainzer Straße 38 · 55430 Oberwesel · 0 67 44/81 04 Weingut@lanius-knab.de  ·  lanius-knab.de

Weingut Dr. Randolf Kauer

Mainzer Straße 21 · 55422 Bacharach · 0 67 43/22 72 info@weingut-dr-kauer.de  · weingut-dr-kauer.de

Griekse wijn: de wijngaard combineert Lithos Neder-Rijn, het Midden-Rijn en West Peloponnesos

Nee, de nieuwe wijngaard aan de Midden-Rijn heet niet Mr. Lithos. Ook al spreken de klanten Christian graag zo aan. Het is ook echt gemakkelijker dan Theodoropoulos. De naam is zeer klankvol, maar helaas ook vrij omvangrijk op etiketten, onhandig voor een webpagina en, ach ja… je kunt je naam niet uitzoeken. Maar die voor de wijngaard wel. Dus Lithos: dit is Grieks en betekent rots. Precies zo’n leisteen steekt namelijk in de kelder van het huis. De Griekse wortels van de nieuwe wijnmaker in de Midden-Rijn zijn niet alleen zichtbaar in naam.

Bijna precies een jaar geleden zijn Christian en Kristina Theodoropoulos naar Oberwesel Weiler-Boppard verhuisd. Gelegen aan een kant van het dal, wonen de twee letterlijk achter het laatste einde van het Midden-Rijndal. In de rust en stilte kunnen ze zich nu volledig concentreren op het opbouwen van hun eigen bedrijf. 2,5 hectare heeft Christian van voorganger Walter Lahnert overgenomen, het grootste deel daarvan neemt, hoe moet het ook anders in de Midden-Rijn, de Riesling in beslag. Plus kleinere oppervlaktes voor Spätburgunder en Müller-Thurgau.

De geboren Uerdinger heeft het wijnmakershandwerk in Rheinhessen geleerd. Daarna werkte hij voor verschillende bedrijven als een keldermeester. Maar het verlangen naar een eigen wijngaard was er altijd. Samen met Kristina keek hij bij diverse bedrijven, velen van hen aan de Moezel. Maar toch vonden ze er niets wat geschikt was. En plotseling diende zich de gelegenheid aan om de wijngaard Walter Lahnert over te nemen. Zo kwamen de twee uit de Niederrhein uit op de Midden-Rijn. Nu staat Uerdingen niet per se bekend als een bolwerk van de wijnbouw. De liefde voor de wijn ontdekte Christian in Griekenland. De geboorteplaats van zijn familie is een klein dorp in het westen van de Peloponnesos. Op de lokale boerderij produceerde grootvader Nikolaus Theodoropoulos wijn, voornamelijk voor eigen consumptie. Tijdens de zomervakantie kwam Christian zo in contact met de druifverwerking. Tenslotte besloot hij zelf wijnmaker te worden. Toen hij klaar was met zijn opleiding, wilde hij met de Griekse druiven zijn eerste eigen wijn produceren. Maar eerst moesten een paar weerstanden overwonnen worden.

De grootvader is inmiddels overleden, oom Pano leidt het boerenbedrijf nu. Gebleven is opa’s eenvoudig wijnrecept. De druiven van de wijnstok Agiorgitiko fermenteren nog steeds in de oude houten vaten. Waarvan de voltooide wijn direct in het glas wordt gevuld. “En zo smaakt hij dan op een gegeven moment ook,” herinnert Christian zich met een lichte huivering. Hij wil het beter maken, en dat is anders. Maar familietradities kunnen harder dan een lithos zijn. Er is de nodige overtuigingskracht nodig van de vers geleerde wijnmaker om zijn vader en oom te overtuigen het eens te proberen volgens zijn methode. De jaargang 2007 zal zijn “gezelstuk” worden, zoals hij tegenwoordig zegt. En Christian neemt uiteindelijk de erfenis van zijn grootvader aan.

Ondertussen vult Christians vader Theodor Theodoropoulos per jaar ongeveer 1000 flessen van de eigen rode wijn af, volgens de instructies van zijn zoon. Als “Anonimo” verkoopt Christian de wijn in hun eigen wijngaard, die hij nu stap voor stap volgens zijn wensen wil op- en ombouwen. Net als toen in de Peloponnesos is er weerstand. “Moet dan alles veranderd worden?” is Christian al meer dan eens gevraagd door de vorige eigenaars. Maar dit keer zet hij door: Ja, dat moet! Want zelfs als ze genieten van de rust en stilte van hun nieuwe woning: in contemplatie hebben de twee nieuwe Midden-Rijners geen zin. Degenen die net als Christian en Kristina, in een grootstedelijk gebied opgegroeid zijn, zijn een ander tempo gewend. Het begin is gemaakt, nu moeten we verder! En dus nodigen de twee gewoon eens uit om te “grillen, chillen, wijnen te killen”, laten een dj om coole muziek opleggen en draaien de luidsprekers bij aanbreken van de nacht pas echt goed vol open.

Het huisje bij Lithos is zo vol dat Christian en Kristina daarna uitgeput maar gelukkig moeten vaststellen: de volgende keer hebben we meer personeel nodig.

De evenementenkalender van de wijngaard is in ieder geval al voller dan die van zo vele gevestigde bedrijven. Naast de sociale wijnavonden biedt Lithos wandelingen door de wijngaarden rondom Oberwesel aan. En wie de beslotenheid van het zijdal waardeert, kan in alle rust in de wijngaard overnachten.

Wijngaard Lithos

Christos Christian Theodorpoulos

Op de Weinberg 78 – 55430 Oberwesel

06744/9491031

info@weingutlithos.de weingutlithos.de

 

Frituur, vluchtelingencafé, onlinewijn: mijn tips voor de centrale vallei

Natuurlijk valt er tussen Sankt Goar en Oberwesel nog meer te ontdekken. Hier zijn een paar persoonlijke aanbevelingen van mij. Zoals altijd volledig subjectief gegarandeerd onvolledig.

Wijn

De wijnbouw in de extreem steile, smalle vallei is niet zo opvallend als in het noorden en het zuiden van de vallei, waar grote gebieden zoals de Boppard Hamm of de Lorcher wijngaarden uitgestrekte gebieden bedekken. Maar natuurlijk zijn er in Sankt Goar en Oberwesel een aantal uitstekende bedrijven. Sommige heb ik al gepresenteerd, hier zijn er nog een paar.

Wijngaard Philippsmühle

Thomas en Martin Philipps

Gründelbach 49 · 56329 St. Goar · 0 67 41/16 06 info@philipps-muehle.de   ·   philipps-muehle.de

Openingstijden vinotheek en wijncafé “Loreley” op de B 9: april tot oktober dagelijks van 10 tot 18 uur

De vader van Thomas en Martin Philipps was de laatste molenaar van Gründelbachtal in Sankt Goar. Toen de zonen zich realiseerde dat het Müllerhandwerk geen toekomst meer had, hebben ze zich op de wijnbouw gericht en hebben de parttime landbouw van hun ouders in de afgelopen jaren langzaam maar gestaag uitgebreid. Ondertussen behoren ze tot de bekendste en meest innovatieve wijngaarden in de Midden-Rijn. Dit wordt ook ondersteund door de prachtige vinotheek van de twee bij, die ze zeer prominent direct hebben opgebouwd tegenover de Loreley. Beslist een keer gaan kijken!

Wijngaard Winfried Persch

Wijngaard en pension Sennerhof Winfried en Karin Persch

Rieslingstraße 1 · 55430 Oberwesel-Engehöll · 0 67 44/2 15 weingut.wpersch@t-online.de   ·   hotel-weinproben-rhein.de

Nu al in de zevende generatie exploiteert Winfried Persch wijnbouw in Engehöll, een zijdal van Oberwesel. En de achtste staat met zoon William al in de startblokken te wachten. Op het bij de wijngaard behorende Sennerhof kun je ook goed overnachten.

Wijngaard  Goswin-Lambrich

Gerhard, Marita en Christiane  Lambrich

Auf der Kripp 3 · 55430 Oberwesel-Dellhofen · 0 67 44/80 66 info@weingut-lambrich.de   ·  weingut-lambrich.de

Samen met Vader Gerhard leidt Christiane Lambrich de naar haar grootvader Goswin benoemde wijngaard in Oberwesel-Dellhofen. De filosofie bij Goswin-Lambrich is “Wijnbouw in harmonie met de natuur”. De natuur bedankt blijkbaar: de wijnen van het meermaals bekroonde bedrijf behoren tot beste in de Midden-Rijn.

Eten, drinken, overnachten

Wijnhotel Landsknecht

Aussiedlung Landsknecht 4-6 56329 Sankt Goar · Skins · 067 41/20 11 info@hotel-landsknecht.de · hotel-landsknecht.de

Degenen die dichter bij de Rijn dan in hotel Landsknecht willen overnachten, krijgen waarschijnlijk natte voeten. Het hotel in het noorden van Sankt Goar in het district Fellen ligt in feite direct aan de Rijnoever. Eigenaar Martina Lorenz runt het hotel met vastberaden vriendelijkheid. De voormalige wijnkoningin van de Midden-Rijn heeft geleerd om zichzelf te bewijzen en haar huis voortdurend verder te ontwikkelen. Ze werkt nauw samen met echtgenoot Joachim Lorenz. De wijnmaker heeft het voor het zeggen in de wijngaard Lorenz en levert het hotel eersteklas wijnen.

Wijngaard Lorenz

Ablassgasse 4 · 56154 Boppard · 0 67 42/95 89 90 info@lorenz-weine.de  ·  lorenz-weine.de

Snackbar “Sankt Goar”

0 67 41/75 20 ·   Openingstijden: dagelijks van 10.30 tot 18.45 uur

Het hoeft niet altijd Fine Dining en de beste gerechten te zijn. Soms wil je gewoon currywurst met friet ketchup en mayonaise op de hand. En de beste currywurst in de Midden-Rijn vind je in Sankt Goar, direct aan de B 9. Het karakteristieke huis met het groene dak is al vele jaren een betrouwbaar aanspreekpunt voor bikers, automobilisten en voetgangers. Pro-tip: onder de snackbar, direct aan de oevers van de Rijn, bevindt zich een klein terras. Meer ontspannen kun je niet eten.

Bistro Salamander

Rathausstraße 13 · 55430 Oberwesel · 0 67 44/9 49 03 92 bistro-salamander@gmx.de

De onlangs geopende bistro Salamander in Oberwesel vult op een prettige manier een leemte in het culinaire aanbod van de stad. Tussen wijnbars, pizzeria’s en cafés, biedt de Salamander precies het juiste voor de honger tussendoor. Heerlijke baguettes en salades tegen een eerlijke prijs, plus een moderne inrichting en met Yvonne Aldazabal een vriendelijke gastvrouw: dergelijke gelegenheden kunnen er graag meer zijn in de Midden-Rijn.

Winzerhaus Urbar

Rheingoldstraße 8 · 55430 Urbar/Loreley · 0 67 41/13 66 info@loreleyreisen.de   ·  loreleyreisen.de

Het Winzerhaus Urbar laat prachtig zien wat een originele, eenvoudige keuken is. Het terras en de biertuin zijn ideaal om na een lange wandeling over de Rheinburgenweg te stoppen en de dag af te ronden. Het menu is geschikt. Eenvoudige gerechten, die echter uitstekend worden bereid en geserveerd. Het Winzerhaus biedt ook accommodaties.

Uschis wandelstation

Ursula Singer · Landstraße 5 · 56348 Oberkestert · 0 67 73/91 57 90 info@uschis-wanderstation.de    ·   uschis-wanderstation.de

Het reststation van Ursula Singer kan niet worden gemist. Of: eigenlijk komt iedereen hier aan voorbij die de Rheinsteig wil bedwingen. Ofwel om bij te tanken na een moeilijke Rheinsteig-etappe. Of direct om te overnachten in een van de kamers of een van de twee appartementen. In de zomer is hier zoveel aan de hand dat zelfs de vaste klanten uit de regio moeten vrezen voor hun plaats.

Café Global

Liebfrauenstraße 42 · 55430 Oberwesel info@fluechtlingshilfe-stgoar-oberwesel.de fluechtlingshilfe-stgoar-oberwesel.de

Openingstijden: maandag en woensdag van 16 tot 18 uur

Een absoluut de moeite waard te ondersteunen initiatief is het café Global van de vluchtelingenhulp uit Sankt Goar en Oberwesel. Het biedt gevluchte mensen in de regio een belangrijke ontmoetingsplaats en een aanknopingspunt. De gasten zijn altijd welkom en worden vriendelijk verwelkomd met een kopje koffie of thee. De sfeer is internationaal, warm en levendig. Het café wordt volledig gefinancierd door donaties, die natuurlijk altijd welkom zijn.

Inkopen

Het kleine koophuis in Sankt Goar

Regina Engelmann · Heerstraße 93 · 56329 Sankt Goar · 0 67 41/9 31 03 info@kleines-kaufhaus-goar.de   ·  kleines-kaufhaus-goar.de

“Er is geen dag dat ik hier niet graag ben”, zegt Regina Engelmann over haar kleine winkel in het voetgangersgebied van Sankt Goar. Sinds 2014 beheert zij de winkel, met een gemengd warenaanbod: hier krijg je alles wat je nodig zou kunnen hebben in het dagelijks leven, van cadeauartikelen, huishoudelijke artikelen tot boeken en tijdschriften. Zelfs visgerei heeft Regina Engelmann in het assortiment. Een belangrijk aanbod in het met aankoopmogelijkheden chronische underserved Midden-Rijndal.

Wijngaard Midden-Rijn

0 67 44/3 43 99 90

info@weinland-mittelrhein.de   ·  weinland-mittelrhein.de

Omdat je zo veel tijd aan de Midden-Rijn doorbrengt en zo veel goede wijnen probeert, dat je ze het liefst allemaal mee naar huis wilt nemen. Of beter: een selectie van persoonlijke favorieten rechtstreeks aan de voordeur laten leveren. Deze mogelijkheid biedt wijngaard Midden-Rijn, de verzenddienst van Patrick Federhen. Hij heeft nu vele uitstekende wijnmakers in de portfolio die je via hem kunt bezoeken; vele daarvan zijn ook terug te vinden in dit boek. Over het algemeen komen de prijzen van Weinland Midden-Rijn overeen met die van de wijnmakers.

 

“Let’s do the time-warp again!”  – Van Rijnromantiek en kelderbioscoop in Bacharach

Landschappelijk is de centrale vallei zonder twijfel het meest spectaculaire gedeelte van het werelderfgoedgebied. Maar in de zuidelijke vallei zijn er enkele letterlijke hoogtepunten. Met de “Franzosenkopf” op Niederheimbach ligt hier bijvoorbeeld het hoogste punt van het werelderfgoedgebied. Tot 632 meter gaat het hier omhoog, er zijn wandelpaden tot aan de top. Duidelijk zichtbaar is nu ook weer de wijnbouw. De bijna verticale rotswanden van Engtals hebben daarvoor niet veel ruimte overgelaten. Vanaf Kaub domineren de terrassen van de Midden-Rijn wijnproducenten opnieuw het landschap van zowel het Rijndal als van de linksrheinische zijdalen. In Lorch gaat het aanbouwgebied van de Midden-Rijn dan over in de Rheingau. Vooral in de late zomer en de herfst, wanneer de druiven langzaam van kleur veranderen, wordt de Rijn hier ondergedompeld in een eenmalig kleurenspel.

De grootste stad in dit deel van het werelderfgoedgebied is Bacharach. De beroemde wijnstad heeft een van de mooiste oeverpromenades in de Midden-Rijn. De Rheinanlagen zijn echter niet direct gekoppeld aan het centrum van de stad zoals in Boppard, en er ontbreekt de juiste ambiance voor gastronomie; er is alleen één braadworstbarbecue. Je kunt hier echter heel mooi flaneren door een van de weinige grote parken in het Rijndal.

In het oude centrum van Bacharach waan je je dan echt in de tijd van de Rijnromantiek van de 19e eeuw. Smalle straatjes, vakwerkhuizen en wijnbars komen bijna precies overeen  met het idee van de idyllische wijnstad aan de Rijn. Voordat je dus plaats neemt in een van de vele wijnbars, is het de moeite waard een keer met open ogen door het dorp te lopen en je door de atmosfeer laten sturen. Veel plaatsen, zoals de verborgen schilderswinkel, de imposante burcht Stahleck, tegenwoordig een jeugdherberg, of de ruïne van de Wernerkapel verspreiden hun eigen magie van weleer.

Maar nostalgie heeft zijn valkuilen. Van enkele gastronomische bedrijven merk je dat niet alleen de gevel dateert uit vroeger tijden. Gelukkig zijn er plaatsen zoals Stübers restaurant waar de tijd niet heeft stilgestaan. Andreas Stüber houdt van frisse lucht: als hij tijd heeft en het weer het toelaat, wisselt hij de keukenschort tegen neopreen en gaat surfen op de Rijn voor Bacharach. Wat goed is in de vrije tijd, kan op het werk niet slecht zijn: ook Stübers restaurant waait met verse wind tegen stoffige menu’s en biedt fantasierijke gerechten met lokale ingrediënten, zoals een sushi van de Wisperforel.

Een gastronomisch hoogtepunt op heel andere wijze vindt plaats in de zomer in Bacharach. Voor de “Culinaire zomernacht” transformeren de Rheinanlagen in één groot openluchtrestaurant. Wijnmakers uit de regio en restaurateurs van Bacharach voorzien de bezoekers op het laatste weekend van augustus van lekkernijen.

Dat kun je wijn soms ook anders kunt presenteren, laat de jonge wijnmaker Cecilia Jost van de wijnmakerij Toni Jost zien. Op het et van haar vader overgenomen bedrijf heeft ze nu al een persoonlijke stempel gedrukt. Dit geldt niet alleen voor het werk in de wijnkelder, maar ook voor de presentatie van de resultaten van dit werk. In plaats van het waardige wijnproeven nodigt Cecilia Jost soms zelfs voor een filmavond uit in de wijngaard. Om dan uitgerekend de cultfilm “Rocky Horror Picture Show”, te tonen, in stijl met rijst en vliegende wc-papierrollen. Zo veel esprit wil men vaker in een van de meest pittoreske plaatsen in het Rijndal.

Burcht Stahleck

Jeugdherberg burcht Stahleck · beheer Samuel Knoll 55422 Bacharach · 0 67 43/12 66 bacharach@diejugendherbergen.de  · diejugendherbergen.de

Stübers restaurant in het Rijnhotel Bacharach

0 67 43/12 43 · info@rhein-hotel-bacharach.de · rhein-hotel-bacharach.de openingstijden keuken in hotel en  restaurant:

dagelijks (behalve dinsdag) van 17:30 tot 21:15 uur, zondag extra van 12 tot 14:15 uur

Wijngaard Toni Jost, Hahnenhof

Oberstraße 14 · 55422 Bacharach · 0 67 43/12 16 weingut@tonijost.de   ·  tonijost.de

 

Dit is niet Cuba! Een bezoek in Kaub

De eerste plaats na Oberwesel is de rechterrijnoever Kaub. Gelegen tussen de grote toeristische trekpleister Oberwesel en Bacharach, speelt Kaub vaak slechts een ondergeschikte rol in de reisplannen van de Midden-Rijnbezoekers. Ten onrechte: Kaub is één van de vele onderschatte plaatsen in het gebied de Midden-Rijn, wat er misschien ook aan ligt dat de bewoners hun thuis soms kleiner maken dan nodig is. Nu: Kaub was voorheen bekend als “Cuba”. Dat klinkt toch als Caribisch gebied. Als je daar geen zin van krijgt deze plaats eens nader te bekijken, dan weet ik het ook niet. Het meest bekende is Kaub voor de burcht Pfalzgrafenstein, dat prominent is gelegen in het midden van de Rijn en met spitse burchtmuren de golven trotseert als een schip dat naar een berg vaart. Dankzij haar open ligging is “de Pfalz” één van de meest populaire fotomotieven in het dal; naast Loreley, Marksburg en Niederwaldmonument is het een van de bezienswaardigheden van het werelderfgoedgebied zonder echter de bezoekersaantal van deze bezienswaardigheden te bereiken. Dat kan te maken hebben met het feit dat

“de Pfalz” niet zo gemakkelijk te bereiken is. Een kleine veerboot loopt van de Kauboever naar het eiland Falkenau. Dus van de linker Rijnoever komt moet tweemaal oversteken en eerst de grote autoveerboot van Kaub nemen. Dan stap je over op de zusterboot van de Kaub vaargemeenschap die elk half uur vaart. Met de kleine boot gaat het naar het eiland, waar sinds de 14e eeuw even onvermurwbaar als onverwoestbaar de burcht Pfalzgrafenstein wacht.

Wie een echt middeleeuwse burcht wil zien, is hier precies op de juiste plek. Inderdaad is burcht Pfalzgrafenstein net als de machtige Marksburcht bij Braubach tot op de noodzakelijke restauratiemaatregelen door de eeuwen heen nagenoeg intact gebleven. Het oudste gedeelte is de toren van de burcht, die al in 1327 werd gebouwd. Ooit diende ze de wisselende heersers van de regio als een tolburcht. Na een korte periode als een baken voor de scheepvaart wordt tegenwoordig hoogstens nog de bezoekers van de burcht om een kleine, verplichte entree gevraagd. Daar moet je dan ook gebruik van maken, als je er toch bent en de burcht van binnen bekijken. Maar ook het bezoek aan het eiland is de prijs voor de overtocht waard.

Hadden we het voorheen niet over Cuba en het Caribisch gebied? Nou, op het strand onder de palmbomen ben je hier niet per se. Maar aan de andere kant: veel dichterbij kan ook niet. Het vlakke kiezelstrand is perfect om in de zomer de voeten in de rivier te koelen. Kinderen zullen ondertussen veel schelpen vinden als vakantiesouvenirs. Een paar bomen zorgen voor een beetje schaduw, wanneer het eens te heet wordt. En als weer eens een schip op volle snelheid voorbij het eiland vaart, heb je hier zelfs zoiets als golven van de zee aan de Rijn. Bij deze idylle wees niettemin voorzichtig op dit punt. Je bent hier letterlijk in het midden van de rivier, de stroming is krachtig en slechts op een paar meter afstand steekt voortdurend een grote autoveerboot de rivier over. Beter dat je niet te ver het water in gaat, laat staan pogingen tot zwemmen onderneemt. En wie beslist wil zwemmen in de Rijn, leest nu maar gauw verder. Daar hebben we het straks over.

Wij richten ons eerst op de vraag hoe je de Rijn met droge voeten oversteekt. Ook daarvoor is Kaub precies de juiste plek: hier ging 200 jaar geleden veldmaarschalk Blücher met zijn leger de rivier over om tegen Napoleon te trekken. Het is het geval van de stadsgeschiedenis van Kaub, waaraan niet alleen het momenteel in constructie zijnde Blüchermuseum herinnert. Om de twee jaar, laten de Kauber burgers tijdens de Blücherdagen de tijd van Napoleon en de Pruisen herleven. Altijd met Pinksteren in de oneven jaren herinneren ze zich met kostuums, theater en historische weergaven aan de manier waarop Blücher met zijn leger tijdens de jaarwisseling 1813/1814 in het toen en nu Rijndal zonder brug de rivier overstak. Dat verkorte zijn mars met een paar weken en hij kon Napoleon in de legendarische Slag bij Waterloo pakken. Kaub werd met deze ongetwijfeld gedenkwaardige prestatie in de militaire geschiedenis voor altijd een plaats in de geschiedenisboeken verzekerd.

Vandaag is de belangstelling voor de heldendaden van de Pruisische generaals buiten militair geïnteresseerde kringen inderdaad enigszins versoepeld. Goede zaak dat Kaub ook degenen die niet zo geïnteresseerd zijn in militaire geschiedenis, veel te bieden heeft. Vooral fysiek actieve vakantiegangers in de rustige stad veel mogelijkheden. Natuurlijk kan Kaub uitstekend als uitvalsbasis voor een of meerdere wandelingen op de Rheinsteig worden gebruikt. In het bijzonder is de etappe tussen Sankt Goarshausen en Kaub met een lengte van ongeveer 22 kilometer een dagvullend programma en heel uitdagend. Wie in de burcht Pfalzgrafenstein op het eiland Falkenau was, heeft waarschijnlijk de hoekige rotsriffen opgemerkt die in het midden van de rivier uit het water steken. Zij zijn de overblijfselen van een gevaarlijk rotsrif, dat vele jaren geleden werd opgeblazen, en herinneren er aan dat de Rijn in de grote Midden-Rijnkloof van een paar honderd jaar geleden een woeste waterstroom vol riffen, zandbanken en stroomversnellingen was voordat hij redelijk bevaarbaar werd gemaakt. Degenen die de gevaarlijke wateren van de Rijn willen trotseren, kunnen dat doen bij de Midden-Rijnrafting. Kaub is te kiezen als start- of eindpunt van deze reizen. Natuurlijk is een tochtje op de Rijn niet te vergelijken met een wilde rit op een alpinerivier. Maar de sterke stroming en de door de scheepvaart veroorzaakte golven maken het heel opwindend. Uiterlijk wanneer een dikke tanker op een afstand van slechts een paar meter op volle snelheid voorbij raast, wordt het alle inzittenden duidelijk dat ze zich nu in kikkerperspectief bevinden.

Ook Dirk Melzer is voor verandering van perspectief. Al meer dan 20 jaar, heeft hij zijn kantoor gevestigd in Kaub. De landschapsarchitect brengt bezoekers niet alleen op het water, maar ook er middenin. In 2016 nodigde hij zijn zwemschool Cubalido de eerste keer duit voor het “stroomzwemmen”. Natuurlijk onder de deskundige begeleiding van de DLRG: zwemmen in de Rijn is zeer gevaarlijk voor onervaren en ongeoefende zwemmers. Bij Dirk Melzer leer je hoe je het goed doet. Maar dat is niet de belangrijkste zorg van de stroomzwemschool. Het gaat Melzer om een natuur- en landschapervaring. Daarom combineert hij het zwemmen met een wandeling over de Rheinsteig. Zo kun je de Rijn eerst van boven en dan van onderen ervaren. Uiterlijk wanneer je uit het koele water van de Rijn stapt, aan het opwarmen bent aan de oevers van de Rijn, alvorens te besluiten de dag met een gekoelde witte wijn af sluiten, zul je je kunnen inleven in wat Dirk Melzer bedoelt wanneer hij zegt: “Hier voel je je soms net als aan de Middellandse Zee.”

Burcht Pfalzgrafenstein

56349 Kaub · 01 72/2 62 28 00 · bsa@gdke.rlp

Openingstijden: 1 februari tot 14 maart zaterdag, zon- en feestdagen van 10 tot 17 uur, 15 maart tot 31 oktober

van dinsdag tot zondag en op feestdagen van 10 tot 18 uur, 1 tot 30 november zaterdag, zon- en feestdagen van 10 tot 17 uur. 1 december tot 31 januari gesloten.

Bij hoog water (niveau Kaub ongeveer 4,90 meter), blijft de burcht gesloten.

Mittelrheinrafting

Zollstraße 32 · 56349 Kaub · 0 67 74/15 59 info@mittelrhein-rafting.de   ·  mittelrhein-rafting.de

Stroomzwemschool Cubalido

rheinschwimmschule.de

Blüchertage in Kaub

bluechertage-kaub.de

 

Doornroosje wakker maken: net als tuinier Christian Lenzvoor Niederheimbach nieuwe attracties schept

Een beetje gek moet je waarschijnlijk wel zijn als je het Romeinse Pantheon reconstrueert op schaal 1:12. Maar Christian Lenz kan ermee leven als sommige mensen hem voor gek verklaren. Het gebouw was al niet het eerste idee van deze soort. De tuinarchitect heeft voortdurend ideeën voor nieuwe attracties in de buurt van zijn woonplaats Niederheimbach. En omdat hij niet alleen een beetje gek was, maar ook iemand die niet zo gemakkelijk is te weerhouden van wat hij in zijn hoofd heeft gehaald, weet hij bijna altijd, zijn ideeën ook tot werkelijkheid te laten komen.

30 jaar geleden, nam Christian Lenz als de jonge tuinman de toentertijd volledig verlaten burchtkwekerij van Heimburg, een van de twee burchten in Niederheimbach over; eerst als huurder, intussen is hij eigenaar van het bijna 1.900 vierkante meter grondstuk. De burcht zelf is particulier eigendom en is niet toegankelijk. De burchtkwekerij heeft Christian Lenz echter over de jaren met veel vaardigheid en goede ideeën tot een opmerkelijk juweel uitgebreid dat niet alleen voor de aanplant een bezoek waard is. Opvallend is het torentje in het centrum waarvan in het dak een volledig functioneel, 23-delig klokkenspel geïnstalleerd is.

In aanvulling op de klokken zijn het vooral de verschillende sprookjesfiguren die de burchtkwekerij onmiskenbaar maken, die deel uitmaken van de route van de werelderfgoedtuinen. Op een muur hangt een afbeelding van de rattenvanger van Hamelen. In een bloemenbed staat een verlegen ogende dwerg. En in een nis ligt Sneeuwwitje vredig te slapen. Deze figuren zijn getuigen van het grote tijdperk van Niederheimbach toen hier één van de grootste touristenattracties van het Midden-Rijndal stond.

Voor vele decennia lokte “Märchenhain” jaar in jaar uit duizenden bezoekers naar Niederheimbach. De lokale kunstenaar Ernst Heilmann is in de jaren 20 ermee begonnen een beeldenpark met scènes uit beroemde volksverhalen te bouwen. Na verloop van tijd is daaruit een echt pretpark ontstaan. In aanvulling op de sprookjesfiguren, was er een speeltuin en een restaurant dat ruimte bood voor een knappe 3000 gasten. Het prachtige restaurant diende in de jaren 50 zelfs als decor voor een heimatfilm, waarin tal van Niederheimbacher als figuranten meespeelden. Vandaag nog zwermen oudere inwoners van de vallei van de bezoeken in Märchenheim die bij het opgroeien in Midden-Rijndal gewoon erbij hoorde.

Maar hoewel sprookjes in de regel een goede afloop kennen, was het voor die tijd opmerkelijke succes van het pretpark een ander lot verleend. Het begin van de jaren 80, werd het park verkocht. Voortzetting van de Märchenhain, was niet in het belang van de nieuwe eigenaar. Alle pogingen van de gemeenschap om het park te behouden mislukten. Sinds de late jaren 90 is het terrein permanent verlaten en vergelijkbaar met het klooster Marienberg (zie hoofdstuk Boppard), overgelaten aan verval. Net als Doornroosjes kasteel, is het oude terrein volledig overwoekerd door doornhagen en is op zijn best goed als locatie voor uitdagingen voor de jeugd uit het dorp. Waarvan het imiteren bovendien alleen maar ontraden wordt: de overblijfselen van het verwoeste restaurant zijn ruïnes die op instorten staan. Het lot van de Märchenhain en de kostbare figuren van Ernst Heilmann leek verzegeld.

Nadat de Märchenhain was opgegeven, bleven uiteraard de toeristen weg. En Niederheimbach werd van een populaire toeristische bestemming een witte vlek op de kaart van de Midden-Rijn. Maar het is zeker de moeite waard om een bezoek te brengen aan het stadje, het beste in combinatie met een bezoek aan het naburige dorp Oberheimbach. Een aantal waardevolle wandelpaden tussen de twee plaatsen en de burcht Sooneck, de tweede tot de plaatselijke gemeente behorende

burcht (zie volgende hoofdstuk) en het gezichtspunt Siebenburgenblick. In Oberheimbach bevindt zich met het Weinbergschlosschen een uitstekend hotel en restaurant.

Een andere bijzondere wandeling is de “Rhein über”-tour, die eerst door Niederheimbach en vervolgens, na een korte tocht met de veerboot, door de tegenoverliggende Lorch leidt. Tijdens deze tour zul je langs de “Kuhweg” komen, de plaats waar het verhaal van de Märchenhain toch nog een goede afloop krijgt. Dit is te danken aan de inzet van een aantal Niederheimbacher burgers, onder wie ook Christian Lenz. Wie door Niederheimbach wandelt komt de figuren uit Märchenhain weer tegen. Zoals de naam al doet vermoeden, dreven over de Kuhweg vroeger de boeren het vee naar de weiden boven het dorp. Nadat de Märchenhain uiteindelijk werd gesloten, vonden enkele van de oude personages hier een nieuw thuis. De Kuhweg werd het “Märchenpfad”. Het zijn slechts een paar meter van het einde van deze weg naar de ingang van de voorheen genoemde “Pantheon”.

Het ronde gebouw uit bakstenen bouwde Christian Lenz na een bezoek aan de “Eeuwige Stad”. In tegenstelling tot het naar het zuiden gerichte origineel ligt zijn pantheon naar het oosten. Dit heeft het interessante effect dat het Niederheimbacher Pantheon wanneer bij mooi weer het licht door een gat in het plafond valt, als een zonnewijzer functioneert. Deze ingenieuze constructie, de burchtkwekerij, de klokken, het Märchenpfad: een beetje gek moet je echt zijn om het allemaal te maken. Maar misschien hebben de mensen in de jaren 20 over Ernst Heilmann hetzelfde gezegd, toen hij begon zijn Märchenhain te bouwen.

Burchtkwekerij Christian Lenz met werelderfgoedtuin

0 67 43/62 36 · Openingstijden op afspraak.

Hotel  &  restaurant Weinberg-kasteeltje

Hauptstraße 2 · 55413 Oberheimbach · 0 67 43/9 47 18 40 info@weinberg-schloesschen.de    ·    weinberg-schloesschen.de

 

De strenge blik van de Pruisische koning: een bezoek aan Sooneck

Ja, de burcht Sooneck wil worden gevonden. De kleine partijen zijn niet pompeus, zoals het statige kasteel Stolzenfels of de imposante Marksburg. Zij gluurt daarentegen voorzichtig uit het bos tussen Niederheimbach, de lokale gemeenschap waartoe het behoort, en het naburige dorp Trechtingshausen. Degenen die met de auto komen, moeten oppassen dat ze de afslag niet missen die plotseling van de B 9 naar de burcht leidt; twee grote vlaggen met het embleem van Sooneck helpen echter bij de oriëntatie.

Na ongeveer 500 meter gaat de verharde weg over in een hobbelige onverharde weg die tussen de bomen door slingert. Diepe kuilen op de door weer, wind en zware SUV’s gehavende weg laten de automobilisten vrezen voor hun voertuig. Sommige bezoekers zullen zich nu afvragen of ze echt op de juiste weg zitten. Ziet de weg naar een toeristische attractie er zo uit?

Raak niet in paniek, we zijn op de goede weg. Gelukkig opent het bos zich in een goed beveiligde parkeerplaats en is er een eerste blik op het indrukwekkende Rijnpanorama en de tegenoverliggende Lorcher Wijngaarden. Dit is echter nog niet het beste uitzichtspunt. Het uitzicht vanaf de burcht is nog charmanter. Vanaf hier gaat het de laatste paar honderd meter naar de burchtoren te voet. Een kleine tip: heel dichtbij is een geocache verborgen, die slimme van GPS-schatzoekers snel nog kunnen verzamelen. Maar nu staan we voor de burcht, die in de meer dan 800-jarige geschiedenis van een roofriddernest tot romantisch jachtkasteel van Pruisische machthebbers heeft ondergaan.

Wat overgebleven is van dit erfgoed is met name de romantiek. Al bij het betreden van de burcht valt de weelderige rozenvegetatie van de burcht op. Een totaal van 175 struiken worden hier met veel liefde verzorgd, en dat al sinds de tijd van de keizer. Een klimroos op de binnenplaats is bewezen meer dan 100 jaar oud. Minder voor hun leeftijd dan hun bedwelmende geur, is de geelbloeiende “Gloria Dei” bekend. Wanneer ze in voorjaar in al haar glorie in bloei staat, wordt in de burcht, het jaarlijkse Rozenfeest gevierd. Voordat men echter een snelle blik kan werpen, moet er bij de burchtbeheerder Klaus Collerius entree worden betaald. Hij waakt tegenwoordig over de burcht en weet dienovereenkomstig enkele anekdotes vertellen. Het bezoek van een minister. In de zomer van 2005 liep Norbert Blüm langs op een wandeling door de burcht. Na de rondleiding door de burcht noteerden de kroniekschrijvers nog het eten van een Spundekäs in het café. Een handtekening getuigt van de voorname bezoeker; een gastenboek waar bezoekers zich kunnen vereeuwigen bestaat op de Sooneck namelijk niet.

Ook een deel van de moderne vertelschat van burcht Sooneck: het bezoek van rockzangeres Doro Pesch. In de romantische sfeer van de burcht, nam ze de videoclip voor haar smartlap op “Let Love Rain On Me”, een van de weinige ballads van de anders vooral bekende heavymetal-zangeres. Het internet vergeet niet: de video uit 2004 is nog steeds beschikbaar op YouTube. Groot succes was echter niet voorbestemd voor het lied, althans niet in Doro’s geboorteplaats. Alleen de 65e plaats in de Duitse singlecharts is behaald voor “Let Love Rain On Me”. Doro had in zijn tijd meer fans in Spanje, “Llueva En Mí Tu Amor” was een toptienhit en kwam op de zevende plaats in de Spaanse hitlijsten. Tot grote Iberische toeristische drukte, heeft dat op Sooneck echter niet geleid.

Wie de burcht willen bezoeken, moet zich aansluiten bij een van de reguliere rondleidingen. Hier is het de moeite waard om een kijkje nemen op de vele kleine en grote schilderijen, die van de ene of de andere bijzonderheid zijn voorzien. In een foto een functionerende klok verborgen, die een geschilderde kerkklok activeert. Een vertegenwoordiging van de Zwitserse Frühburg brengt herinneringen terug van een bekende fantasyfilm: een Nieuw-Zeelandse reisgroep riep bij het bekijken in elk geval enthousiast: “Peter Jackson, Lord of the Rings!” Eng wordt het in de ridderzaal waar een portret van de Pruisische koning Friedrich Wilhelm IV de kijker met de ogen lijkt te volgen. Een optische illusie, die ten tijde van de schilder gebruikt is om duidelijk te laten zien wie hier de baas is. De neus van de laars van de heerser wijst altijd naar de kijker en zet hem op zijn plaats in de hiërarchie.

Op de binnenplaats kun je nog eens genieten van de heerlijk frisse boslucht, met uitzicht in de verte – en je verwonderen over de herrie die in je oor doordringt: die komt van de aangrenzende steengroeve van Sooneck Hartsteinwerke, die op geen enkele wijze, zoals sommige bezoekers vermoeden, is een smet is op het werelderfgoedgebied. Integendeel: net als de schoorstenen van de loodsmelter op de Marksburg is de groeve bijna een industrieel monument; en nog steeds in bedrijf. Sinds 1650 wordt op deze plek gesteente opgeblazen vanuit een kwartsietrug die zich vanaf het Hunsrück tot aan de Saar uitstrekt.

400 miljoen jaar oud is het gesteente waarvan dagelijks tot 4000 ton worden afgebroken. Als de machines stil zijn, is de gapende rotswond zelfs habitat voor een kleine moeflonkudde. Met een beetje geluk kunnen de wilde schapen in de avonduren worden waargenomen bij de klim op de steile wanden.

Burcht Sooneck

55413 Niederheimbach · 0 67 43/60 64 sooneck@gdke.rlp.de   ·  burgen-rlp.de

Openingstijden: 1 februari tot 14 maart zaterdag, zon- en feestdagen van 10 tot 17 uur, 15 maart tot 31 oktober dienstag tot zondag  en op feestdagen van 10 tot 18 uur, in november zaterdag, zon- en feestdagen van 10 tot 17 uur

 

Hotspot Lorch: Tussen Rheingau und Midden-Rijn bloeit er een paradijs van biodiversiteit

Wie met Wolfgang Ehmke door de wijngaarden van Lorch wandelt, moet geduld en tijd hebben. Het voormalige hoofd voor natuurbescherming in het Hessische Ministerie van Milieu blijft namelijk om de vijf meter staan om zich voor een of andere plant langs de kant van de weg te bukken. Op de ondeskundige metgezel van Ehmke kan de flora tussen de wijnstokken een relatief eentonige werking hebben. Toch herkent het getrainde oog van de botanicus kalkaster, wilde weit en wede, ook cervaria, ronde look en zelfs de zeldzame vuurwerkplant merkt hij op. Hier en daar plukt Ehmke een exemplaar van een plant zodat hij na enige tijd een mooi boeketje in de hand heeft. Toch is deze kleurrijke selectie slechts een fractie van wat er hier in de loop van het jaar groeit en bloeit. Het gebied rond Lorch is eigenlijk een van de regio’s met de meeste diversiteit in heel Duitsland.

„Hotspots”noemen biologen deze gebieden waarin er zeer veel dieren- en plantensoorten voorkomen. Globaal gezien, bevinden de meeste hotspots zich rond de evenaar, bijvoorbeeld in tropische regenwouden. Maar ook in Duitsland zijn er gebieden waar er heel veel soorten voorkomen. Het dal van de Midden-Rijn, inclusief zijdallen van Nahe en Mosel, is een van de 30 Duitse hotspots die door het Duitse Federale Agentschap voor Natuurbehoud vastgelegd zijn. In dit gebied neemt de regio Lorch tussen Taunus en Midden-Rijn nog eens een bijzondere positie in. Uit onderzoek van Wolfgang Ehmke, in samenwerking met de universiteit van Frankfurt, is gebleken dat er hier een derde staat van alle plantensoorten die in Duitsland te vinden zijn.

Waar er veel planten voorkomen, is ook de dierenwereld erg gevarieerd. Het gebied Lorch is de geboorteplaats van tientallen vlindersoorten die van het warme klimaat in de wijngaarden profiteren. Soorten zoals de „rood-zwart gekleurde aglaope infausta” hebben eigenlijk hun leefgebied in warme landen aan de Middellandse Zee. Het frisse Wispertal en de gelijknamige rivier zijn daarentegen de thuis van veel amfibieën en reptielen zoals de vuursalamander, de hazelworm en padden. In de Wisper zwemt er intussen zelfs opnieuw zalm en natuurlijk ook wisperforel. Een forellenkwekerij in het dal brengt de vis als regionale specialiteit in veel restaurants in de streek op het bord.

Deze biodiversiteit wordt bevorderd doordat er in Lorch drie verschillende klimaatzones zijn. In de hooggelegen Taunusregio’s en in het Wispertal heerst er een koel, Noord-Atlantisch klimaat. Meteorologen en schippers op de Rijn kennen de beruchte ‚Wisperwind’ die na koude nachten in krachtige windstoten stroomopwaarts in de richting van Bingen uit het dal waait en de Rijn plotseling onder een dikke laag mist kan bedekken. In het dal van de Rijn zelf is het duidelijk warmer. Niet voor niets zijn de mensen enthousiast over de mediterraanse flair. Bij de overgang van Taunus en Midden-Rijn zijn er dan weer omstandigheden die eerder lijken op een Oost-Europese steppe, legt Ehmke uit. Elk van deze gebieden zorgt voor een eigen, speciaal aangepaste dieren- en plantenwereld.

De biodiversiteit wordt ook gestimuleerd door het hoge transitverkeer in het Rijn-Maingebied. Vanaf de luchthaven van Frankfurt brengen reizigers „souvernirs” uit alle delen van de wereld mee naar de streek. Ook de Rijn, de drukste waterweg van Europa, spoelt voortdurend nieuwe, deels exotische soorten naar de Midden-Rijn mee. Sommige van hen overleven slechts één seizoen, zoals de watermeloenen die Wolfgang Ehmke enkele jaren geleden op een eiland in de Rijn voor de monding van de Wisper ontdekte. De kiezelbank was tijdens een hete zomer droog komen te staan en ontwikkelde zich tot een klein, eigenaarig biotoop waarin er naast meloenen ook tomaten groeiden.

Dergelijke speciale gevallen van de natuur laten het hart van de botanicus Ehmke sneller kloppen. Na de wandeling door de wijngaarden toont hij enthousiast de foto op zijn smartphone van een stekelnoot die hij aan de kade van Lorch ontdekte: „Die is in Lorch nog niet ontdekt”, zegt hij enthousiast.

Over andere

„neofyten” (nieuwe burgers) is de botanicus minder gelukkig: Het Indische springzaad overwoekert intussen vele stromen. Dergelijke indringers moeten geobserveerd en eventueel zelfs bestreden worden omdat ze anders inheemse soorten volledig kunnen verdringen. Sinds het midden van de jaren ’80 houdt Ehmke zich bezig met het milieu- en natuurbehoud in Hessen.

Eerst maakte hij twee jaar lang deel uit van de eerste parlementaire groep van de Groene Partij en waarvan hij medeoprichter is. Daarna trok hij naar Hessen. Aan de zijde van een zekere Joschka Fischer verhuisde hij naar het Hessische Ministerie van Milieu waar hij de afdeling Natuurbehoud overnam en die hij tot zijn pensioen zou leiden. Vandaag wil hij vooral de mensen aan de Midden-Rijn voor de bijzondere fauna en flora van hun thuisbasis sensibiliseren. Samen met andere experten publiceerde hij een boek over de fauna en flora van de regio („Tussen Midden-Rijn en Taunas – Schatten van de natuur in Lorch aan de Rijn”), geeft hij rondleidingen aan geïnteresseerde burgers en toeristen en geeft hij zijn kennis aan de lokale wijnboeren verder.

„Zonder wijnbouw gaat de biodiversiteit verloren”, zegt ook Gilbert Laquai van het wijnhuis Laquai dat hij samen met zijn broer Gundolf leidt. Sinds de jaren 1980 verbouwen ze in Lorch wijn in harmonie met de natuur. Dit omvat bijvoorbeeld geen gebruik van insecticiden. In plaats daarvan zetten de Laquais in op een gezonde fauna en flora in de wijngaard waarin spinnen of sluipwespen zich goed voelen; nuttige dieren die zich om ongewenste gasten in de wijngaard bekommeren. Dat is enkel mogelijk wanneer men de natuur ruimte geeft, niet met monoculturen werkt – en bereid is om, zoals de Laquais, met lagere opbrengsten te werken. Ook de terrassen die dwars op de hellingen liggen, zoals in Oelsberg van Oberwesel, slaan bij de natuurbeschermer Ehmke aan: „Ze zijn goed tegen erosie en bieden door de terrassen die vanzelf begroeien een leefgebied voor de fauna en flora.”

In andere gevallen kunnen de wijnboeren heel concreet helpen om een habitat voor zeldzame diersoorten te creëren. Bijvoorbeeld voor de grijze gors, een „ornithologische schat”, zoals een vogelexpert in het boek van Wolfgang Ehmke schrijft. De open steile wijnhellingen aan de Midden-Rijn zijn de ideale habitat voor de kleine, bruinachtige zangvogel. Eenvoudig gezegd: zonder wijnbouw op steile hellingen geen grijze gors. In Lorch hebben de Laquais nu doelgericht zo’n 1500 vierkante meter herbeplant om een leefgebied voor de grijze gors te creëren. De helling werd beplant met een zeldzame rieslingkloon die slechts een paar jaar geleden ontdekt werd. „We gaan niet voor kwantiteit, maar voor kwaliteit”, zegt Gilbert Laquai die nu al uitkijkt naar de eerste pluktijd van de speciale druiven in 2020.

Maar het is niet enkel Lorch waar wijnboeren bijdragen aan het behoud van zeldzame soorten. In Bacharach gaf wijnboer Friedrich Bastian een vlinder een nieuwe thuis. Het vetkruidblauwtje, in de volksmond orion genoemd, staat als ernstig bedreigde soort op de rode lijst. Het voortbestaan van deze vlinder is afhankelijk van de aanwezigheid van vetkruid, een plant die de belangrijkste voedselbron voor de rupsen van de vlinder is. Enkele jaren geleden ontdekte Friedrich Bastian deze vlinder bij de herbeplanting van een wijngaard en creëerde een natuurlijke omgeving waarin vetkruid en wijnstokken vreedzaam naast elkaar kunnen leven. De wijn uit dit gebied krijgt men onder de passende naam „Orion”; een kleine blauwe vlinder siert het etiket. Inspanningen zoals deze en die van Wolfgang Ehmke tonen steeds opnieuw dat het de moeite waard is om zich voor de biodiversiteit in de Midden-Rijn in te zetten.

Forellenkwekerij Wispertal

Vestiging 1 · In Wispertal 2 · 65391 Lorch · 0 67 75/96 00 32 Openingsuren: Dagelijks van 11 – 17u, behalve op maandag

Vestiging 2 · Schwalbacher Straße 74 · 65391 Lorch · 0 67 26 5 86 Openingsuren: Maandag tot vrijdag van 9 – 13u

en van 14.30 – 17u en zaterdag van 9 – 13u

Van november tot eind maart is deze vestiging op zaterdag gesloten. info@wisperforelle.de · wisperforelle.de

Wijnindustrie Laquai

Schwalbacher Straße 20 · 65391 Lorch

Wijnindustrie: 0 67 26/83 92 13 · Wijngaard: 0 67 26/83 08 38 kontakt@weinwirtschaft-laquai.de ·  weingut-laquai.de Openingsuren: Vanaf april maandag tot vrijdag vanaf 17u, zaterdag, zon- en feestdagen vanaf 15u, maandag en dinsdag gesloten (behalve op feestdagen). In november en december vrijdag en zaterdag vanaf 17u en zondag vanaf 15u.

Wijnhuis Friedrich Bastian

Koblenzer Straße 1/Hoek Rosenstraße · 55422 Bacharach · 0 67 43/9 37 85 30 info@weingut-bastian-bacharach.de · weingut-bastian-bacharach.de Openingsuren vinotheek: Dagelijks van 11 – 18u

„Tussen Midden-Rijn en Thaunus”

Schatten van de natuur in Lorch aan de Rijn

verkrijgbaar bij vereniging voor natuurkunde in Nassau (ed.), naturkunde-online.de

 

„De burcht was zijn toneel”: Zoals de vader van Markus Hecher naar burcht Rheinstein kwam

Een operazanger, een gekke Engelsman en bedelmonniken: De recentere geschiedenis van burcht Rheinstein toont dat er tussen de oude muren zelfs na bijna 1000 jaar nog plaats is voor spannende gebeurtenissen. Het verhaal hoe de familie van kasteelheer Markus Hecher in het bezit van „Rheinstein” bij Trechtingshausen kwam, is echt avontuurlijk. Intussen moet kasteelheer Markus Hecher het ook steeds vaker aan zijn bezoekers vertellen als de werkelijke geschiedenis van het kasteel.

Maar ook dat verhaal moet men kennen. Het begon allemaal met de rijnromantiek. En die is in de burcht Rheinstein begonnen. In 1823 verkreeg de Pruisische prins Friedrich Wilhelm Luwdig, een neef van de latere koning Friedrich IV, de vesting en noemde het eerst „Vautsberg” in „Rheinstein”. Vervolgens gaf hij bouwinspecteur Claudius von Lassaulx uit Koblenz de opdracht om de middeleeuwse ruïnes tot een burcht om te bouwen. Zo werd de burcht Rheinstein de eerste burcht aan de Midden-Rijn die onder een Pruisische generaal kwam te staan. De basis voor de rijnromantiek was gelegd.

In de volgende jaren verzekerden de Pruisische heersers zich van vele andere bouwwerken aan de Rijn, waaronder de burcht Sooneck, de vesting Ehrenbreitstein of slot Stolzenfels. Hoewel enkele van deze burchten in de loop der jaren nog vaker van eigenaar veranderden, bleef burcht Rheinstein tot in de jaren 1970 in handen van de nakomelingen van de familie Hohenzollern. Barbare Irene prinses van Pruisen, hertogin van Mecklenburg, besloot in 1973 het oude gebouw te verkopen. Er woonde lange tijd niemand meer in en de burcht dreigde te vervallen.

Een Engelsman kwam als eerste geïnteresseerde koper op het toneel. Hij overtuigde de hertogin om al in de burcht te mogen intrekken tot hij het nodige geld verzameld had. Wat prinses Barbara Irene niet wist: De Engelsman had onder andere het plan om met de inventaris van de burcht geld te verdienen. In de daadwerkelijke aankoop van de burcht had de man vermoedelijk nooit interesse. Nadat de bedrieger een half jaar in de burcht „geleefd” had, zoals Markus Hecher vandaag zegt, verdween hij opnieuw van het toneel. De verwikkelingen van de Brit hadden de waarde van de burcht niet noodzakelijkerwijs de hoogte in gedreven. Zelfs de deelstaat Rheinland-Pfalz toonde nooit interesse om de burcht te kopen die een financiële bodemloze put geworden was. De grootste kanshebber die interesse had, bleef een groep monikken van de Hare Krishna-beweging die op dat moment beschouwd werd als een sekteachtige groepering. Wat de monikken ook met de burcht van plan waren, de aanwonenden hadden weinig zin om hen als buren te verwelkomen. En dan deed Hermann Hecher zijn optreden.

De operazanger woonde toen met zijn familie slechts een burcht verder in Reichenstein. Die had de familie gepacht. Nu deed zich de mogelijkheid voor om daadwerkelijk een burcht te bezitten. Ondanks de slechte toestand van de burcht, greep hij zijn kans. Voor 360 000 Duitse Mark kocht hij burcht Rheinstein. Voor de toen 16 jaar oude Markus Hecher was dat een schok. De goed uitgebouwde en eenvoudig toegankelijke burcht Rheichenstein was de plaats waar hij opgroeide. Nu verhuisde de familie naar een naar eigen zeggen „vervallen groot pand” dat men enkel al klimmend via een smal en steil voetpad kan bereiken. Ook bij zijn vader drong het langzaam door wat hij zichzelf aangedaan had.

De burcht was slecht onderhouden, het grootste deel van de inventaris was verpatst, de inhoud katastrofaal. De loodhoudende waterleidingen dateerden nog uit de 19de eeuw. In plaats van een aansluiting op de riolering was er enkel een beerput. Zoveel langs de ene kant. Langs de andere kant: „Burcht Rheinstein was zijn toneel”, zegt Markus Hecher vandaag over zijn vader. Stap voor stap restaureerde hij het vervallen gebouw, maakte het opnieuw toegankelijk voor bezoekers, opende een restaurant. Door gebruik te maken van zijn contacten als operazanger, organiseerde Hermann Hecher evenementen en concertreeksen in de burcht. En langzaam maar zeker merkten de mensen in de regio: „In burcht Rheinstein gebeurt er weer wat.”

Markus Hecher zelf had eerst wat afstand nodig. Na een opleiding en een studie hotelmanagement keerde hij op 21-jarige leeftijd terug naar de burcht en nam hij uiteindelijk de zaak van zijn vader over. En burcht Rheinstein is een familiebedrijf gebleven. Hechers vrouw Cornelia leidt de souvenirshop waar er naast allerlei regionale producten en ridder- en prinsessendecoratie voor kinderkamers ook een paar bijzondere souvenirs uit Rheinstein te vinden zijn. Bijvoorbeeld wijn afkomstig uit de wijngaard van de burcht, de meest zuidelijke plaats van de Midden-Rijn, zoals Markus Hecher benadrukt. Wat ook aan te raden is, is de zelfgemaakte kiwiconfituur van de burcht. De zuidvruchten gedijen namelijk schitterend langs de Midden-Rijn. Het andere culninaire aanbod in burcht Rheinstein ligt in handen van de derde generatie: In „„Kleiner Weinprinz” hebben Marko Hecher en zijn vrouw Cora de leiding.

Ongeveer 40 000 bezoekers komen elk jaar naar Rheinstein waar er ook twee mogelijkheden zijn om te overnachten. Gewoonlijk zijn ze voor maanden

volgeboekt. Een verblijf moet dus op tijd gepland worden. Wie de burcht wil bezoeken, komt het best per boot, raadt Markus Hecher aan. Er zijn namelijk niet erg veel parkeerplaatsen aan Rheinstein. Zowel de Rösslerlijn als Bingen-Rüdesheim meren direct onder de burcht aan. De burcht ligt op ongeveer 400 meter stappen van de kasteelpoort en op 45 meter hoogte. Dit kan je natuurlijk op eigen houtje verkennen. Of je kan je aansluiten bij een van de rondleidingen die aangeboden worden en je kan dan luisteren naar de turbulente geschiedenis van de burcht van Markus Hecher.

Burcht Rheinstein

0 67 21/63 48 · info@burg-rheinstein.de · burg-rheinstein.de Openingsuren: Eind maart tot begin november

dagelijks van 9.30 – 18u (laatste toegang om 17.30u)

Restaurant „Kleiner Weinprinz”

06721 6377 · info@kleiner-weinprinz.de · kleiner-weinprinz.de Openingsuren: Maandag tot zondag van 11.30 – 17.30 uur

 

Wijn uit het station, bikersamenkomst, de beste steak: Mijn tips voor het zuidelijke dal

Wijn

Bacharach, Kaub, Lorch zijn allemaal plaatsen met een lange wijntraditie. Hieronder is er slechts een kleine selectie van de wijngaarden die me persoonlijk goed bevallen zijn.

Wijnhuis & stokerij Hillesheim, Kaub

Wijnhuis Wolfgang Hillesheim

Blücherstraße 55b · 56349 Kaub · 0 67 74/91 91 00 weingut.hillesheim@t-online.de   ·   weingut-hillesheim.de

Wolfgang en Silke Hillesheim verbouwen uit passie wijn op steile hellingen.

„Woon eens een werkdag bij in de wijngaard. Het aardt”, heeft Silke Hillesheim eens tegen mij gezegd.

Aardsheid is een handelsmerk van de wijngaard, innovatie is het andere: Wolfgang Hillesheim werkt aan het wijninstituut in Geisenheim, onder andere om onderzoek te doen naar de gevolgen van de klimaatsverandering voor de wijnboeren. Daarom verkrijgt men naast de klassieke riesling bij Hillesheim ook ongewone druivensoorten zoals de Zwitserse petite arvine.

Wijnhuis Peter Bahles, Kaub

Bahnstraße 10 · 56349 Kaub · 0 67 74/2 58 info@weingut-bahles.de   ·  weingut-bahles.de

Wie met de trein naar Kaub wil komen, kan de eerste stop direct bij Peter Bahles maken. Hij heeft zijn vinotheek in het station van Kaub en beschermt het met het absoluut zinvolle gebruik tegen het trieste lot dat vele andere verlaten stations aan de Midden-Rijn overkwam. Direct tegenover de vinotheek zijn er de wijnbar en het hotel van de wijngaard.

Wijnhuis Ratzenberger

Blücherstraße 167 · 55422 Bacharach · 0 67 43/13 37

weingut-ratzenberger@t-online.de   ·  weingut-ratzenberger.de

Begin 2007 zorgde Jochen Ratzenberger voor opschudding toen hij opeens maar liefst tien hectare aan steile wijnhelling aan de Fürstenberg in Rheindiebach verkreeg. Dat was een sterk signaal in de regio waar er vaak over de achteruitgang van de wijngaarden geklaagd wordt. Ratzenberger investeert en is nu een van de wijnboeren met de grootste landbouwgrond aan de Midden-Rijn. Tegelijkertijd staat het wijnhuis Bacharach al vele jaren voor hoge kwaliteit.

Wijnhuis     Eisenbach-Korn

Oberheimbach Kirchstraße 23 · 55413 Oberheimbach · 0 67 43/60 81 weingut@eisenbach-korn.de   ·   eisenbach-korn.de

Met een geschiedenis van meer dan 400 jaar is het wijnhuis Korn een van de meest traditionele bedrijven aan de Midden-Rijn. Door een fusie met het wijnhuis Eisenbach ontstond de naam Eisenbach-Korn. Vandaag leidt Tobias Korn het wijnhuis samen met zijn familie. Het jaarlijkse tuinfeest in de zomer is niet enkel voor het wijnhuis het hoogtepunt van het jaar. Het heeft een vaste plaats op de evenementenkalender van Oberheimbach en is altijd drukbezocht.

Wijnhuis     Fendel

Rheinstraße 79 · 55143 Niederheimbach · 0 67 43/68 29 weingut-fendel@aol.com   ·  weingut-fendel.de

Jens Fendel is naast Wijnhuis Toni Jost een van de weinige wijnboeren die zowel gebieden langs de Midden-Rijn als langs Rheingau bewerkt. Dat zorgt voor veel werk voor de wijnboeren en voor veel afwisseling voor de klanten. Of de gastheer in de kleine wijnbar aanwezig is, is trouwens gemakkelijk te zien. Men kan niet over de enorme Mercedes kijken die door vier wielen aangedreven wordt.

Eten

Licht en luchtig: Bistro Kaub-Mitte

Marktstraße 5 · 56349 Kaub · 0 67 74/91 86 18 · info@kaub-mitte.de

Bistro’s zoals „Kaub-Mitte” wenst men zich nog veel meer aan de Midden-Rijn. Direct aan de marktplaats in Kaub gelegen, komt er hier een echt „piazzagevoel” op je af. En eindelijk, eindelijk is er eens een restaurant dat zich van de typische sfeer in een wijnbar onderscheidt. In plaats van in te zetten op donker hout en zware kelderoptiek kiezen Pia Peter Richarz voor lichte kleuren, een luchtig interieur en een eenvoudige inrichting. Wat een vernieuwing! De keuken combineert typische regionale gerechten zoals flammkuchen met mediterraanse, tapasachtige gerechten, zoals feta met olijven.

Bikercultuur: Benno’s truckstop, Kaub

Bundesstraße 42 · 56349 Kaub am Rhein · 0 67 74/17 11 webmaster@bennos-truck-stop.de    ·   bennos-truck-stop.de

Benno is een fenomeen! Sinds 1987 is de winkel van Benno Rischen de eerste bestemming aan de Midden-Rijn voor iedereen die met een zware machine onderweg is. Bikers van over de hele wereld rijden naar Midden-Rijn om gepast en stevig te eten. Opgelet: Hier kan het er soms luid aan toe gaan!

Restaurant en hotel Zum Turm

Kaub Zollstraße 50 · 56349 Kaub · 0 67 74/9 22 00 info@rhein-hotel-turm.de  ·  rhein-hotel-turm.de

De gelijknamige „toren” is een oude wachttoren van de stad die dateert uit de 13de eeuw. Anders is de toren wel zeer actueel. Harald Kutsche kookt gevarieerd en inventief zonder te veel chichi op het bord en het is een goed adresje voor iedereen die zich eens iets wil gunnen.

Kurpfälzische Münze, Bacharach

Oberstraße 72/74 · 55422 Bacharach · 0 67 43/9 09 07 31 kontakt@muenze-bacharach.de    ·   muenze-bacharach.de

Op het eerste zicht ziet de „Münze” er weinig uitnodigend uit met de met het donker houtwerk beklede bar waarin de kleine ramen nauwelijks licht doorlaten. Ook de menukaart is eenvoudig en zonder grote verrassingen. Maar schijn bedriegt: Er heerst vaak een vrolijke en levendige bedrijvigheid in de zaak van Heike Suhr. En hun pizza’s kunnen tippen aan die van elk Italiaans restaurant. De naam is trouwens afkomstig van een oud atelier waar munten geslaan werden dat hier tot in de 16de eeuw een zetel had.

Café Böhler, Oberheimbach

Hauptstraße 47 · 55413 Oberheimbach · 0 67 43/60 36

Het café van bakker, wijnboer en restaurantchef Willi Böhler in Oberheimbach ziet er langs de buitenkant heel bescheiden uit. Toch zweert de lokale bevolking met reden bij de kookkunsten van Böhler. Wie ter plaatse vraagt waar men iets kan gaan eten, krijgt steeds het antwoord: „Ga naar Böhler. Daar zijn de beste steaks van de Midden-Rijn!” En ze hebben gelijk: Sappig vlees van 180 gram dat perfect gegaard is. Zo moet dat!

Overnachten

Jeugdherberg Rheinsteig

Kaub Bedrijfsleiding Susanne Reimann-Tavera Zollstraße 46 · 56349 Kaub · 0 67 74/9 18 18 90 kaub@diejugendherbergen.de

De jeugdherberg in Kaub die pas enkele jaren geleden gerenoveerd werd, maakt komaf met alle clichés die sommigen nog met jeugdherbergen associëren. De moderne, kronkelende architectuur vlijt zich als het ware neer op het landschap. En het ontbijt op het terras met zicht op burcht Pfalzgrafenstein is sowieso een klasse apart. Net zoals de ruwe charme die heerst aan het onthaal.

Meer retro kan niet: Het schippershuis

Schippershuis · Op het marktplein in Kaub boeking bij airbnb.de

„Alsof men in een museum zou overnachten”, „Een omgeving als in een film”, „Dirks huis is gewoon cool”. Dit zijn slechts een paar van de recensies waarover gebruikers van Airbnb vol lof zijn nadat ze in het schippershuis van Dirk Melzer de nacht hebben doorgebracht. En terecht: De warme inrichting gecombineerd met een moderne, jaren ’50 cottage stijl, er is geen hoekje waarin er niets te ontdekken valt. Daarbij biedt de gastheer de bezoekers een schat aan informatie over mogelijke bestemmingen en recreatieve mogelijkheden.

Vakantiewoning Kachel

Bacharach Blücherstraße 148a · 55422 Bacharach-Steeg 0 67 43/9 30 41 · 01 76/83 13 04 74

info@fewo-kachel.de   · fewo-kachel.de

Vergeet GaultMillau en Schlemmer: Wie bij Ingrid en Helmut Kachel verblijft, krijgt als begroeting hun „Kachellijst”. Het is een zorgvuldig geselecteerde selectie van bestemmingen, gastronomie en wijnboeren aan de Midden-Rijn die de moeite waard zijn en waarvan Kachel steeds persoonlijk up-to-date gehouden wordt. De lijst is slechts één voorbeeld van de vele van hoezeer de Kachels om hun gasten bekommerd zijn. Tot de service behoort bijvoorbeeld ook een shuttle service, indien nodig ook naar de luchthaven Hahn. Evenmin vanzelfsprekend aan de Midden-Rijn: Bij Kachels wordt er Engels en Nederlands gesproken.

Wandelen

Schellengang

Start: Fürstenberghal Oberdiebach rheinburgenweg.de

Een mooie tour van de Rheinburgenweg is het premiumwandelpad Schellengang, dat in Oberdiebach begint. De weg loopt over meer dan 11 km en leidt u door zijdalen van de Rijn en over de heuvelruggen tussen Oberdiebach en Heimbachtal opnieuw terug. Een weide voor halfwilde paarden, veel leuke uitkijkpunten zoals de Fürstenbergblick en een gevarieerd terrein maken deze tour heel gevarieerd en de moeite waard.

 

Aan de poort van het werelderfgoed: Bingen en Rüdesheim

Voor de toren van de Midden-Rijn in het zuiden liggen de steden Bingen en Rüdesheim. Tussen hen loopt de Rijn die de grens vormt tussen de Duitse deelstaten Rheinland-Pfalz en Hessen. Strikt genomen liggen noch Rüdesheim noch Bingen in het Midden-Rijndal (zie hoofdstuk „Wat is eigenlijk het Midden-Rijn?”). nochtans behoren beide plaatsen tot de werelderfgoedlijst van Unesco. En wanneer de Bundesgartenschau (tentoonstelling over tuinbouw) in Koblenz de blauwdruk voor de ontwikkeling van het Middenrijndal levert, is Bingen het prototype. In 2008 vond er hier aan de oevers van de Rijn een Landesgartenschau plaats waarvan de positieve effecten tot op vandaag nog voelbaar zijn.

De toen vernieuwde, drie kilometer lange promenade langs de oever is in ieder geval voldoende om er een hele dag door te brengen. Te beginnen bij de industriële kraan aan de oostkant van het gebied strekt zich de „cultuuroever” uit tot aan de uithoek van het eiland met de Muizentoren. Onderweg passeer je meerdere tuinen die zeker de moeite waard zijn, Lotsenhaus (zie hoofdstuk „Lotsen”) en Rhein-Nahe-Eck. Vanaf het uitkijkpunt heb je een prachtig uitzicht op het werelderfgoed dat hier spectaculair zijn deuren opent tussen de gebergtes Hunsrück en Taunus. In de zomer zorgen muzikanten uit de hele wereld ervoor dat „Bingen swingt”.

Direct naast de historisch oude kraan die aan het belang van Bingen als handelsstad herinnert, ligt het restaurant Zollamt. Maar wees voorzichtig bij het bezoeken ervan met kinderen: Het kan namelijk zijn dat ze bij het zien van de vele creatieve snoepcreaties (Koekiemonster-cakepops) niet willen vertrekken voordat de hele winkel leeg gegeten is. Ook de vinotheek aan de oever van de Rijn is een bezoekje waard: In Bingen ontmoeten vier wijnbouwgebieden elkaar: Midden-Rijn, Rheingau, Rheinhessen en Nahe. In Bingen wordt er ongeveer 600 hectare wijn bewerkt, dat zijn bijna 150 hectare meer dan in het hele gebied Midden-Rijn. Het verwondert dus niet dat men in de vinotheek een zeer breed gamma aan verschillende wijnen kan vinden. By the way: Bingen geldt als de bakermat van de ijswijn, een klein monument dichtbij de vinotheek houdt de herinnering hieraan levendig.

Het einde van de cultuuroever wordt aan de andere kant van de monding dichtbij het park aan de Muizentoren gevormd. Daar kunnen kinderen hun hart ophalen in de grote waterspeeltuin. Grotere kinderen en jongeren kunnen zich helemaal uitleven in het skatepark van 900 vierkante meter groot. Voetbal- en volleybalvelden maken het sport- en bewegingsaanbod af. Iets dergelijks vind je in Midden-Rijn anders niet, het aanbod schiet er voor families overigens eerder tekort. Burchten, musea en boottochten op de Rijn zijn natuurlijk spannend. Maar af en toe willen kinderen ook eens gewoon naar hartelust spelen, lopen en buiten zijn. Het park aan de Muizentoren is daar precies de juiste plek voor, en dit is het touwens ook zo voor jonge onderzoekers. De tentoonstelling in het seinhuis toont op een zeer duidelijke manier de ontwikkeling van de natuur, mens en techniek aan het Binger Loch.

Ook erg leuk voor families: Een tour door het bos in Bingen. Op het belevingspad ervaren kinderen wat omgekeerde wortels zijn en hoe men met bomen muziek kan maken. Meer ambitieuze wandelaars vinden rond Bingen een breed netwerk aan wandelwegen. Niet in het minst begint hier de Rheinburgenweg die 200 km lang is.

Tolkantoor

Hafenstraße 3 · 55411 Bingen am Rhein · 0 67 21/1 86 96 66 info@zollamtbingen.de · zollamtbingen.de Openinsuren: Maandag tot vrijdag van 11 – 23u, zaterdag en zondag van 11 – 23u

Vinotheek

Hindenburganlage 2 · 55411 Bingen am Rhein · 0 67 21/3 09 89 92 service@weinzeit-bingen.de   ·   vinothek-bingen.de Openingsuren: Mei tot september van dinsdag tot zondag vanaf 11u, oktober tot april van woensdag tot vrijdag vanaf 16u, in het weekend vanaf 11u

Seinhuis in het park aan de Muizentoren

0 67 21/18 41 35 · umwelt@bingen.de · stellwerk-bingen.de Openingsuren: Dinsdag tot zondag van 11 – 17u, park geopend tot de avond valt

Bingen swingt

bingen.de/tourismus · Elke zomer in Bingen.

Belevingspad in het bos van Bingen

06721 184 135 · umwelt@bingen.de Rondleidingen vanaf minstens tien personen.

 

„Topmanager in de 12de eeuw”: Over mythe en feiten in het leven van Hildegard van Bingen

Elke dag begint met Hildegard. Elke morgen is er voor de gasten in het hotel van het Hildegardforum in Bingen „habermus”. Dat is een gekookte speltbrij, verfijnd met appel, amandelen, en heel belangrijk, kaneel. Dit gerecht moet namelijk

een

„gelukkigmaker” zijn. Dit schreef Hildegard van Bingen meer dan 900 jaar geleden. Ook nu nog heeft habermus zijn werking nog niet verloren: Twee mannen in werkkledij – ze zullen van het hotel uit naar de montage gaan – zijn met hun Oost-Duits accent verbaasd toen ze het gerecht mooi gepresenteerd in bokalen voorgeschoteld kregen: „Amai, dat is classy hier!”

De eenvoudige speltbrij is een goed voorbeeld van hoe op het Hildegardforum geprobeerd wordt de overleveringen van Hildegard van Bingen met de tijdgeest te combineren. In april 2015 opende het hotel op de Rochusberg. Het Hildegardforum bestaat al vele jaren als plaats voor evenementen, van huwelijken tot zakelijke bijeenkomsten. Oorspronkelijk behoorde het hele domein, dat ook een bejaardentehuis en een kinder- en jongerentehuis omvat, tot de orde van de kruiszusters. De orde werd in het jaar 1848 in Straatsburg in het leven geroepen door Adèle von Glaubitz om jonge meisjes die zonder ouders moeten opgroeien „van de straat te halen”, zoals we dat vandaag zouden zeggen. Het ten dienste staan van de armen en zwakken in de maatschappij staat tot de dag van vandaag centraal in de orde.

De focus heeft zich echter verlegd naar andere regio’s van de wereld, met name naar Afrika. In Bingen zijn er geen nakommelingen voor de zusters van de orde. Omwille van de leeftijd overhandigden de nonnen de werking van het Hildegardforum daarom aan een ondersteunende organisatie. Het nieuwe hotel breidde het aanbod van de plaats met een ander facet uit. Op de bovenste verdieping van het bejaardentehuis werden er 13 kamers van het hotel ingericht. Aan comfort is er geen gebrek, integendeel: Het draagt bij aan de rustige, teruggetrokken sfeer van het huis.

Het ongewone concept ervan heeft zich al goed verspreid. Ondanks de relatief korte openingsduur zijn er al klanten die meermaals per jaar komen om zich op de Rochusberg te kunnen terugtrekken, helemaal in de geest van Hildegard van Bingen die steeds „discretio”, of „maathouden” predikte. Hiermee ligt de geestelijke, in de kerkleer vooral bekend voor haar intense visies, volledig in de trend. Afremmen en stress afbouwen zijn nodig in het moderne, hektische dagelijkse leven. Op het Hildegardforum wordt geprobeerd juist dit aan te bieden.

Hoe dit aanbod eruitziet, merkt men ook in de keuken van het hotel en het restaurant. De chef-koks proberen dagelijks een „Hildegardtoets” aan het eten te geven. Een visgerecht wordt bijvoorbeeld met een snuifje galgant afgesmaakt, een typisch kruid van Hildegard. De tot poeder vermalen wortel doet omwille van de hevigheid een beetje aan gember denken en het moet de spijsvertering stimuleren. Zoals de meeste kruiden van Hildegard is ook dit kruid in de gewone keuken onbekend, waar ze werken met de klassiekers rozemarijn, tijm of marjolein. Andere bijzondere planten van de leer van Hildegard groeien in de eigen kruidentuin, zoals hysop, bertram of polei.

Zo’n kruidentuin is er ook in het museum aan de stroom van de cultuuroever van Bingen, met een knipoog „Hilde Garden” genoemd. De daar getoonde

tentoonstelling over Hildegard van Bingen probeert historische feiten te scheiden van de vele legendes over Hildegard. Museumdirecteur en historicus Matthias Schmandt geeft een voorbeeld: Tot op heden wordt er verteld dat Hildegard aan de andere kant van de Rijn in Eibingen bij Rüdesheim een tweede klooster opgericht en geleid moet hebben. Huidig onderzoek toont dat deze bewering historisch niet verdedigbaar is. Toch staat dit nog steeds in recente publicaties.

Ook dat de invloeden van Hildegard net nu in de moderne keuken hun intrek nemen, is een fenomeen van de tijdgeest. Op een boekentafel in ontvangstruimte van het Hildegardforum liggen er naast raadgevende boeken en verzamelingen met citaten van Hildegard ook flink wat kookboeken die beroep doen op de non. Toch is het werk van Hildergard zeer uitgebreid en complex: Kookrecepten zijn van de uit een adelijk huis afkomstige non, die voorstander van haar eigen klooster was, niet overgeleverd. Zelfs haar natuurkundige geschriften, de basis voor receptenboeken, zijn in tegenstelling tot haar theologische werken niet in het origineel verkrijgbaar, maar komen van een tweede hand. Een titel zoals „De zomerkeuken van Hildegard” die zomerse en lichte gerechten bevat die op haar tips en ideeën geïnspireerd zijn, heeft waarschijnlijk weinig te maken met de eetgewoonten ten tijden van Hildegard.

De succesvolle verkoop van Hildegard van Bingen, die het symbool werd van een duurzame en bewuste levensstijl, ziet de historicus Matthias Schmandt met gemengde gevoelens aan: „Hildegard was een universeel talent”, zegt hij. Dat zij een voor haar tijd grote kennis over de werking van bepaalde planten en het menselijke lichaam had, kan niet betwist worden. Maar was ze dan wel echt voor op haar tijd als ze 900 jaar geleden al de voorkeur gaf aan de granentrend spelt waar er vandaag vaak kwaad over gesproken wordt? Matthias Schmandt relativeert: „De mensen kenden toen niets anders dan spelt.” Het is mogelijk dat de lofspraken van Hildegard over spelt een ander doel hadden. Sobere en eenzijdige voeding, waarvan het hoofdbestanddeel een slijmerige, flauw smakende granenbrei was, moest smakelijk gemaakt worden. Dit had waarschijnlijk weinig te maken met de zoetruikende lekkernij die op het Hildegardforum op de ontbijttafel landt.

Ook Hildegards strenge afwijzing van rauw voedsel was in het jaar 1142 zeer zinvol en een bewijs voor haar talent dingen waar te nemen en de juiste conclusie eruit te trekken. Wie in de middeleeuwen ongekookt voedsel at, had veel kans om zeer ziek te worden. Das was niet enkel het werk van de duivel, maar het was de schuld van de heersende hygiënische omstandigheden. Geneeskunde tijdens de middeleeuwen was ook altijd een beetje een kwestie van geloof. Vanuit huidig perspectief is er geen reden meer om afstand te doen van gezond eten dat rijk is aan vitaminen.

Zo dogmatisch zijn ze in het Hildegardforum niet, waar er bij het dagelijkse lunchbuffet ook slaatjes geserveerd worden. Tot slot gaat het in het hotel niet over ascese. De gasten moeten er zich goed voelen en er vooral rust en ontspanning vinden. Dingen waarvan de zeer actieve zuster toen waarschijnlijk zelden kon genieten. Haar levenswerk is enorm en geeft aan dat het heel wat inspanningen kostte om haar missie te vervullen. Op de Rupertsberg in Bingen liet ze tegen verzet haar eigen klooster bouwen en leidde het vervolgens verschillende decennia. Daarbij kwam een sterke zendingsdrang: Van kerkgeleerden en visionairen zijn er duizende pagina’s complexe, theologische geschriften overgeleverd waarin ze haar wereldbeeld achterliet. Hildegard zag zichzelf als een door God opgeroepen persoon om de mensen van haar tijd terug naar een deugdzaam leven te leiden.

Hildegard was ook muzikaal begaafd. Ze componeerde 77 gezangen en een geestelijk zangspel. Er zijn van geen andere componist uit de hoge middeleeuwen tot op vandaag meer werken overgeleverd dan van haar. Hoezeer ze zich geroepen voelde om met haar handelen wereldlijke lotgevallen te beïnvloeden, ziet men hier ook aan dat ze intensief contact had met machtige personen uit haar tijd. Het gaat om briefwisseling met keizer Friedrich Barbarossa, de aartsbisschop van Mainz, Keulen en Trier of het Britse koningspaar. „Ze was een uitstekende manager voor zichzelf”, zegt Matthias Schmandt. Het moderne begrip voor de vrouw uit de middeleeuwen toont: Hildegard leed een stressvol leven. Er zijn zelfs onderzoekers die aannemen dat de door Hildegard beschreven visioenen de gevolgen zijn van ernstig lijden aan migraine. Voldoen aan de herinnering aan deze belangrijke figuur, is voor Bingen niet eenvoudig. De geschiedenis is niet vriendelijk geweest met haar vroegere werkplek. Haar klooster op de Rupertsberg overleefde de 30-jarige oorlog niet en werd met de bodem gelijk gemaakt. In de 19de eeuw werd met de bouw van de spoorlijn op deze plaats letterlijk de laatste hoop begraven dat er tenminste resten van het klooster voor het nageslacht bewaard konden worden.

Wie vandaag naar de Rupertsberg komt, kan het best raden op welke historisch belangrijke plek hij zich bevindt. Een nagel- en zonnestudio en een fitnessstudio zijn het alledaagse decor van de oude werkplek van Hildegard die vandaag vooral een grote parkeerplaats geworden is. Maar: Onder het booggewelf van de Rupertsberg krijgt men een idee van de betekenis van Hildegard. De kelder dateert weliswaar niet uit de tijd zelf, maar werd op het grondplan van het oude klooster gebouwd. De samenleving van Rupertsberg biedt daar regelmatig rondleidingen aan en geeft een spirituele toegang tot het werk van Hildegard. Het booggewelf is ook deel van de Hildegardsweg van Bingen. De weg leidt naar 17 stops die een indruk geven van het leven en de werken van de beroemdste vrouw uit de geschiedenis van de stad. Wie de weg afgelegd heeft, heeft wel wat ontspanning verdiend; en een portie habermus.

Hildegardforum van de kruiszusters

Rochusberg 1 · 55411 Bingen · 0 67 21/18 10 00 betriebsleitung@hildegard-forum.de · hildegard-forum.de Openingsuren: Dagelijks van 11.30 – 18u (in winter op maandag gesloten), ‘s middags buffet in restaurant vanaf 11.30u

Museum aan de stroom in Bingen

Museumsstraße 3 · 55411 Bingen · 0 67 21/18 43 53 bingen.de/tourismus

Openingsuren: Dinsdag tot zondag van 10 – 17u

Booggewelf Rupertsberg

Am Rupertsberg 16 · 55411 Bingen-Bingerbrück · 0 67 21/98 43 68 i.weidner@rupertsberger-hildegardgesellschaft.de rupertsberger-hildegardgesellschaft.de

Openingsuren: In de zomer zon- en feestdagen van 14 – 17u, anders op afspraak

 

012BUGA2031_Mai 2017_(c) P!ELVerhalen van vergane grootte: Een rondleiding door Rüdesheim met een reisgids van 1979

„Je kan helemaal niet missen. (…) En men voelt zich onmiddellijk aangetrokken tot de schaduwrijke koelte die bijna overal aanwezig is, zelfs in het hartje van de zomer. De vele kleurrijke borden van de herbergen schijnen de hele dag en dommelen de ruw geplaveide wegen en de mooie vakwerkhuizen in een romantisch zacht licht onder. Gelukkige mensen, jong en oud, kuieren voorbij, keren terug, vinden gelijkgestemden. Muziek weerklingt overal, uit elke taverne.”

Het is de beroemde-beruchte Drosselsteeg van Rüdesheim die hier in bloemrijke woorden beschreven wordt en die men in het zicht van dit prachtig tafereel direct wil betreden om een deel van de kleurrijke en vrolijke drukte te worden.

Nou ja, een van de bekendste en meest legendarische Duitse straten betreden, is natuurlijk nog mogelijk. Maar de sfeer is vandaag toch anders. De hierboven geciteerde woorden dateren namelijk uit het jaar 1979 en daarmee dus uit een tijd toen Rüdesheim en de Drosselsteeg letterlijk in de wijn stonden. In het boek „Rüdesheim aan de Rijn” van Norbert Bretschneider en Bernhard Breuer kan je hierover lezen, het is een reisgids over een van de „beroemdste wijnstadjes van de wereld”. De mythe van de Drosselsteeg heeft tijdens de laatste decennia wel een beetje geleden toen de steeg het broeinest van het zuip- en goedkooptoerisme werd, bij de

„wildeman aan de Midden-Rijn”, zoals een grote Duitse krant in het jaar 2002 minder bloemrijk schreef.

Gaat men vandaag met Norbert Bretschneider door Rüdesheim dan wordt de 82-jarige vooral door weemoed ontroerd. Zijn hele leven heeft de graficus en fotograaf in Rheingau doorgebracht. Hij heeft de naoorlogse tijd nog meegemaakt toen Niederwald nog vol met blindgangers lag en een gevaarlijke avontuurlijke speelplaats was; vandaag nog waarschuwen borden voor ontploffingsgevaar indien men de bospaden verlaat. Maar net zoals Duitsland moest herstellen van de gevolgen van de oorlog, kende ook Rüdesheim een nieuwe bloei en werd het een van de meest geliefde en drukst bezochste bestemmingen in Duitsland.

„Wie is dan ook verbaasd”, schrijven Bretschneider en Breuer, „dat er zich onder de talloze bezoekers prominente persoonlijkheden uit de hele wereld bevinden. Ze komen uit de politiek en economie, uit kunst en sport, dat is de reden dat het gastenboek van Rüdesheim niet moet onderdoen voor een andere grote stad”, schrijven beide auteurs trots. De gasten uit de hele wereld wilden bezienswaardigheden zoals de Brömserburg zien die de oudste burcht aan de Rijn is in de werelderfgoedregio. Of Brömserhof, de „mooiste van alle oude boerderijen” (Bretschneider/Breuer), die vandaag nog „Siegfrieds mechanische muziekkabinet” herbergt. De verzameling van zelfspelende instrumenten van de 18de tot de 20ste eeuw was in de naoorlogse tijd een attractie. En nog steeds is er een bijzondere fascinatie voor de museuminstrumenten waarin er in de geweldige corpussen een zorgvuldig ontworpen fijne mechaniek zit. Maar gezien het feit dat vooral de jongeren onder de huidige toeristen „zelfspelende muziekinstrumenten” in hun broekzak hebben zitten, heeft ook deze bezienswaardigheid een beetje aan charme moeten inboeten.

Dat geldt ook voor de ooit prachtige landgoederen die het stadsbeeld van Rüdesheim domineerden en die stille getuigen zijn van de vergane glorie van Rüdesheim. „Het is gewoon nog veel verslechterd”, stelt Norbert Bretschneider gelaten vast bij de desolate aanblik van de vele vervallen binnenplaatsen, leegstaande gebouwen en de met grafitti bekladde muren van huizen. Dat geldt ook voor de Rheinstraße die minder beïnvloed is door de drukke bedrijvigheid van de goedkope souvenirwinkels dan door het lawaai van het verkeer. Daarmee worden helemaal niet eens de motorfietscolonnes bedoeld die tijdens weekends in de zomer zoals een donderend, in leer gekleed leger de stad binnenvallen. Het lawaai van de trein is in hele Rijndal een probleem. In Rüdesheim, waar er dagelijks honderden, eindeloze goederentreinen zonder geluidswering voorbijdonderen, is er erg veel lawaai. De toeristen trekken zich dus liever in de Oberstraße terug waar de ene of de andere moderne winkel met interessnate aanbiedingen de aandacht lokt en waar vooral de reizigers uit Azië in een winkel van Käthe Wohlfahrt het hele jaar door Kerst vieren. Omdat het dan moet…

Maar langs de andere kant: De bezoekers uit Japan, China en Korea tonen wat Rüdesheim daadwerkelijk gebleven is: „Om de beroemde, bijna beruchte sfeer van de Rijn te ervaren, komen groepen toeristen, zelfs uit Japan, India en Australië, (…) In een notendop: Hier is er zonder aarzeling en een diplomatiek etiket begrip tussen de volkeren”, vertelden Bretschneider en Breuer ooit enthousiast over de internationale flair van Rüdesheim. En ook wanneer de groepen iets kleiner zouden mogen worden: Een bezoek in Rüdesheim is voor reizigers uit het buitenland een even grote plicht als een bezoek aan Loreley.

En daarom is het een heerlijke mix aan culturen die Rüdesheim vandaag zo typeert. Dat vindt ook Dieter Lochschmidt die als sfeermuzikant met zijn accordeon bij „Lindenwirt” de gasten gelukkig houdt. Hij vindt: „Hier ontmoet je de hele wereld. Wie wil, kan in Rüdesheim elke dag internationale vriendschappen sluiten.” Het oude Rüdesheim is dus nog niet helemaal verloren. Of beter gezegd: Langzaam komt er een stuk terug van wat de plaats ooit gekenmerkt heeft. Ze zijn er nog steeds: Zaken zoals „Rüdesheimer Schloss” waarin men zich, zoals het in Bretschneider en Breuer staat, „met een luxueuze wijnboerenmaaltijd zoals een gourmet kan laten verzorgen”. En waaraan men merkt dat ze niet

in de tijd zijn blijven staan. En plots valt het op hoe modern en licht veel van de oude wijnbars er intussen uitzien. Van kroonglas en donkere ijk geen spoor. Langzaam komt er toch zoiets als vakantiesfeer. En dit is zeker pas zo wanneer men op een warme zomerdag de oevers van de Rijn nadert. Daar gaat het er soms zoals in een jachthaven aan de Middellandse Zee aan toe. Nozemachtige pk-pochers jagen onder dreunend geluid hun jetski’s over het water en gaan tot het uiterste om te concurreren met het lawaai van de treinen. Zij, die het zich kunnen veroorloven, varen trots met hun kleine en grotere motorboten, meren aan een van de eilanden van de Rijn aan, steken de barbecue aan en vieren de gezelligheid van de welvaart van Rheingau.

Diegenen die niet het privilege hebben over een eigen boot te beschikken, genieten van de sfeer van een boottochtje met Köln-Düsseldorf, Bingen-Rüdesheim en Rösslerlijn. Toeristen uit de hele wereld, families met kinderen, oma’s en opa’s, genieten van het dal vanop het water, steeds het fototoestel in de aanslag om geen enkele bezienswaardigheid te missen. Deze schepen hebben zangerige namen, genoemd naar de bezienswaardigheden van het werelderfgoed: „Stolzenfels”, „Ehrenfels” en natuurlijk de eerbiedwaardige „Goethe”. Sinds 1913 doet de laatste raderstoomboot op de Rijn dienst en verdeelt het behaaglijke nostalgie onder de passagiers. Een stoomboot is het in geen geval meer: Na een verbouwing van enkele jaren geleden duwen twee krachtige dieselmotoren de „Goethe” de Rijn op en af.

En hoog boven alles steekt de Germania er op het Niederwalddenkmal bovenuit, nog steeds in winnaarshouding hoewel de reden daarvoor al bijna 150 jaar geleden is. De bezoekers trekken hier zich weinig van aan. Ooit een symbool van de militaire overwinning van Pruisen op Frankrijk is de Germania vandaag het toneel voor vrolijke selfies voor het adembenemende uitzicht over Rheingau en Rheinhessen. Naar boven is het met de kabelbaan die in 1954 gebouwd werd en het is een nostalgische gebeurtenis in de beste betekenis van het woord. De rit naar boven duurt ongeveer 10 minuten en ook hier is er sinds 1979 niets veranderd is: „Het is eigenlijk meer in stilte naar boven zweven.” Boven aangekomen, ligt het park Ostein’sche. Samen met het gebied rond het monument werd het hele gebied nieuw leven ingeblazen, zoals dit in officieel Duits heet. Vertaald betekent dit: Het is daar boven heel mooi en modern geworden. Er is een nieuw bezoekerscentrum, de wegen door het bos werden vernieuwd en opvallende punten zoals „Rossel” of „Zauberhöhle” stralen opnieuw. Dat alles is zeer goed gelukt en het is een verder bewijs dat er in Rüdesheim op vernieuwing ingezet wordt.

Tip: De beste manier om het park te ontdekken is als deel van de „romantiektour” die door de toeristische dienst van Rüdesheim aangeboden wordt. De tour gaat van Rüdesheim via het Niederwalddenkmal door het park naar Assmannshausen. Daar gaat het met een stoeltjeslift terug naar beneden naar het Rijndal en met een boot naar burcht Rheinstein (zie hoofdstuk: Familiebedrijf burcht) dat ook bezocht kan worden. Daarna is het opnieuw terug met de boot naar Rüdesheim. Daar kan de dag op een passende manier beëindigd worden, misschien zelfs in de Drosselsteeg met een glasje riesling?

„En wanneer men daarbij naar de mensen kijkt die hier samenkomen voor een glaasje wijn kan men zich niet van de indruk ontdoen dat de Drosselsteeg een, laten we zeggen, sociale functie uitoefent. De steeg maakt van honderden mensen één unieke, vrolijke, uitgelaten (en ook gelukkige) familie.” (Norbert Bretschneider/Bernhard Breuer, 1979)

Siegfrieds    mechanisch    muziekkabinet

Oberstraße 29 · 65385 Rüdesheim · 0 67 22/4 92 17 smmk@smmk.de ·  smmk.de

Openingsuren: Dagelijks van 10 – 18u

Breuers Rüdesheimer Schloss

Steingasse 10 · 65385 Rüdesheim am Rhein · 0 67 22/9 05 00 info@ruedesheimer-schloss.de ·   ruedesheimer-schloss.de

Lindenwirt

Drosselgasse · 65385 Rüdesheim am Rhein · 0 67 22/91 30 info@lindenwirt.com   ·  lindenwirt.com

Goethe

KD Scheepvaartlijn · 0221 208 83 18 · info@k-d.com · k-d.com

Dagelijkse boottochten van begin april tot oktober tussen Koblenz en Rüdesheim, eerste boottocht vanaf 9u aan de steiger in Koblenz

Kabelbaan Rüdesheim

Oberstraße 37 · 65385 Rüdesheim am Rhein · 0 67 22/24 02 info@seilbahn-ruedesheim.de · seilbahn-ruedesheim.de

Dagelijks van maart tot november vanaf 9.30u

 

Burgers, wijnbar, rode wijn: Mijn tips voor Bingen en Rüdesheim

Tot slot natuurlijk nog een paar tips over wijn, eten en genot in Bingen en Rüdesheim. Zoals altijd geldt: De keuze is subjectief en gegarandeerd onvolledig.

Eten

Romantiektour (duur: 5 tot 7 uur)

Van Rüdesheim via het Niederwalddenkmal, Ostein’schen Park, Assmannshausen, burcht Rheinstein terug naar Rüdesheim. Omvat ritje met de kabelbaan Rüdesheim en de stoeltjeslift Assmannshausen, toegang tot burcht Rheinstein en ticket voor boottocht met Rösslerlijn, ticket verkrijgbaar voor 16 Euro (volwassene) en 8 Euro (kinderen tussen 5 en 15 jaar) direct aan de kabelbaan Rüdesheim of bij de toeristische dienst in Bingen.

Riverside

Hindenburganlage 2 · 55411 Bingen · 0 67 21/4 00 24 83 info@riverside-bingen.de   ·  riverside-bingen.de

Openingsuren: Dagelijks van 10 – 22u, keuken van 12 – 15u en van 17 – 21.30u (dinsdag beperkte kaart)

Riverside is een restaurant met een sfeer als in de zuidelijke staten van Amerika. Het zicht is echter typisch voor de Midden-Rijn. Aanbeveling: De burgers zijn geweldig.

Wijnboeren in Bingen

Tot nu heb ik bijna uitsluitend wijnhuizen uit de Midden-Rijn voorgesteld. In Bingen is het ook mogelijk om eens andere landbouwgebieden te ontdekken. Zoals gezegd, is er een overvloed aan wijnboeren in Bingen. Hier worden er twee als voorbeeld genoemd.

Vinotheek & Wijnschool Hemmes

Grabenstraße 34 · 55411 Bingen-Kempten · 06721 124 20 info@weingut-hemmes.de ·  weingut-hemmes.de

Openingsuren vinotheek: Dagelijks van 10 – 1u, dinsdag ook van 14 – 18u, zaterdag ook van 0 – 17u (in de winter enkel tot 16u), buiten de openingsuren op afspraak

In de wijngaard Hemmes kan je iets over wijn leren. Ten slotte ligt de vinotheek in een andere oude dorpsschool die beschermd gerestaureerd werd. Opvallend zijn de minerale rieslings van de Scharlachberg in Bingen.

Bar Wijnhuis Hildegardishof

Ockenheimer Chaussee 12 · 55411 Bingen · 0 67 21/4 56 72 weingut-hildegardishof@t-online.de · weingut-hildegardishof.de Openingsuren: Bar: Maandag en donderdag van 17 – 23u, vrijdag en zaterdag van 17 – 24u, zon- en feestdagen van 11 – 23u

Zoals de naam doet vermoeden, is dit wijnhuis aan Hildegard van Bingen gerelateerd. De wijngaard „Bingerbrück Hildegardisbrünnchen” behoorde vroeger tot het klooster Rupertsberg. Direct aan de monding van de Nahe gelegen, grenst de wijngaard aan de regio’s Midden-Rijn, Nahe en aan de andere kant van de Rijn aan Rheingau. De wijngaard wordt samen door Christiane Grünewald en Cornelia Grünewald-Gundlach geleid.

Wijnboeren in Rüdesheim

Net als in Bingen is er ook rond Rüdesheim een hele reeks schitterende en gerenommeerde wijnhuizen. Last but nog least bevindt zich in de buurt de hogeschool Geisenheim waaraan elk jaar tientallen studenten aan hun studie wijnbouw beginnen. Ook hier worden er slechts een kleine, onvolledige selectie van wijnboeren in Rüdesheim genoemd.

Wijnhuis Carl Ehrhard

Geisenheimer Straße 3 · 65385 Rüdesheim · 0 67 22/4 73 96 reservierung@cewinebar.com · carlehrhard-winebar.com Openingsuren: Donderdag tot zondag van 17 – 24u

Met een zeer stijlvolle wijnbar heeft het wijnhuis Carl Ehrhard onlangs over zich laten spreken. Hier mag men in plaats van wijn ook een craft beer laten inschenken. Bestaat er dan zoiets? Maar ook de karaktvolle rieslings uit de 130 jaar oude wijnkelder overtuigen.

Wijnhuis Robert König

Landhaus Kenner · 65385 Assmannshausen · 0 67 22/10 64 info@weingut-robert-koenig.de   ·  weingut-robert-koenig.de

De typische druivensoort voor de Midden-Rijn is de riesling die meer dan 70 procent van het areaal uitmaakt. De uitzondering die de regel bevestigt, is Assmannshausen, de rode wijn bij uitstek in het werelderfgoeddal (maar die tot Rheingau behoort). Vooral de pinot noir groeit hier prachtig. Het wijnhuis Robert König behoort tot de bekendste producenten van rode wijn in Rheingau.

 

Einde van de reis naar de Rijn

Dat was dus mijn persoonlijke reis naar de Rijn door het Boven- Midden-Rijndal. Ik begon in mei 2016 toen ik als kasteelblogger naar Sooneck trok. In de daaropvolgende maanden heb ik veel geweldige mensen leren kennen die met heel verschillende ideeën en projecten de regio vooruithelpen willen. Wat ze allemaal gemeenschappelijk hebben: Ze houden van hun geboorteplaats aan de Rijn. Ik hoop dat ik er met dit boek in geslaagd ben een beetje van deze geest over te brengen en u er misschien zelfs mee aangestoken heb. Pak het boek mee in en maak zelf een reis naar de Rijn.

Wat u hier in dit boek kan vinden, is slechts een fractie van wat er daar allemaal valt te ontdekken. Ik had u graag nog meer verhalen uit de regio verteld, bijvoorbeeld hoe het is om met de kajak de Rijn af te varen. Maar zoals het steeds gaat met projecten. Op een gegeven moment moet u tot een einde komen. Ik zou dit project graag willen beëindigen met een paar woorden van dank aan iedereen die mij bij het schrijven van dit boek met informatie, kritiek, tips en advies bijgestaan heeft. Ze zijn met te veel om op te noemen, maar ga er maar vanuit dat u veel van deze personen tijdens het lezen al heeft ontmoet. Ik bedank ook mijn familie die het volgehouden heeft dat ik zowel tijdens mijn tijd als blogger als ook daarna voor het onderzoek van dit boek vaak niet kon thuis kon zijn. Tot slot wil ik ook Rainer Zeimentz en het ontwikkelingsagentschap Rheinland-Pfalz bedanken die mij als uitgever van dit boek en als mede-initiatiefnemer van de kastelenblog het hoegenaamd mogelijk gemaakt hebben het Boven- Midden-Rijndal zo intens te leren kennen. Ik weet zeker dat ik daar niet voor de laatste keer geweest ben.

 

Impressum

Uitgever: Mittelrhein-Verlag GmbH August-Horch-Straße 28 · 56070 Koblenz

Samenwerkingspartner: Bureau voor regionale ontwikkeling van Rheinland-Pfalz e. V. Adolf-Kolping-Straße 4 · 55116 Mainz

Auteur: Moritz Meyer, https://medium.com/@moritzmeyer.autor

Foto’s: Herbert Piel, PielMedia, herbert-piel.de

@Mittelrhein-Verlag GmbH 2017 Alle rechten voorbehouden.

Overnames van welke aard dan ook zijn uitsluitend toegestaan met schriftelijke

toestemming van de uitgever